Rodaan Al Galidi – Digitale Hemelvaart

Een dichter met twee gezichten

door Bouke Vlierhuis

Rodaan Al Galidi kwam, het zal velen bekend zijn, in 1998 naar Nederland. Hij was toen al zes jaar op de vlucht voor de Iraakse dienstplicht. Tot het generaal pardon van 2007 verkeerde hij negen lange jaren in het mentaal slopende vagevuur van asielprocedures en illegaliteit. Lessen Nederlands werden hem ontzegd maar dat weerhield hem er niet van om in het Nederlands te gaan schrijven en publiceren. En hoe. Sinds zijn poëziedebuut Voor de nachtegaal in het ei uit 2000 publiceerde hij niet alleen nog vier dichtbundels maar ook drie columnbundels en vier romans. Gezien zijn achtergrond is het niet verbazend dat veel van zijn werk getekend wordt door de haat-liefde relatie die hij heeft met Nederland. Of eigenlijk met landen in het algemeen.

Veel van de kracht van Al Galidi’s werk ligt erin dat zijn gedichten meestal kleine, min of meer grappig bedoelde, verhaaltjes zijn. In zijn karakteristieke parlando moppert hij over Nederland en de Nederlanders, zijn beslommeringen als dichter en zijn gebrek aan succes bij de vrouwen. Zijn gedichten, zijn charme en zijn accent werken op het podium samen om het publiek keer op keer in te pakken.

In Digitale hemelvaart zien we echter meer dan ooit een andere Al Galidi. Zelf verklaarde hij tijdens de officieuze bundelpresentatie in Zwolle bijvoorbeeld over het gedicht ‘Irakees fotoalbum’ dat het een gedicht was zoals hij ze graag wilde schrijven. Het soort gedicht dat hij meestal weg gooit om het te vervangen door een gedicht waarvan hij denkt dat de mensen het willen lezen of horen. Het is een indrukwekkend gedicht geworden. Misschien wel het beste gedicht dat Al Galidi ooit schreef. In de zes strofen beschrijft Al Galidi foto’s. Maar de beelden zijn tegelijk concreet en mystiek, zoals alleen Al Galidi ze kan maken. Ik citeer de tweede en de laatste strofe:

Het bloed op mijn lippen op deze foto
komt doordat ik oefende
door mezelf te bijten.
Op deze foto heeft een hond
mij net in mijn hart gebeten.

[…]

Dit is de laatste foto.
Angst in mijn ogen,
zie hoe moe ik ben.
Yasin nam de foto stiekem
twee maanden voor mijn vlucht.
Ik kijk naar het rode water van de Eufraat
en denk aan mijn kinderjaren
en hoe ik ‘s nachts durfde te rennen,
alleen
tussen de honden.
Ik beklom de heuvels,
jankte naar de volle maan,
sprong omhoog, beet erin
en volgde het glanzende bloed
naar huis.

In de meeste van zijn gedichten werkt Al Galidi een enkel beeld uit tot een soort vertellinkje. Dat hij in dit gedicht een stroom minder uitgewerkte maar daardoor zeker niet minder krachtige beelden presenteert, is iets van een stijlbreuk. Maar het is een welkome aanvulling. Al Galidi vertelt in dit gedicht waar hij anders vier gedichten voor nodig had gehad.
Echter, zelfs in dit fantastische gedicht valt op dat Al Galidi’s beheersing van het Nederlands nog steeds te kort schiet. De zin ‘Het bloed op mijn lippen op deze foto komt doordat ik oefende door mezelf te bijten’, zo zonder regelval geciteerd heeft iets houterigs. Met dat twee keer ‘door’ en ‘Het bloed komt doordat’ waar een Nederlander eerder zou zeggen ‘ik heb hier bloed op mijn lippen omdat’. Natuurlijk is het poëzie en is in principe alles toegestaan maar het voelt op de een of andere manier niet natuurlijk. Hetzelfde geldt voor ‘De angst in mijn ogen, zie hoe moe ik ben’ en veel andere regels uit Digitale hemelvaart.
In de rest van de bundel staan vele van dit soort kromme zinnetjes en ook veel kleine maar storende foutjes. Zo worden in ‘Op de sneeuw’ ‘schrijvers van kranten’ uitgescholden: ‘De huurlingen! / Ze worden betaald door kranten en partijen!’ en staat er verderop in het zelfde gedicht ‘[…] twee zinnen: / ‘Ook wie goed schrijft, / kan hier niet blijven.” Daar had dus ‘twee regels’ moeten staan. De redacteur had hier wat mij betreft wel wat meer aandacht voor mogen hebben. Het was de bundel zeer ten goede gekomen.

Verder hebben wel heel veel van Al Galidi’s gedichten de vorm van een opsomming en worden sommige van zijn thema’s zo langzamerhand oud. Voor een succesvol dichter moppert Al Galidi ook wel heel veel over het gebrek aan waardering en het thema ‘Nederland en zijn regeltjes’ heb ik inmiddels ook wel een beetje gezien.

Maar, dat allemaal daar gelaten, is Al Galidi een knap dichter. Hij excelleert vooral in het uitwerken van een licht absurd, sterk symbolisch, beeld. Zoals in ‘Eindelijk een bed’, waarin de ik-figuur vertelt hoe hij na een ongeluk drie jaar op de stoep ligt voordat de ambulance komt. De broeders maken hun excuses en dan: ‘In plaats van sirene en zwaailicht / draaiden ze zachte muziek / en dempten het licht voor mij.’ En even verderop: ‘De chirurg en de verpleegkundigen / waren verbaasd / dat de wond nog open was, / terwijl het bloed op was.’ Huiveringwekkend mooie beelden van een dichter met een unieke manier van denken en kijken.

Rodaan Al Galidi is in meerder opzichten een dichter met twee gezichten. Een dichter die zich enerzijds misbruikt en verziekt voelt door ons land met zijn vele geschreven en ongeschreven regels maar anderzijds niet kan leven zonder zijn Nederlands publiek. Een dichter wiens beheersing van de Nederlandse taal vaak tekort schiet, maar die ook toegankelijker, vloeiender en beeldrijker een verhaal weet te vertellen dan vele ‘autochtone’ dichters. Een gekwelde dichter enerzijds, die wil schrijven over demonen uit een donker verleden, anderzijds een dichter die schrijft voor het podium, voor de lach van het publiek.
Wie is de echte Al Galidi? Moet deze dichter niet eens ophouden een pleaser te zijn en gaan schrijven wat hij diep van binnen wil schrijven? Dat dat tot mooie gedichten leidt kunnen we in Digitale hemelvaart zien. Maar tegelijkertijd zijn er al zo veel dichters die schrijven wat ze diep van binnen willen schrijven en later wel zien of er een publiek voor is. En we weten allemaal waar dat toe leidt: onverkochte oplagen, lege zalen en de beschuldiging dat de poëzie zich vervreemdt van zijn publiek.
En dat zijn drie dingen waar Al Galidi geen last van heeft. Terecht.

Geplaatst in Recensies.