Willem Johan van der Molen

Karel Wasch ontmoette Willem Johan van der Molen een paar keer op vernissages en andere presentaties. “Van der Molen was steeds druk in de weer met zijn tijdschriftje Kortheidshalve. Hij bleef mopperen op de Vijftigers en had weinig humor.” De getormenteerde dichter schreef in de debuutbundel van onze columnist ‘Van een boom leren wat geduld is, van een blad wat ongeduld kan doen!’ Hij had gelijk!

Lees verder

Joost van Gijzen

Een beetje donker, licht spottend, relativerend van toon loopt een liefde voor onze ogen af, laten we ons opnieuw wat wijsmaken, botsen we op elkaar terwijl we de weg zoeken en zijn we allemaal dezelfde sukkels die in het zwarte gat vallen tot alles zich oplost tot slechts één ding. Dichter Joost van Gijzen bewijst ons een dienst.

Lees verder

“ik reken op een zekere flexibiliteit van de menselijke geest”

Poëzie is voor Annet Zaagsma schrijven met je hart. Ze pleit graag voor experimenteerruimte voor buiten-grammaticale taalvondsten, vorm, interpunctie, neologismen etc. “Dadaïsme zou ook nu nog een revolutie zijn, als het inmiddels niet als stijlvorm weggezet was.” Ze houdt erg van collages, zowel met woorden als fysiek met bijvoorbeeld papier of textiel. De lezer in haar hoofd moet niet storend gaan werken.

Lees verder

Over Nederlands en streektalen (1)

Wat zijn de verschillen tussen het Nederlands en een streektaal? In drie delen zal dichter Willem Tjebbe Oostenbrink ingaan op bepaalde ontwikkelingen in het Nederlands en zijn eigen Westerkwartiers (West-Gronings). Dit keer voorbeelden rond de datief in zinnen, waarin een gemoedstemming, mening of indruk wordt geformuleerd. En hoe zit dat met poëzie? ‘Westerkertierder woorden bruken woar ze bruukt worden moeten.’

Lees verder