Archief

Gerrit Massier - Aangevlogen uit het schaduwloze
Jaap Bos bespreekt ‘Aangevlogen uit het schaduwloze’, van Gerrit Massier en zijn oordeel is gemengd: ‘Sommige gedichten spreken aan, nemen de lezer mee, geven momentjes van herkenning – maar in andere gedichten blijft de dichter te dicht bij zichzelf en houdt hij de lezer te veel op afstand om te overtuigen.’
Nieuwsbrief 30 / 16 augustus
Vervuilde taal en heilzame stilte
Hans Franse zou willen dat we meer stilte hadden, als antwoord op vervuilende, maskerende taal. Zonder blikken of blozen worden leugens of onzinverhalen verteld met een air en zekerheid of we met orakels van doen hebben. De kwantiteit van het geruis stijgt, het aantal woorden neemt af: taalgrens heeft bij hem een andere betekenis gekregen dan een grens waar twee talen aan elkaar raken.
Michael Vonk
Er spreekt een grote urgentie uit de gedichten van Michael Vonk. Erg mooi, dat inzoomen op de details. Prachtige zinnen als ‘ik heb geprobeerd me uit te smeren / over de vensterbank, over de stoep / over de rug van een vreemde in de tram’ en vergelijkingen als ‘we botsen tegen elkaar op / als ontdooide erwten in een schaal / zacht genoeg om te deuken’.

Arnout ter Haar - Kom terug, reiziger
In de debuutbundel ‘Kom terug, reiziger’ van Arnout ter Haar, doorlopen we een rouwproces in beeld en woord. Tom Veys zegt erover: ‘Graag neem ik de illustraties als uitgangspunt, omdat beeld en woord goed samengaan in deze bundel. De dichter hanteert een toegankelijke, eenvoudige taal, de vaak abstracte schilderijen spreken de kijker aan en roepen een aparte en sterke sfeer op.’

Interview Jolanda Kooijmans
Het creatief proces tussen schilderen en schrijven is bij Jolanda Kooijmans ongeveer hetzelfde, maar de behoefte/intentie achter het werk verschilt. Schilderen is ontspannend en contemplatief, het lijkt op tuinieren. Schrijven gebeurt veel koortsachtiger. Het proces zelf bestaat uit duizend-en-één kleine uitprobeersels en experimenten, mixen en mengen, dingen uitvergroten of juist verkleinen, aan elkaar plakken of uit elkaar trekken. Dat gebeurt intuïtief, in grote concentratie.

Tania Verhelst - In de naam van de vader, de moeder en een rondtollende steen
De derde bundel van Tania Verhelst, ‘In de naam van de vader, de moeder en een rondtollende steen’, toont opnieuw haar vakmanschap als dichter. Yvan De Maesschalck concludeert: ‘ze trakteert de lezer aanhoudend op lichtvoetige, subtiele, ambigue verzen die grote vragen oproepen. Altijd rakelings, vanuit een klein, kwetsbaar of ingetogen perspectief.’
Richard Klapwijk
Wat doen deze observaties voor ons als lezer? Het verlangen van de dichter is knap opgeroepen en goed uitgewerkt, het landschap wil ons iets zeggen, iets uitleggen, maar wat dan, de vraag blijft open. Het landschap als persoon, als onze vriend, en dan is er nog de buurvrouw die de vuilnis buiten zet alsof ze een offer brengt voor onbekende goden.

Klaske Havik - Benader
Klaske Havik heeft met haar debuut ‘Benader’ volgens Peter Vermaat de plank misgeslagen. Het is allemaal te pretentieus: ‘’Wat zou er ontbreken wanneer je als kennelijke expert op het gebied van architectuur je indrukken, wederwaardigheden, dagboekfragment en desnoods je emoties weergeeft in een boekje, wellicht geïllustreerd met eigen foto’s, zonder dat je zo verschrikkelijk je best doet om voor ‘dichter’ door te gaan?’’

