Klassieker 179: Mark Boog – Ridder

Lambert Wierenga laat zien, hoe het kinderlijk eenvoudige ogende ‘Ridder’ van Mark Boog zich als een pointillistische schildering geleidelijk aftekent. “Zou de – volwassen – spreekinstantie erkenning vragen voor wat ‘het kind’ – hier vervult de perspectivische ambivalentie, naast z’n procedurele functie, ook een thematische rol – meemaakt en doormaakt om het gevecht vol te houden?”

Lees verder

Klassieker 178: Leo Vroman – Een klein draadje

Hoewel er al vijf gedichten van Leo Vroman als klassieker besproken waren, achtte Wim Kleisen het passend er bij wijze van in memoriam een zesde aan toe te voegen. Vroman was 45 jaar oud toen hij ‘Een klein draadje’ publiceerde, een gedicht waarin hij zijn angst uitspreekt voor geestelijke aftakeling. Hoewel Vroman nog ruim een halve eeuw zou leven, bleef hij tot kort voor zijn dood scherp. En dichten.

Lees verder

Klassieker 176: Toon Tellegen – Men moet

Toon Tellegen mag dan grote bekendheid genieten vanwege zijn kinderboeken, in het bijzonder zijn verhalen over de eekhoorn en de mier, hij debuteerde als taalkunstenaar in 1980 met een dichtbundel. Intrigerende gedichten, met een geheel eigen sfeer. Eric van Loo buigt zich over het tien jaar oude ‘Men moet’.

Lees verder

Klassieker 175: H. Marsman – De bruid

Bij Hendrik Marsman denkt menigeen aan brede rivieren , die ‘traag door oneindig laagland gaan’. Wilma van den Akker breekt een lans voor een ander gedicht: “Als er één gedicht het verdient om voor altijd herinnerd te worden, is het ‘De bruid’ van Marsman.”

Lees verder