Klassieker 27: Ad Zuiderent – Tuinpad

In ‘Natuurlijk evenwicht’ van Ad Zuiderent hebben de gedichten een vast punt, soms in de middelste regel, soms aan de uiteinden, aldus de flaptekst. Pim Heuvel staat stil bij ‘Tuinpad’, niet toevallig het middelste gedicht van de hele bundel.

Lees verder

Klassieker 26: Rutger Kopland – Al die mooie beloften

Het gedicht ‘Al die mooie beloften’ van Rutger Kopland ontbreekt nadrukkelijk in de gelijknamige bundel die hij in 1978 het licht deed zien. Vier jaar later werd het – vrijwel volledig herschreven – wel het openingsgedicht van ‘Dit uitzicht’. Joop Leibbrand dringt dieper door in deze tekst(en), waarbij hij ook ‘Een psalm’, het openingsgedicht van Koplands debuutbundel ‘Onder het vee’ (1966), betrekt.

Lees verder

Klassieker 25: Rutger Kopland – Die Kunst der Fuge

‘Die Kunst der Fuge’ van Rutger Kopland is niet één gedicht, maar een vijfluik. Een cyclus van vijf gedichten dat één onderwerp heeft: verandering en het voorbijgaan van de tijd. Of toch niet? Pim Heuvel dwaalt met ons langs de regels, en laat zien hoe alles samenkomt.

Lees verder

Klassieker 24: Martinus Nijhoff – Impasse

Na de analyse van het minder bekende ‘Moeder’ van Martinus Nijhoff bespreekt Elly Woltjes in deze aflevering één van zijn bekendste gedichten: ‘Impasse’. Een zeer alledaagse situatie, met een dubbele bodem. Het gedicht liet Nijhoff ook niet los: twee jaar later gaf hij het gedicht een volstrekt ander slotakkoord, door de laatste twee strofen te herschrijven.

Lees verder

Klassieker 23: Martinus Nijhoff – Moeder

De debuutbundel van Martinus Nijhoff eindigt met maar liefst drie gedichten over de moederfiguur. Het laatste gedicht is getiteld ‘Moeder’ en is een herinnering aan de gestorven moeder – bijna twintig jaar voordat hij haar in ‘De moeder de vrouw’ zou aanroepen. Pim Heuvel roemt de precisie en de eenvoud in de taal van de jonge Nijhoff.

Lees verder