Luc C. Martens

De veelvuldig genomineerde en gewaardeerde dichter Luc C. Martens beschouwt het schrijven van poëzie als een soort antigif tegen zijn drukke loopbaan waarbij de wetenschap weinig of geen ruimte laat voor eigen interpretatie. Dat die er in de poëzie wel is, voelt als een bron van onmisbare zuurstof. Zijn opvatting dat het schrijven van poëzie een métier is dat voor een deel aangeleerd kan worden, haakt mooi in op onze columns van Jan Loogman.

Lees verder

De dingen delen mij uit

In de derde column van Jan Loogman gaan we verder met zijn ‘training’. Dichten is vooral kijken, nu is het tijd voor ons om erop uit te gaan, ons open te stellen maar als u toch liever binnen blijft? Het vertrouwde u opnieuw opvalt? ‘Hanteer de onbevangen dichtersblik’ en noteer wat u ziet!

Lees verder

Marc Tiefenthal

De dichter Marc Tiefenthal begon als postmodernist en brak heilige huisjes af, viel met de deur binnen in gesloten gehelen en zette het internet naar zijn hand. Hij is een eigengereide, bijwijlen cryptische en vaak cyclische dichter. Daarnaast vertaalt hij dat het een lieve lust is. Zo vertaalt hij zijn eigen gedichten maar ook die van anderen, zoals onlangs van ‘huldgedichten aan Charles Baudelaire of Poésies van de Lautréamont. Pom Wolff zegt ‘Tiefenthal is dada’!

Lees verder

“Ik bezit een oude ziel, denk ik”

De poëzie van Marieke Eggermont wil toegankelijk zijn en ontroering oproepen en hoewel het belangrijk blijft open te staan voor vernieuwing en actualiteit, blijft ze vaak traditioneel in haar uitvoering. Voor haar mag de tijd er lang over zijn gegaan, dan wordt het schijnbaar beter. Dat heeft ze met spullen, met mensen én met kunst. Verder bewaakt ze graag de focus op haar werk en niet op haar persoon.

Lees verder