Meandermagazine
Poëzie in beweging
Poëzie en religie
Zelfs in een tijd waarin de leegloop in de kerken totaal lijkt blijven de teksten van de oude geschriften in het collectieve geheugen bewaard. Als ze doorsijpelen in seculiere gedichten, is dat niet alleen verklaarbaar, maar ook goed. Want ze zorgen voor een gedragenheid die zelfs de ongelovige lezer onbewust herkent en aanvoelt. Een column van Rogier de Jong.
Noah Put
Noah Put schrijft poëzie die beklijft, vol originele beelden en mooie personificaties zoals ‘de gang draagt slome stappen / in staccato’ en ‘de straatlantaarns opperen in witte jas’. Maar de mooiste regel is toch wel ‘de nacht bij de arm nemen en vragen hoe je hier vandaan verdwaalt.’ Dat zouden wij ook wel willen weten en dan terugvinden of gevonden worden.

Mijt van Muiden - Opgeruimde beperkingen
Yolandi de Beer zegt dat het duidelijk is dat ‘Opgeruimde beperkingen’ van Mijt van Muiden, ‘liefdevol in elkaar gespijkerd is’. In deze debuutbundel spelen de gedichten vrijmoedig met taal, maar verliezen nergens hun vanzelfsprekendheid, volgens De Beer. ‘Er zit precisie in de beelden en ritme in de observaties, zonder dat de bundel zwaar of pretentieus wordt.’
Interview Katelijne Brouwer
In de poëzie heeft dichter Katelijne Brouwer haar vorm gevonden. Maar ze heeft ook een mislukte roman in een la liggen. ‘Het blijft zoeken. Schrijven is schrijven, niet sturen, niet jezelf censureren.’ Ze draagt graag voor. Maar anders dan toen ze actrice wilde zijn, gaat het haar nu om het verhaal, de boodschap en vooral om verbinding.

Bo Vanluchene - De transformatiemachine
‘De transformatiemachine’ is het debuut van Bo Vanluchene. Jac Janssen constateert:
‘Deze bundel is noodzakelijk, vermakelijk, ontroerend, actueel, urgent, soms wat gemakzuchtig en springerig, maar met meer dan genoeg fraaie versregels en vondsten die beklijven. Het overstijgt het individuele en brengt de worsteling van een hele bevolkingsgroep voor het voetlicht.’
Marijke Hanegraaf
Marijke Hanegraaf heeft een heel eigen en doorgedreven toon, haar poëzie heeft iets bezwerends en origineels, ‘een orgeltoon die zich zwaar en traag in de branding begraaft’.
Er zit urgentie en actualiteit in haar werk, emotie en analyse, realiteit en hoop. Er komt een kantelpunt maar ‘doezelig gekabbel laat zich nog niet meteen verjagen’. Haar gedichten nodigen uit tot herlezen.
