Meandermagazine
Poëzie in beweging

Han Kang - Ik leg de avond in een la
In de bundel ‘Ik leg de avond in een la’ van Han Kang, treft Ivan Sacharov ‘fenomenale poëzie' aan. De gedichten drukken weemoed en eenzaamheid uit. De dichter probeert iets ongrijpbaars vast te leggen. In veel gedichten speelt kijken een rol. Sacharov duidt aan dat het verder gaat dan alleen kijken: ‘Ogen hebben in deze poëzie iets dat over de dood heen gaat’.
Vive la rose
Van ‘Vive la rose’ wordt Hans Franse heel blij. Het gedicht van Ronsard is subtiele verleidingskunst waarin leven en dood samenkomen in de lichamelijke liefde. De teksten van de dove dichter werden op muziek gezet door Guy Béart, een Frans chansonnier. Er wordt van hem verteld dat, wanneer hij inspiratie kreeg voor een liedtekst, hij tijdens het bedrijven van liefde wegliep om het te noteren.
Klassieker 301 : Patrick Conrad – 1477
Jan Buijsse bespreekt '1477' van Patrick Conrad (°1945) - een gedicht met raadsels (gelukkig maar). In een montage van acht scènes, verlopend van het brede openingsbeeld naar de close up van de wolvenogen, wordt de dood van Karel de Stoute op bijzondere wijze belicht.

Het commentaar van Tom Veys
Schaken is een thema dat in verschillende vormen van de literatuur wordt behandeld. Schaken kan bovendien een uitgangspunt voor poëzie zijn, zo zegt Tom Veys. Hij toont dit aan met gedichten van verschillende dichters, waaronder een gedicht van Ingmar Heytze dat hij schreef naar aanleiding van het overlijden van de Nederlandse schaakgrootmeester Jan Timman.

Interview Lotte Dodion
‘Poëzie is een oefening in aandacht, is adem, denk- en voelruimte, tegen de drukkende prikklok van de werkelijkheid in’, zegt Lotte Dodion. ‘Poëzie richt je aandacht op dingen die niet scrollend of in een to do lijst- te vangen zijn en waar we zelden meer dan een kruimeltijd aan geven, terwijl het net gaat over dat wat echt van waarde is, dat wat van ons mensen en medemensen maakt.’

Joris Iven - Quasi autobiografisch
In ‘Quasie autobiografisch’ van Joris Iven vindt Anneruth Wibaut het jammer dat de dichter in deze flinke bundel veel particuliere en observerende gedichten heeft opgenomen, terwijl de universele gedichten meer tot de lezer spreken en sterker zijn. Wibaut ervaart het zo: ‘Nu moeten we ons een paar keer door stukjes rijstebrij heen eten alvorens weer het Luilekkerland van de aansprekende poëzie te mogen betreden.’
