Meandermagazine
Poëzie in beweging
Symbolen in een droge zomer
In vrolijke buien zingt Jan Loogman graag ‘Een ballon een ballon een ballonnetje’, een liedje van Toon Hermans. Maar ‘zon en ballon, zij kunnen niet meer onbekommerd dienen als symbool van vreugde, blijdschap, levenskracht.’ Zijn weersverwachting voor de komende jaren: zoveel zon dat de zonnebloemen zich ervan af zullen keren. De regen lijkt weinig kans te maken de zon als symbool van leven en levensvreugde te mogen vervangen.
Bart Jan Lenaerts
Het werk van Bart Jan Lenaerts roept een mythische ontstaansgeschiedenis op, een fluïde manier van zijn, nog voor alles vorm krijgt. Het is origineel, met een donkere en geheimzinnige buitenwereld. Indringende vragen die we onszelf kunnen stellen, welke gedaante nemen we aan en blijven we als schaduwdieren achter? Hoe bewegen we en wat raakt ons (aan)?

Ini Statia - Aan de rand van mijn eiland
‘Aan de rand van mijn eiland’ is de tweede bundel van Ini Statia. Ali Şerik zegt dat zij niet alleen een ambassadeur van haar poëzie is, maar ook van de ABC-eilanden, en van haar moedertaal, het Papiaments. ‘De dichter voelt zich onlosmakelijk verbonden met het eigen karakter van de eilanden, zij maken deel uit van haar wezen.’
Interview Daniël Franck
‘Schrijven is enerzijds – en toch wel voor een belangrijk deel – mijn brandstof, maar anderzijds is het ook een confrontatie met mezelf.’ Daniël Franck in gesprek met Wim Vandeleene over zelfkritiek, de inkt als brandstof en de zoektocht naar de juiste vorm. ‘Voor de fase van het schrijven zelf tracht ik me mentaal te ontkoppelen van mijn omgeving.’

Babs Gons - Wie zijn we morgen
In ‘Wie zijn we morgen’ van Babs Gons staan de gedichten die ze schreef tijdens haar periode als Dichter der Nederlanden. Johan Reijmerink geeft in deze longread aan dat er beheerste hartstocht, weloverwogen zegging en doorvoelde levenservaring spreekt uit haar poëzie. ‘Met haar dichterschap is er een unieke stem de Nederlandse poëzie binnengekomen, die wat in haar hart en ziel leeft in verstaanbare versregels weet te vertolken.’
Bert Struyvé
‘soms ontdek ik in mijn eigen spiegel zomaar iedereen’, dicht Bert Struyvé en wij onszelf in deze waterval van woorden, ‘en bij jou, toch nog onverwacht, een schip de wal negeert /
dat eenvoudig navigerend op de stroom landinwaarts vaart / terwijl jij je vuurwerk moet laten verdrinken en je aansluit in de rij’, zo is het.
