Bart Plouvier – Over de dingen

Onlangs verscheen de tiende bundel van Bart Plouvier: ‘Over de dingen’. De bundel bevat veel vormvaste poëzie, m.n. sonnetten. Het merendeel gaat over de relatie met een ‘schoon lief’, het ouder worden of een combinatie van beide. Ondanks de ronkende flaptekst en de vermelde grote staat van dienst van de dichter was het lezen van diens gedichten voor Peter Vermaat geen groot genoegen: “De structuur van de verzen vloeit nergens voort uit de inhoud en niet zelden gaat een breed opgezet gedicht als een nachtkaars uit”.

Lees verder

Toon Tellegen – Een van ons zal omkijken. Zijn mooiste gedichten.

‘Een van ons zal omkijken’ is de fors uitgevallen bloemlezing die taalkunstenaar Toon Tellegen (1941) voor ons heeft samengesteld uit veertig jaar dichterschap. In de ogen van Eric van Loo beschikt Tellegen over een geheel eigen stijl. Hij ziet weinig overeenkomsten met of verwijzingen naar het werk van anderen. Veel van Tellegens gedichten ademen een surrealistische sfeer, waarbij de personificatie een kenmerkende stijlfiguur is om de werkelijkheid uit het lood te zetten.

Lees verder

August Stramm – De mensheid / Wereldwee / De laatste / Wachten

Jan H. Mysjkin vertaalde twee lange gedichten en twee korte teksten van August Stramm (1874 – 1915), in de woorden van Paul van Ostaijen de enige expressionistische dichter van Duitsland. In de poëzie van Stramm gaan alleenstaande, vaak herhaalde woorden verbanden met elkaar aan, ritme en klank zijn essentieel, het is de lyriek van woordcomposities. Paul Roelofsen typeert deze bijzondere bundel als ‘Pijnpoëzie, stuwend en doordenderend, die men bij voorkeur hardop dient (voor) te lezen.’

Lees verder

Klassieker 231: Jannah Loontjens – Geplastificeerd

‘Geplastificeerd’ is bij uitstek een onpoëtisch woord. Jannah Loontjens stoort zich daar niet aan, en gebruikt het zelfs als titel voor een gedicht. Een bijzonder gedicht, volgens Inge Boulonois. Een klassieker over de moderne mens in een nieuwbouwwijk.

Lees verder

Pim te Bokkel – Dit en alles en heel het heelal

‘Dit en alles en heel het heelal’ is de vierde bundel van Pim te Bokkel, wiens debuut ooit genomineerd werd voor de C. Buddingh’ prijs. Te Bokkel zoekt het in deze bundel vaak dicht bij huis, waarbij ook het jonge vaderschap een dankbaar onderwerp is. Maurice Broere is enthousiast over de stijl van Te Bokkel, die optimaal gebruikmaakt van assonanties en alliteraties. “Een geslaagde bundel van een dichter die het vak tot in de finesses beheerst.”

Lees verder