Wim van Strien

Als je je ergert aan de Sint Nicolaasversjes van je familie, kun je maar het beste zelf met dichten beginnen….dat was althans de opvatting van fysicus Wim van Strien die met het resultaat (en deze publicatie) zichzelf (en ons) verbaasde en vermaakte. Van Strien schildert ook en laat zich inspireren door sommige bijdragen in ons magazine!

Lees verder

“een bijzondere vorm van intimiteit”

Recensent Hans Franse is zo’n grote fan van het werk van dichter Mieke van Zonneveld dat hij nader met haar kennis wilde maken. ‘In een goed gedicht zijn vorm en inhoud een overtuigende eenheid’ en vorm ‘moet een vorm zijn die niet alleen cerebraal werkt, maar ook als het ware lichamelijk gevoeld kan worden’. Ze legt hem veel uit maar hoopt dat er in haar gedichten een ‘raadselachtigheid’ blijft en dat de lezer tot verder denken wordt aangezet.

Lees verder

Jan De Bruyn

Jan De Bruyn houdt van Engelstalige poëzie en vertaalde gedichten van Robert Bley, Louis Jenkins, Louise Glück, Simon Armitage en e e cummings. Zijn eigen werk bevat aanschouwelijk denken, ‘het vieren en inhalen van een vliegertouwen langs die strakke parabool’ en verscheen in diverse literaire tijdschriften.

Lees verder

“Het geeft me ook een gevoel van noodzaak”

De prijswinnende dichter Willemijn Kranendonk studeert dit jaar af met een cyclus gedichten genaamd Spullen en lichamen. Haar wereldbestorming komt gewoon voort uit het feit dat ze schrijven leuk vindt maar het is meer dan dat als je maatschappelijke problemen aansnijdt, genderkwesties bespreekt en klimaatsverandering volgt. De noodzaak is er gewoon, net als in haar winnend Turinggedicht kun je “rekenen op verandering”.

Lees verder