Roelof ten Napel – In het vlees

‘In het vlees’ van Roelof ten Napel is een lijvige bundel. Het kostte Paul Roelofsen wat moeite om er in te komen, al was het maar omdat de 140(!) genummerde sonnetten uit het eerste deel op willekeurige volgorde door elkaar staan. Het tweede deel, ‘Het uitschot: Iskariot’, is een indrukwekkende monoloog waarin de dichter zich vereenzelvigt met Judas. ‘Deze poëzie vraagt een overmaat aan geduld, toewijding en concentratie.’ Maar de moeite loont: ‘Intense poëzie van de buitencategorie die boeit, woelt, tergt en niet loslaat.’

Lees verder

Klassieker 240: Christine D’haen – Daimoon megas

‘Daimoon megas’ van Christine D’haen is een rijk gedicht, vol verwijzingen. Compromisloos geschreven, want ‘al het daimonische staat tussen het goddelijke en het sterfelijke in’. Hettie Marzak deelt de associaties die het gedicht oproept, en ziet ondanks alle bitterheid en leegte (het veelvuldige ‘het is niets’) toch een teder einde.

Lees verder

Elly Stolwijk ‒ liefde de vluchtige holte

‘liefde de vluchtige holte’ is het officiële poëziedebuut van beeldend kunstenaar/dichter Elly Stolwijk. Voor Inge Bak leest de bundel echter geenszins als een debuut: ‘Het zichzelf durven openstellen om aan diepgaande ervaringen doordacht en doorleefd vorm te geven, getuigt van iemand die weet waar het om gaat in de poëzie en de kunst.’ De bundel gaat over relaties en rouw, maar laat zich voor alles lezen als een pleidooi voor het leven.

Lees verder

Margreet Schouwenaar – De overmaat van ontbreken

Ivan Sacharov las ‘De overmaat van ontbreken’ van Margreet Schouwenaar, en laat zien hoe een gedicht woorden kan laten dansen. In ‘Tango’ komt zoveel samen, dat de nauwlettende lezer een goed beeld krijgt van de nieuwe bundel van deze voormalige stadsdichter van Alkmaar, die al meer dan tien dichtbundels op haar naam heeft staan.

Lees verder

Dorien Dijkhuis – Waren we dieren

Hettie Marzak is onder de indruk van ‘Waren we dieren’, het debuut van Dorien Dijkhuis: ‘De hele bundel ademt een sfeer van vergankelijkheid, van vluchtigheid en toevalligheid.’ Daarbij zijn de emoties met opzet klein gehouden: ‘het is aan de lezer om betekenis toe te kennen aan de subtiele beschrijving van zware gebeurtenissen. Dit schijnbaar onachtzame vermelden van ingrijpende zaken is één van de sterke kanten van deze dichter.’

Lees verder