Chawwa Wijnberg – Aan mij is niets te zien & Het ontbreken hoor je niet

Ter gelegenheid van het dertigjarig dichterschap van Chawwa Wijnberg verscheen naast haar nieuwe bundel ‘Het ontbreken hoor je niet’ ook een herdruk van haar debuut ‘Aan mij is niets te zien’. Hans Franse weet zich geraakt door haar gedichten: “deze heldere poëzie vertoont een authentiek engagement, dat haar integere credo is en – met de vreugde over de schoonheid, de liefde en Middelburg – de drijfveer van haar werk vormt.

Lees verder

Klassieker 232: Benno Barnard – Ode aan Joy

‘Ode aan Joy’ van Benno Barnard is na eerste lezing een verwarrend gedicht. “Is dit een ode aan zijn vrouw? Wat bezielde Benno Barnard om haar op die manier te bezingen?” Joost Dancet legt deze ode onder de loep, wat leidt tot mooie en verrassende bevindingen.

Lees verder

Poëzie Hardop – Hans & Monique Hagen

‘Poëzie Hardop’ van Hans en Monique Hagen is een bundel van 35 speelse columns over gedichten met ‘poëtische’ illustraties van Maartje Kuiper. Om voor te lezen aan kinderen en die dan zo mee te nemen in de kracht van gedichten, overigens zonder belerend te zijn. Volgens Ernst Jan Peters is ‘Poëzie Hardop’ ook geschikt voor de volwassen poëzieliefhebber die er graag aan wordt herinnerd waarom hij dat ook alweer was geworden. Want Hans en Monique Hagen schrijven voor kinderen, maar niet kinderachtig.

Lees verder

Bart Plouvier – Over de dingen

Onlangs verscheen de tiende bundel van Bart Plouvier: ‘Over de dingen’. De bundel bevat veel vormvaste poëzie, m.n. sonnetten. Het merendeel gaat over de relatie met een ‘schoon lief’, het ouder worden of een combinatie van beide. Ondanks de ronkende flaptekst en de vermelde grote staat van dienst van de dichter was het lezen van diens gedichten voor Peter Vermaat geen groot genoegen: “De structuur van de verzen vloeit nergens voort uit de inhoud en niet zelden gaat een breed opgezet gedicht als een nachtkaars uit”.

Lees verder

Toon Tellegen – Een van ons zal omkijken. Zijn mooiste gedichten.

‘Een van ons zal omkijken’ is de fors uitgevallen bloemlezing die taalkunstenaar Toon Tellegen (1941) voor ons heeft samengesteld uit veertig jaar dichterschap. In de ogen van Eric van Loo beschikt Tellegen over een geheel eigen stijl. Hij ziet weinig overeenkomsten met of verwijzingen naar het werk van anderen. Veel van Tellegens gedichten ademen een surrealistische sfeer, waarbij de personificatie een kenmerkende stijlfiguur is om de werkelijkheid uit het lood te zetten.

Lees verder