Meandermagazine
Poëzie in beweging
Vervuilde taal en heilzame stilte
Hans Franse zou willen dat we meer stilte hadden, als antwoord op vervuilende, maskerende taal. Zonder blikken of blozen worden leugens of onzinverhalen verteld met een air en zekerheid of we met orakels van doen hebben. De kwantiteit van het geruis stijgt, het aantal woorden neemt af: taalgrens heeft bij hem een andere betekenis gekregen dan een grens waar twee talen aan elkaar raken.
Michael Vonk
Er spreekt een grote urgentie uit de gedichten van Michael Vonk. Erg mooi, dat inzoomen op de details. Prachtige zinnen als ‘ik heb geprobeerd me uit te smeren / over de vensterbank, over de stoep / over de rug van een vreemde in de tram’ en vergelijkingen als ‘we botsen tegen elkaar op / als ontdooide erwten in een schaal / zacht genoeg om te deuken’.

Arnout ter Haar - Kom terug, reiziger
In de debuutbundel ‘Kom terug, reiziger’ van Arnout ter Haar, doorlopen we een rouwproces in beeld en woord. Tom Veys zegt erover: ‘Graag neem ik de illustraties als uitgangspunt, omdat beeld en woord goed samengaan in deze bundel. De dichter hanteert een toegankelijke, eenvoudige taal, de vaak abstracte schilderijen spreken de kijker aan en roepen een aparte en sterke sfeer op.’

Interview Jolanda Kooijmans
Het creatief proces tussen schilderen en schrijven is bij Jolanda Kooijmans ongeveer hetzelfde, maar de behoefte/intentie achter het werk verschilt. Schilderen is ontspannend en contemplatief, het lijkt op tuinieren. Schrijven gebeurt veel koortsachtiger. Het proces zelf bestaat uit duizend-en-één kleine uitprobeersels en experimenten, mixen en mengen, dingen uitvergroten of juist verkleinen, aan elkaar plakken of uit elkaar trekken. Dat gebeurt intuïtief, in grote concentratie.

Tania Verhelst - In de naam van de vader, de moeder en een rondtollende steen
De derde bundel van Tania Verhelst, ‘In de naam van de vader, de moeder en een rondtollende steen’, toont opnieuw haar vakmanschap als dichter. Yvan De Maesschalck concludeert: ‘ze trakteert de lezer aanhoudend op lichtvoetige, subtiele, ambigue verzen die grote vragen oproepen. Altijd rakelings, vanuit een klein, kwetsbaar of ingetogen perspectief.’
Richard Klapwijk
Wat doen deze observaties voor ons als lezer? Het verlangen van de dichter is knap opgeroepen en goed uitgewerkt, het landschap wil ons iets zeggen, iets uitleggen, maar wat dan, de vraag blijft open. Het landschap als persoon, als onze vriend, en dan is er nog de buurvrouw die de vuilnis buiten zet alsof ze een offer brengt voor onbekende goden.
