Het lied van de schepselen

Hans Franse over Franciscus van Assisi, de heilige muzikale speelman en joculator, de dichter die in de Italiaanse volkstaal van de dertiende eeuw het ‘Cantico delle creature’ schreef, het lied van de schepselen. Bij ons kent men het als ‘Het Zonnelied’. Het lijkt een politiek programma van een linkse, groene partij, met dien verstande dat alles geschreven is om de ‘Allerhoogste’ eer te bewijzen.

Lees verder

“een nieuwe hobby: aandachtig gedichten lezen, er verliefd op worden en dan uitleggen hoe dat komt.”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het eenendertigste gesprek, met Joost Dancet waarin hij uitlegt wat er zo leuk is aan Klassiekers en aan poëzie in het algemeen. Hij probeert niet alleen zijn opgedane kennis, maar vooral zijn liefde en enthousiasme voor gedichten over te brengen. En hij laat zich graag verrassen door wat zijn andere poëzievrienden van zijn keuze vinden.

Lees verder

Rogier de Jong

Een voorpublicatie uit zijn nieuwe bundel ‘Seinpost’ laat zien dat dichter Rogier de Jong wars is van gekunstelde poëzie. “Emoties moeten oprecht zijn. Heldere en beeldende taal is de beste manier om dat uit te drukken.” Zoals de zin “Eerst is er licht en dan is er niks” of “Pijn is een pias, een clown”, duidelijker kan niet.

Lees verder

De kunst van het vergeten

Karel Wasch over het boek ‘De onzichtbare jongen’ van J. Bernlef, dat hij herlas. Meesterlijk wordt hierin het dilemma van het ‘niet-kunnen-vergeten’ beschreven. Het geheugen, de identiteit, leven en dood zijn hoofdthema’s in het omvangrijke oeuvre van Bernlef. In 1994 ontving hij de prestigieuze P.C. Hooft prijs. Jaren daarvoor had de gemeente Amsterdam hem verrast met de Poëzie-Prijs voor zijn dichtbundel ‘Morene’ (1962).

Lees verder