Klassieker 69: Gerrit Achterberg – Fotografie

Het gedicht ‘Fotografie’ van Gerrit Achterberg maakt op het eerste gezicht een romantische, dromerige indruk. Rutger H. Cornets de Groot gaat niet voorbij aan de donkere kanten van het gedicht en alles wat op de achtergrond meeklinkt. Hoe dan ook: “Achterbergs poëzie is een poging om zijn geliefde te ontmoeten in de taal.” Daar is ‘Fotografie’ een klinkend voorbeeld van.

Lees verder

Klassieker 68: Gerrit Komrij – Een gedicht

Het heeft Gerrit Komrij altijd gestoken, dat hij meer faam heeft verworven als poëziecriticus en bloemlezer dan als dichter. Het gedicht ‘Een gedicht’ uit zijn debuutbundel is behoorlijk provocerend. Alsof poëzie nergens over gaat. Inge Boulonois bespreekt de twaalf genummerde regels.

Lees verder

Klassieker 67: Geerten Gossaert – Het brandende wrak

Carel Gerretson (1884 – 1958) kreeg in 1950 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre, wat voornamelijk uit historische en politieke essays bestond. Onder het pseudoniem Geerten Gossaert publiceerde hij één dichtbundel, ‘Experimenten’, die vele malen herdrukt werd in uitgebreide en herziene vorm. Herbert Mouwen koos hieruit ‘Het brandende wrak’, waarin zijn voortreffelijke verstechniek, met aandacht voor metrum, ritme en rijm, schitterend naar voren komt. ‘Een gedicht van de zee, die de dichter ervaart als een plaats van indrukwekkende schoonheid en een onmetelijke ruimte.’

Lees verder

Klassieker 66: Hans Andreus – Laatste gedicht

Met het sonnet ‘Laatste gedicht’, het slotgedicht van de bundel ‘Laatste gedichten’ (1977), sluit Hans Andreus zijn dichtersleven af. Edith de Gilde bespreekt dit gedicht voor ons: “In ‘Laatste gedicht’ wordt niet aan ‘dat licht / van mij, van jou’ getwijfeld, maar wel is er de schrik voor de laatste stap, het vallen in het onverhoeds onnoemelijke.”

Lees verder

Klassieker 65: Leo Vroman – Nacht

Joop Leibbrand bespreekt in een uitgebreide analyse niet alleen het gedicht ‘Nacht’ van Leo Vroman. Hij plaatst het tevens naast een verwant gedicht van Vroman, en ten slotte naast een gedicht van Willem Jan Otten en het gedicht ‘Tussen de lage kamer…’ van Vasalis. ‘Poëzie, het is een koppig spelen.’

Lees verder