Meandermagazine
Poëzie in beweging

Het commentaar van Wopke van der Lei
Wopke van der Lei geeft commentaar op het feit dat volgens hem de eindtijd voor de streektalen niet nábij is, maar al praktisch vóórbij. Dit omdat het Standaardnederlands de streektaal opslokt en dooddrukt. Daarom is hij blij met de verzamelbundel ‘Vier je eigen taal’. Hierin staan ca. zeventig te onderscheiden tongvallen, waarvan het grootste deel behoort tot de Nederlandse taalfamilie.

Interview Nisrine Mbarki Ben Ayad
Op 1 februari van dit jaar werd Nisrine Mbarki Ben Ayad in de Amstelkerk in Amsterdam geïnaugureerd als Dichter der Nederlanden. Poëzie is wat haar betreft de puurste vorm van taal die ze kan bezigen. Ze wil graag bekend worden als de dichter die de grenzen van het papier heeft opengebroken en de Nederlandse poëzie voor eens en voor altijd meertalig heeft gemaakt.

Annemarie Timmer - hoor de roerfluit en de nachthoorn
In ‘hoor de roerfluit en de nachthoorn’ van Annemarie Timmer is, volgens Tom Veys, de taal de katalysator: ‘De gedichten spreken aan. In de vrij talrijke olieverfschilderijen zien we vaak éénzelfde patroon of variaties daarop. De taal slingert zich door die schilderijen heen op een concrete en lyrische manier.’

Parels in het Poëziecentrum Nederland (2)
In deel 2 van de nieuwe serie van Wim van Til twee “Luceberts” die een bijzonder deel van de parelketting vormen die de collectie van het Poëziecentrum Nederland in wezen is. Een uitstapje naar een prestigieus theaterproject van Scarabee èn een deel van het gedicht 'tijdtafel en geslachtstabel' uit de bundel 'Mooi uitzicht & andere kurioziteiten' (1965) met niet eerder gepubliceerd werk.

Frank Pollet - Ik, Zuster Gabrielle!
In ‘Ik, Zuster Gabrielle!’ staat Frank Pollet stil bij de mysterieuze verdwijning van zuster Gabrielle in 1982 uit een klooster in Dendermonde. Pollet wil een ‘monument duurzamer dan brons’ voor haar oprichten. Volgens Yvan De Maesschalck slaagt hij met verve hierin: ‘hij richt een indringende cenotaaf op voor de zuster, ter compensatie voor de falende rechtsgang en haar nog altijd spoorloze vermissing.’
Parlando!
Rogier de Jong richt zich in deze column op de parlando dichtvorm: prozagedichten, ook wel verhalende of anekdotische poëzie genoemd. Een vorm van poëzie die de afstand tussen kunst en alledaags leven wil verkleinen. Ondanks de heldere spreekstijl van parlando poëzie, is er ook ruimte voor stijlkenmerken als enjambement, alliteratie, klankassonantie en (soms) rijm. Met voorbeelden van dichters Jan Eijkelboom, Frank Koenegracht en Erik Menkveld.
