Meandermagazine
Poëzie in beweging

Dorien De Vylder - Duizend versies klaar water
In de derde bundel van Dorien De Vylder speelt op de achtergrond de coronapandemie terwijl het moederschap een grote plaats inneemt. Peter Vermaat zegt dat niet het onzegbare gesuggereerd wordt, maar dat er staat wat er staat: ‘Veel van de gedichten in deze bundel laten zich lezen als helder water, waarbij echter de bodem nooit in zicht komt. Dat leidt tot schijnbaar bijna oneindige, maar tegelijk zeer beperkte diepgang.’
Silvester Klaasman
Deze dichter heeft zowel korte overwegingen als langere verzen, beiden vol weemoed en verbazing, wat humor en afstand, als in ‘Ik zie een weduwnaar hangen / aan een lapje stof / bovenaan een steile rotswand / (een kind kwam ooit langs, reikte hem een trui aan).’ En ‘wolken die langzaam aan mijn voeten / voorbij dreven.’ Mooi, beeldend.

Antoon Van den Braembussche - Spiegel van de ziel
Johan Reijmerink schreef een longread van ‘Spiegel van de ziel’ van Antoon Van den Braembussche. Hij noemt het een ingetogen en doorleefde bundel: ‘Van den Braembussche benadert al zijn leven lang de werkelijkheid op twee manieren. Naast zijn denkkracht om het leven te doorgronden is er zijn emotioneel aangedreven melancholie, waarmee hij het mysterie van het leven door de verstillende werking van de poëzie gewaar tracht te worden.’
Poëzie en religie
Zelfs in een tijd waarin de leegloop in de kerken totaal lijkt blijven de teksten van de oude geschriften in het collectieve geheugen bewaard. Als ze doorsijpelen in seculiere gedichten, is dat niet alleen verklaarbaar, maar ook goed. Want ze zorgen voor een gedragenheid die zelfs de ongelovige lezer onbewust herkent en aanvoelt. Een column van Rogier de Jong.
Noah Put
Noah Put schrijft poëzie die beklijft, vol originele beelden en mooie personificaties zoals ‘de gang draagt slome stappen / in staccato’ en ‘de straatlantaarns opperen in witte jas’. Maar de mooiste regel is toch wel ‘de nacht bij de arm nemen en vragen hoe je hier vandaan verdwaalt.’ Dat zouden wij ook wel willen weten en dan terugvinden of gevonden worden.

Mijt van Muiden - Opgeruimde beperkingen
Yolandi de Beer zegt dat het duidelijk is dat ‘Opgeruimde beperkingen’ van Mijt van Muiden, ‘liefdevol in elkaar gespijkerd is’. In deze debuutbundel spelen de gedichten vrijmoedig met taal, maar verliezen nergens hun vanzelfsprekendheid, volgens De Beer. ‘Er zit precisie in de beelden en ritme in de observaties, zonder dat de bundel zwaar of pretentieus wordt.’
