Jan H. Mysjkin – De stilte van een verdronken hond

In ‘De stilte van een verdronken hond’ presenteert vertaler Jan H. Mysjkin het werk van twaalf contemporaine Roemeense dichters. Geert Zomer proeft een hoge mate van urgentie in het werk van deze dichters: ‘een intrigerende bloemlezing van twaalf dichters uit een verscheurd land. Jan Mysjkin schetst in zijn inleiding de recente geschiedenis van Roemenië en introduceert elke dichter uitvoerig.’

Lees verder

Peter Verhelst – ZON

In ‘ZON’ van Peter Verhelst spelen de gedichten zich af op het strand of in zee, in een auto of in een lichtgevend huis, maar altijd speelt de zon een rol. ‘Hij zet zijn poëtisch relaas in een wereldomspannend en mythisch perspectief neer’, aldus Johan Reijmerink. ‘Dat alles heeft Verhelst in een breed uitwaaierende beeldenstroom op gang gebracht en laten uitmonden in een maatschappijkritische oproep tot een ascetisch besef van rentmeesterschap.’ Niet voor niets is deze bundel genomineerd voor de Grote Poëzieprijs.

Lees verder

Lévi Weemoedt – Gezondheid!

‘Door menigeen vergeten / ben ik voor dood versleten / versleten ben ik wel / maar dood is iets te snel.’ Eric van Loo keek er afgelopen december wel even van op, toen hij Lévi Weemoedt tijdens het reclameblok op de radio hoogstpersoonlijk zijn nieuwe bundel ‘Gezondheid!’ hoorde aanprijzen. Met veel plezier las hij de bundel, die –minstens zo uitzonderlijk– drie maanden in de CPNB Bestseller 60 bivakkeerde.

Lees verder

T.S. Eliot – Gedichten 1917 – 1930

Hans Puper recenseerde de tweetalige uitgave ‘Gedichten 1917-1930’ van T.S. Eliot, vertaald, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Paul Claes. ‘[Het] is een mooie, gedegen uitgave, die inzicht geeft in de ontwikkeling van Eliot’s dichterschap.’ Dat Claes aanleiding geeft ‘na te denken over het mogelijke belang van biografische elementen in zijn werk (…) is een welkom extraatje.’

Lees verder

Klassieker 238: Frank Koenegracht – 1975

Het gedicht ‘1975’ van Frank Koenegracht oogt bedrieglijk eenvoudig. Een beknopte kenschets van een tijdsbeeld in tien regels, met een hilarisch einde. Bij de analyse van het gedicht stuitte Jeroen van den Heuvel op twee verwante gedichten, die elk op een eigen manier diepgang verschaffen aan de lezing van het gedicht. Drie klassiekers voor de prijs van één.

Lees verder