René van Loenen – Surplace

Marc Eyck vindt in de nieuwe bundel van René van Loenen, ‘Surplace’, gedichten die vertraging gebruiken om poëtisch voordeel te behalen. Hoewel Van Loenens taalgebruik in vorige bundels ook wel geduid werd als eendimensionaal, lijkt de dichter zich met deze bundel te revancheren. Het taalgebruik in deze bundel is eenvoudig en transparant, en roept op deze manier herkenning op. Toch mist de recensent ‘de worsteling met de mooi beschreven ervaringen of overdenkingen. De gedichten schuren niet, gaan je niet onder de huid zitten.’

Lees verder

Aly Freije – Een engel aan de deur

In de bundel ‘Een engel aan de deur’ van Aly Freije vindt recensent Marc Bruynseraede ‘gedichten die zwanger zijn van verdriet, gemis en rouw’. De briljante formulering: ‘Stilte steekt als een zeurende pijn’ die Bruynseraede leest in het openingsgedicht ‘wekt de indruk dat we hier met een dichteres van formaat te maken hebben, die weet hoe ze met taal kan omgaan.’ Met een taal die rijk is aan verbeelding schrijft ze gedichten ‘die zich allen in de sfeer van introspectie en het ontstijgen van het aardse tranendal bevinden.’

Lees verder

Astrid H. Roemer – Ik ga strijden moeder

Recensent Peter Vermaat ziet een haastig in elkaar gezette inleiding tot de bloemlezing ‘Ik ga strijden moeder’ van Astrid H. Roemer, maar de inhoud van de bundel laat juist een constante factor van persoonlijkheid en emotionaliteit in de poëzie van Roemer zien. En hoewel er ‘technische beheersing en zeggingskracht uit haar gedichten blijken’, treft Vermaat er geen ‘jaloersmakend vers’ in aan.

Lees verder

Rozalie Hirs – oneindige zin

Paul Roelofsen laat de poëzie uit de nieuwe bundel van Rozalie Hirs, ‘oneindige zin’, als instrumentale muziek over zich heenkomen en ziet zich beloond met een toenemend genoegen. Het gebrek aan kapitalen en interpunctie en een ingewikkelde syntaxis vragen veel van de lezer, maar ‘vooral de slotregels van meerdere gedichten eindigen prachtig.’ Ook de combinatie van een opgewekte en bevrijdende stemming enerzijds en wat zwaarmoedige gedichten anderzijds doen de bundel goed.

Lees verder

Marie Brummelhuis – Nee, niet weer over vlinders

In de verrassende debuutbundel van Marie Brummelhuis, ‘Nee, niet weer over vlinders’, vindt recensent Hettie Marzak een dichteres die zich niet opnieuw probeert te verliezen in herinneringen en rouwbeklag, maar die juist gedichten schrijft als vlinders ‘licht, kleurig en dansend van onderwerp naar onderwerp’. Brummelhuis schrijft directe, persoonlijke gedichten in toegankelijke taal en: ‘haar originele invallen en verwoordingen daarvan zijn verfrissend en zetten alledaagse dingen in een ander licht, alsof je een caleidoscoop een kwartslag draait.’

Lees verder