Jabik Veenbaas

“Meer dan een armvol zijn we niet / zand, wind en water / soms haast een eiland / dat op nieuw leven hoopt” dicht Jabik Veenbaas. Op onze ‘leeftocht’ graaien we deze troost bijeen en gaan we door. Oeroude voorwaarden, grillige goden en hulpeloze schepselen. En dan is daar de dichter.

Lees verder

Naakt als een pasgeboren baby

Alleen de titel van zijn bundel wekt al het vermoeden dat hier geen doorsneedichter aan het woord is: ‘Gisteren droomde ik dat ik een dj was.’ Sander de Vaan maakte een interview met dichter-performer Frank Báez over buigende politieagenten, menselijke papegaaien, naakte gedichten en nog veel meer.

Lees verder

Maak je geen zorgen

Nu we met z’n allen niet op een ander mens wachten maar op het moment dat deze stille tijd voorbij zal zijn, lijkt de vierde variant uit het gedicht van Joke van Leeuwen, ‘Vier manieren om op iemand te wachten’, afwezig. Voor wie de informatie van virologen serieus neemt, lijkt die vierde variant nu te zijn: lijdzaam. Een ouderwets woord waarbij columnist Jan Loogman aan zijn moeder denkt.

Lees verder

“Laat bloemlezingen daarom lekker liggen.”

Vlaamse Reus Jozef Deleu heeft de negentiende editie van het Nieuw Groot Verzenboek het licht doen zien: een verzameling van zeshonderd gedichten. Een toename van 45 stuks vergeleken bij de vorige. Marc Bruynseraede schreef een lovende recensie. Wopke van der Lei is minder positief. Hij heeft een hekel aan bloemlezingen en is principieel tegen een thematische structuur. Meander geeft hem een podium om zijn bezwaren toe te lichten.

Lees verder