Bert Kooijman – Binnen bereik

Romain John van de Maele volgt al meer dan veertig jaar het werk van Bert Kooijman. Hij beschouwt diens jongste bundel ‘Binnen bereik’ als een daad van rechtvaardigheid: de dichter heeft vroeger vaak zijn moeder herdacht, nu zijn voor het eerst ook gedichten aan zijn vader gewijd. De bundel als geheel doet hem qua sfeer aan de herinnerings- en afscheidsgedichten van Louis Paul Boon denken. ‘Het is een sobere bundel, vol gedichten die als het ware gesneden zijn in jade om de emotie te vrijwaren.’

Lees verder

Wibo Kosters – Inwoner

Of je wilt of niet, de gedichten van Wibo Kosters sleuren je mee de stad in en laten je die zien zoals je hem nooit eerder zag. Een brievenbus die nooit geleegd wordt, IJsselschepen als doemprofeten, warme dagen waarop het geweld toeneemt, eenogige feeksen en de muziek van Neil Young als soundtrack. ‘Inwoner’ is het debuut van Wibo Kosters, en is verluchtigd met eigenzinnige illustraties van zijn broer Bas. Maurice Broere: ‘Een toegankelijke bundel met een gevarieerde inhoud, mooie observaties en humor.’

Lees verder

Max Temmerman – Huishoudkunde

Joop de Vries over ‘Huishoudkunde’: Temmerman is erin geslaagd in zijn nieuwste bundel een wereld te scheppen waarin de behoefte van de mens zich te kunnen terugtrekken in een veilige schuilplaats manifest wordt. De gulzigheid van de tijd, die jacht maakt op het leven en de moderne mens alsmaar op de hielen zit, hem als prooi opjaagt, is de tol die hij betaalt voor de duizelingwekkende voor(ui)tgang.’

Lees verder

Willem Jan Otten – Genadeklap

Johan Reijmerink las voor ons ‘Genadeklap’, de nieuwe bundel van Willem Jan Otten. Hij laat zich meevoeren op de zoektocht van de dichter: ‘Net als de religie reikt de poëzie naar wat onbegrepen en onverklaarbaar is.’ Mysterieuze gedichten als ‘na sluitingstijd’ en ‘de veerman luidt de bel’ worden met aandacht gelezen: ‘Op het snijvlak van droom en werkelijkheid weet Otten ons de ogen te openen voor wat groter is dan wijzelf zijn.’

Lees verder

Klassieker 224: P.C. Hooft – Sonnet ‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief’

Het sonnet ‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief’ is één van de bekendste gedichten van Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647). Al is het maar, omdat de letterkundigen elkaar hierom meermalen in de grijze haren vlogen. René Leverink blaast het stof van de letters, en treft een kunstig en klankrijk gedicht aan, waarmee P.C. Hooft (jawel, van de latere dure winkels) zijn jonge geliefde of in ieder geval zichzelf het hoofd behoorlijk op hol bracht.

Lees verder