Meandermagazine
Poëzie in beweging

Interview Lotte Dodion
‘Poëzie is een oefening in aandacht, is adem, denk- en voelruimte, tegen de drukkende prikklok van de werkelijkheid in’, zegt Lotte Dodion. ‘Poëzie richt je aandacht op dingen die niet scrollend of in een to do lijst- te vangen zijn en waar we zelden meer dan een kruimeltijd aan geven, terwijl het net gaat over dat wat echt van waarde is, dat wat van ons mensen en medemensen maakt.’

Joris Iven - Quasi autobiografisch
In ‘Quasie autobiografisch’ van Joris Iven vindt Anneruth Wibaut het jammer dat de dichter in deze flinke bundel veel particuliere en observerende gedichten heeft opgenomen, terwijl de universele gedichten meer tot de lezer spreken en sterker zijn. Wibaut ervaart het zo: ‘Nu moeten we ons een paar keer door stukjes rijstebrij heen eten alvorens weer het Luilekkerland van de aansprekende poëzie te mogen betreden.’
Mens en gevoelens (2)
Nog even meereizend met dichter G. Nu naar een restaurant waarin Grieken wezenloos televisie blijven kijken, zwijgen zorgt voor ongemak, haargroei ook, als onze dichter in een gemeenschappelijk Japans bad stapt en iedereen dientengevolge eruit stapt. Japan bleef favoriet maar zeer nauw aan het hart ligt Curaçao en van dat alles wordt poëzie gemaakt. En mooie verhalen.

Kreek Daey Ouwens – Daun
‘Daun’ is een aangrijpende bundel over een jongen met het syndroom van Down, en meer dan dat. De dichter geeft nergens commentaar, zij geeft uitsluitend de gedachten van Daun weer, maar daarmee ondervang je het gevaar van sentimentaliteit niet. Maar Kreek Daey Ouwens heeft genoeg ervaring om niet in die valkuil te stappen.
Overal langs de wachttoren
Voor hij het wist stond Rogier de Jong tegen de reling van de Karelsbrug het eerste lied dat hem te binnen schoot te zingen: ‘All Along the Watchtower’ van Bob Dylan. Wat een heerlijke herinnering in deze column, gevolgd door zijn interpretatie van dit beroemde lied. Nattevingerwerk misschien, maar in zijn eigen column mag hij de geest de vrije loop laten.
Paul Snoek op zoek naar de waarheid van poëzie
Waarheid is niet eeuwigdurend en altijd gebonden aan tijdelijkheid en ruimtelijkheid, of zoals Stefaan van den Bremt heeft geschreven: ‘Dichten is het IK en het NU / betrekken in het spanningsveld / van alledag en alleman’. Paul Snoek beriep zich op het goddelijke en ‘bovenmenselijke genade’ als ultieme bron van het woord, waardoor hij zich expliciet op metafysisch terrein waagde.
