Klassieker 204: Charles Ducal – Ballade van de zee

Precies een jaar geleden besprak Inge Boulonois ‘Misverstand 3’ van Charles Ducal. En nu weer een gedicht van deze Belgische dichter? Het vorig jaar besproken gedicht kwam uit zijn debuutbundel uit 1987. Het gedicht van deze maand publiceerde hij pas vorige zomer. In deze kleine twintig jaar zien we een duidelijke ontwikkeling in het werk van Ducal. Waar ‘Misverstand 3’ volledig om de wereld van de ik-persoon leek te draaien, is nu de blik naar buiten gericht, naar de politieke en maatschappelijke realiteit.

Lees verder

Klassieker 203: Lut de Block – Dochter en ik

In 1997 verscheen ‘Entre deux mers’ van Lut de Block. Wat bewoog deze Vlaamse dichteres om haar bundel een Franse titel te geven? Wijnkenners komt de titel bekend voor: het is een streek in de Bordeaux waar uitstekende wijn vandaan komt. Maar in deze gedichten wordt weinig gedronken. Het openingsgedicht maakt duidelijk, dat de titel een woordspeling is, en ook opgevat kan worden als ‘entre deux mères’. De dichteres bevindt zich in het midden van haar leven, tussen haar moeder en haar dochter –die haar zelf tot moeder maakt– in. De laatste afdeling van de bundel, ‘Vruchtgebruik’, is geheel aan de dochter gewijd. Inge Boulonois bespreekt het eerste gedicht van deze afdeling.

Lees verder

Klassieker 202: Hugo Claus – Sonnet I

Shall I compare thee to a summer’s day? Met zijn sonnetten heeft Shakespeare een monument in taal opgericht. De Belgische dichter Guido de Bruyn stelt in het nawoord bij zijn vrije vertaling (1) van een selectie uit de Shakespeare-sonnetten: ‘Deze sonnetten zijn de Kunst der Fuge van de poëzie.’ Shakespeare zocht in zijn sonnetten bovenal de grenzen van de taal op, en toonde daarin zijn meesterschap. Dat maakt het vertalen van deze sonnetten schier onmogelijk, inhoud en taalspel lopen in elkaar over. Het is een uitdaging waar elke generatie zijn tanden op stukbijt, en ons ook verrast met telkens weer nieuwe vertalingen.
Maar de klassieker van deze maand draait niet om een vertaling. Hugo Claus liet zich bovenal inspireren door de sonnetten van Shakespeare, en verraste vriend en vijand in 1986 met een kleine bundel, waaruit Martin Carrette voor ons het eerste sonnet bespreekt.

Lees verder

Klassieker 201: H.H.ter Balkt – De benzinepomp

Er wordt vaak gezegd dat alle poëzie maar één onderwerp heeft. Liefde en dood, dat zijn de enige thema’s waar elke dichter opnieuw een vorm voor probeert te vinden. Anderen vinden dat elk gedicht in wezen poëticaal is, dat wil zeggen over het schrijven van poëzie zelf gaat. H.H. ter Balkt trok zich niets van dit soort uitgangspunten aan. Hij leek er een bijzonder genoegen in te scheppen om onverwachte en tegendraadse onderwerpen te kiezen. Wat te denken van een benzinepomp? In de Klassieker van deze maand buigt Jan Buijsse zich over dit gedicht.

Lees verder

Klassieker 200: Joop Leibbrand – Stroom

In 2000 bedacht Joop Leibbrand de Meander Klassiekers. Onder zijn redactie verschenen bijna 200 boeiende besprekingen van ‘het beste werk van de bekendste Nederlandse en Vlaamse dichters van na 1880’. In deze jubileumbespreking, een half jaar na zijn overlijden, bespreekt Hans Puper een gedicht van Joop Leibbrand.

Lees verder