Meandermagazine
Poëzie in beweging
Interview Jac. M. Janssen
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het tweeënzestigste gesprek, met Jac. M. Janssen. Over het begin van een levenslange liefde: zijn eerste verzamelbundel, ‘Dichters van deze tijd’ (van Paul Rodenko, Sybren Polet en Gerrit Borgers, 23ste druk!). Hoe leerzaam het is om je als lezer af te vragen: wat vind ik van deze tekst en waarom vind ik dat? Hoe kom ik voorbij mijn subjectieve indruk?

Tonko Brem - Klavertjevier
In ‘Klavertjevier’ staan gedichten voor kinderen geschreven door Tonko Brem (pseudoniem van Antoon Van den Braembussche), de fleurige illustraties zijn van Marieke Janssen. Hettie Marzak vindt het geen bundel voor kinderen. Niet alleen omdat er uitdrukkingen in staan die kinderen niet kunnen begrijpen, maar omdat sommige gedichten seksistisch en discriminerend zijn. Dit stuit Marzak tegen de borst, hier kwets je kinderen mee.
Vanaf dat moment ging het faliekant mis
Soms is een prijsuitreiking van een poëziewedstrijd een waar uitje, andere keren weet je niet wat je moet verwachten en heel soms gaat het helemaal fout. Alles staat of valt met een goede organisatie. En hoewel het tenslotte niet om de prijs gaat, maar om de eer, is het toch wel erg sneu als de voltallige jury er met de bloemen vandoor gaat.

Saskia De Vriese - Vulpasta
Taco van Peijpe vindt dat Saskia De Vrieze met de bundel ‘Vulpasta’een origineel en overtuigend debuut heeft geschreven: ‘In eenvoudige taal, zonder een woord te veel, geeft de dichter indringende sfeertekeningen. Bij elkaar vertellen de gedichten over belevenissen van een hoofdpersoon die zich ontwikkelt als was het een romanpersonage.
Stadsdichters
Er is geen eenduidige definitie van een stadsdichter. Hans Franse over zijn Den Haag en de stadsdichters van vroeger. Den Haag heeft nu twee jonge stadsdichters, voortgekomen uit een wedstrijd op middelbare scholen, begeleid door het Huis van de poëzie, Anu Soerjoesing en Govert van der Velde maar Ilja Leonard Pfeiffer zou eens een jaar de stadsdichter moeten worden en op zijn manier de straten beschrijven.
Klassieker 297 : Anna Blaman – Winter
Hettie Marzak staat stil bij 'Winter', een sonnet dat Anna Blaman (1905 - 1960) publiceerde in 1940. Niet alleen de vensters zijn bevroren, maar ook de ‘ik’ zelf is verstard en koud als ijs. Voor het raam legt zij - eenzaam en alleen - het ‘bodemloos bestaan’ waarover ze nadenkt langs de meetlat van haar verwachtingen. Buiten worden de voetstappen, van een geliefde waar ze naar verlangden maar nooit had, langzaam ondergesneeuwd totdat er niets meer van te zien is.
