LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Vrede
Vrede
Een kleine, eigenwijze selectie van gedichten rond het woord ‘vrede’. Vrede als kalmte, gemoedsrust, stilte, verademing, sereniteit, zielsrust, stilheid, geruststelling. Vrede als afwezigheid van oorlog, vrede als groot woord, gebed, wens, teken van respect, vrede als leven in harmonie, vrede in het klein, een versje onder ons, een ontmoeting in taal.
Bjorn Knoops
Bjorn Knoops
De eenvoud van deze gedichten van Bjorn Knoops bevalt ons. Ze cirkelen rond hetzelfde thema, ze horen samen. De dichter roept veel op met weinig woorden, hij heeft een duidelijke eigen toon. Wat blijft er over als iemand of iets weg is, die soberheid en verstilling ontroert. Een warmte die ons niet toebehoort maar wel omhelst.
Jan M. Meier
Jan M. Meier
In deze nieuwe gedichten van Jan M. Meier zitten veel sprekende beelden. Van een teloorgang, ‘wind vloert het skelet van een oude abeel’ en ‘waait verlangen uit een meisjesjurk’ maar ook prachtige over het ontstaan van een gedicht, ‘hij wacht op een woordenaar’ en ‘de krijgslach van een kraai’, ‘woorden zijn witte bruiden’. Taal is iets tastbaars, ‘aarde scheppen tussen de regels’.
Tara Lyn Jansen
Tara Lyn Jansen
Geen overbodige uitleg bij deze dichter en genoeg spanning. Gedichten die beklijven door het afroepen van een unheimliche sfeer en dat alleen door de ruimte te beschrijven. Hoe je het warm probeert te krijgen, maar de kou niet buiten kan houden en een vlieg op de muur die het een beetje griezelig en onheilspellend maakt. Originele beelden die lekker veel openlaten.
Benoit Van der Cruysse
Benoit Van der Cruysse
Niet eerder zagen we de wanhoop zo weergegeven als in het laatste vers van Benoit van der Cruysse. Zijn poëzie is origineel, beeldend en raakt ons. ‘Onder onze botten bloedt de grond’, daar begint het al, ‘donker, ruikt naar vroeger’, en dan ‘De dag dat’. Naakte regels, waarachter zoveel meer. Bevragend, op zoek naar de eigen betekenis.
Albert Hagenaars
Albert Hagenaars
In deze gedichten van Albert Hagenaars, uit zijn Javaanse Suite, klinkt het barokke en geheel eigen geluid van hem, klankrijk en teder, tegelijk fel en duidelijk: ‘Strijdbare strofen gaan zijn rapporten dan te boven.’, ‘de prijs van genadebrood.’, met woorden als ‘De pit’, ‘De groei’, ‘De bloei’, ‘De roede’, ‘Het lot’, en dan: ‘ontdoe hun heden van ons verleden.’
Guido De Bruyn
Guido De Bruyn
Deze hommage aan Johannes Vermeer van gelauwerd dichter Guido De Bruyn heeft een zekere lichtheid, iets impressionistisch. ‘Dat is alles, geen ingrediënt lijkt te ontbreken: / onder de vergulde kan wacht de vergulde schotel, / iets staat voor altijd te gebeuren. / Wees gerust, sust het zilver: hier mag worden gemorst / met overdadig, zorgvuldig zondaglicht.
Aafke van Pelt
Aafke van Pelt
Een taalfestijn, het werk van Aafke van Pelt, in een consequente eigen stijl. Heerlijk zinnelijk met woorden die ‘doorglijden in je open keel alsof je een oester leeggiet’, met ‘volhongere vingers’ en ‘suikerslagroomwolk’, ‘pistachekruimbestrooide’ en het ‘weezoete vet’ en ‘het kleverige proef-maar-alles op onze huid’ en ‘dat wat er nakomt’: ‘we smaken eindelijk vol’, ‘nasmaak die blijft spoken’.
Jaap Bos
Jaap Bos
De poëzie van Jaap Bos is bezwerend, origineel, zinnelijk met mooie vergelijkingen als ‘de wind dreef de continenten uiteen / als bladeren op het water.’ De verzen roepen veel op, ‘Ik wacht op het moment dat het vlies zal breken.’ Bedwelmen soms en af en toe blijven de woorden steken als prikkeldraad. Met ‘de hand van de tijd’ en ‘een bewijs uit het ongerijmde’.