Klassieker 79: Harmen Wind – Remedie

‘Remedie’ van de Fries-Nederlandse dichter Harmen Wind is een sonnet: twee kwatrijnen en een sextet in jambische tetrameter. Uit de titel spreekt een verlangen naar genezing, van angst en wanhoop en alles wat de ‘condition humaine’ tekent. De dichter vindt houvast in de poëzie met haar ‘vastgestelde wetten’. Inge Boulonois ziet parallellen maar ook verschillen met het beroemde ‘Woningloze’ van J. Slauerhoff.

Lees verder

Klassieker 78: Judith Herzberg – Een kinderspiegel

Met ‘Een kinderspiegel’ schreef Judith Herzberg een absolute klassieker. Zelf pas een dertiger schreef zij dit gedicht over de ouderdom vanuit het perspectief van een kind. In haar analyse laat Inge Boulonois zien, hoe knap dit eenvoudig ogende gedicht in elkaar steekt. En dat het –met het steeds gangbaarder worden van cosmetische chirurgie–meer dan ooit actueel is.

Lees verder

Klassieker 76: Co Woudsma – Thuis

Co Woudsma maakte in 1997 een opmerkelijk debuut met precieze en verrassende poëzie. Inge Boulonois over het gedicht ‘Thuis’: ‘Naar de vorm is dit een anakreontisch vers, d.w.z. zónder eindrijm en mét een strikt metrum: de tetrametische amfibrachys, zonder enige antimetrie.’ Ook inhoudelijk is ‘Thuis’ een bijzonder vers, dat snel zijn weg vond naar diverse bloemlezingen.

Lees verder

Klassieker 75: Ida Gerhardt – Christus als hovenier

Naast de klassieke oudheid was de bijbel voor Ida Gerhardt een belangrijke inspiratiebron. Bettine Siertsema bespreekt een gedicht dat Gerhardt schreef bij een schilderij van Rembrandt, waarin een stuk van het Paasverhaal uit het Johannes-evangelie uitgebeeld wordt.

Lees verder