Klassieker 44: Jan Eijkelboom – 21 november 1981

‘Een gedicht dat spontaan de actualiteit reflecteert, zal, hoe geëngageerd ook, meestal snel gedateerd raken en hoogstens interessant blijven voor latere chroniqueurs.’ Joop Leibbrand beschouwt ‘21 november 1981’ van Jan Eijkelboom als een uitzondering op die regel: ‘in laatste instantie gaat het over de persoonlijke ontwikkeling van de ik.’ In zijn analyse legt hij Eijkelbooms gedicht naast de weergave van de grote vredesdemonstratie in ‘De Aanslag’ van Harry Mulisch.

Lees verder

Klassieker 43: Jan Arends – drie gedichten

Rutger H. Cornets de Groot bespreekt maar liefst drie gedichten van Jan Arends. Omdat het zulke dunne gedichten waren, stonden ze in de oorspronkelijke Klassieker in 2003 in kolommen naast elkaar. Omdat dit tot ongewenste interacties tussen de teksten kan leiden, zijn ze bij plaatsing op de nieuwe site onder elkaar geplaatst als afzonderlijke gedichten, zoals ze ook in de bundels van Jan Arends te vinden zijn.

Lees verder

Klassieker 42: Anneke Brassinga – Roeping

‘Roeping’ is het openingsgedicht van ‘Verschiet’, de bundel waarvoor Anneke Brassinga in 2002 de VSB-prijs voor poëzie ontving. Volgens Joop Leibbrand kwam die bekroning haar alleen al vanwege dit openingsgedicht toe, ‘want de wijze waarop zij in dit poëticale gedicht onderzoekt en verwoordt welke de krachtige impuls is die haar tot dichten aanzet, is indrukwekkend.’

Lees verder

Klassieker 41: Gerrit Kouwenaar – men moet

”Het analyseren van een gedicht vind ik een verkeerde methode. Volgens de leerboeken moet je in je eigen woorden navertellen waar het gedicht over gaat. Dat is helemaal contra wat een gedicht is. (…) Er ligt niet een schaduwgedicht onder een gedicht.” (Gerrit Kouwenaar) Joop Leibbrand laat echter zien, dat het wel degelijk loont om dieper in een tekst van de dichter door te dringen.

Lees verder

Klassieker 40: Anthonie Donker – Achterbalcon

Pim Heuvel vindt ‘Achterbalcon’ van Anthonie Donker door zijn tekortkomingen een merkwaardig gedicht. Maar ook een boeiend gedicht, dat het ongeloof en het onvermogen van de mens bijzonder treffend weergeeft. Als toegift volgt een gedicht van Martinus Nijhoff, dat zich net als ‘Achterbalcon’ op een tram afspeelt.

Lees verder