Zomerstop
Van 20 juli tot 10 augustus heeft Meander haar zomerstop. We wensen u een zomer zonder zorgen met een gedicht van de onlangs overleden Johanna Kruit.
Nieuwsbrief 29 / 19 juli
‘...et in Arcadia ego…’
Arcadia was eigenlijk een stukje van de Peloponnesos, dat bij Vergilius een land van vrede werd, pastoraal geluk, een land van melk en honing. Goethe gebruikt die uitdrukking als motto voor zijn ‘Italienische Reise’. Eigenlijk is die betekenis onjuist. De uitdrukking verwijst naar de dood, die je ook in het mooie, vreedzame Arcadië kunt treffen. Je vindt het veel op grafstenen’...et in Arcadia ego’.
Gert de Graaf
Gert de Graaf heeft een kritische stem die consequent wordt uitgewerkt, met humor en een terloopsheid en soms een dubbele betekenis. Hij nodigt je uit om anders naar de dingen te kijken, te vertragen, tot jezelf verliezen zelfs, het oog hunkert, bomen worden ‘wieren wiegend in de wind’, niet alleen ‘hier en daar een mooie klank, / zoals snerp’.

Lieke Marsman - In mijn mand
‘In mijn mand’ van Lieke Marsman uit 2022 is een grondige zelfreflectie over de eindigheid van het bestaan. Een nauwkeurig gecomponeerde hartenkreet dooraderd met mooie en verrassende poëtische observaties, aldus Kamiel Choi.

Interview Sarah de Koning
Sarah de Koning schreef de beste Nederlandstalige dichtbundel van de drie voorafgaande jaren. Ze omschrijft de bundel zelf als ‘Een verzameling miniaturen en observaties waarin allerlei vrouwenstemmen op verhaal proberen te komen, in de vorm van dagboeken, brieven, kattebelletjes, telefoongesprekken. Eigenlijk onafgewerkte open vormen.’ Ze ziet de kracht van poëzie in thema’s die bijna niet in taal passen, waar het lichaam, het leven, de ervaring in overlopen.

Lieke Marsman - De volgende scan duurt vijf minuten
De bundel uit 2018 van Lieke Marsman, ‘De volgende scan duurt maar vijf minuten’, schreef de dichter naar aanleiding van haar kankerdiagnose. Eric van Loo gaf destijds aan in zijn recensie dat het thema was.:’ Hoe een ziek lichaam zich verhoudt tot een zieke wereld’.
Nele Bruynooghe
Bijzondere en bezwerende poëzie van Nele Bruynooghe. Een boeiende eigen stijl en toon, opgetogen, warm, zinnelijk, vol beloften. Met lievelingsversregels: ‘de avond ervoor / heeft vetranden die zich afzetten als slib en glanzen als natte lippen / het maakt de ochtend zwaar zoals haar op pubermeisjesbenen /in de turnles: hoe kan ik gaan zitten dat het niet opvalt’.

Lieke Marsman - Wat ik mezelf graag voorhoud
Om stil te staan bij het trieste overlijden van de getalenteerde dichter Lieke Marsman, plaatsen we deze week drie eerder verschenen recensies van haar bundels. Vandaag starten we met de bespreking van haar debuut uit 2010. ‘Wat ik mijzelf graag voorhoud’ werd destijds besproken door Bouke Vlierhuis en het won de . C. Buddingh'-prijs
Nieuwsbrief 28 / 12 juli
Bordewijk, de dichter
In de trein van Alkmaar naar Vlissingen rees bij Rogier de Jong de vraag of de meester van het hoekige proza, Bordewijk, ook poëzie had geschreven en inderdaad, en geen slechte ook. Nog hoort onze columnist de kat Bordewijk zachtjes spinnen op de schoot van Ton Jonkers, de kastelein die eeuwig het oeuvre van zijn favoriete auteur zal blijven herlezen.
Monique Leferink op Reinink
Een kenmerk van goede poëzie is dat je wilt herlezen. Dat doen we graag met de gedichten van Monique Leferink op Reinink die een heel eigen stem heeft waarin mooie beelden en klanken klinken. Regels als ‘om de mond van het licht / hangt bloedkoraal’, subtiel en zorgvuldig wordt een herinnering getoond en als een merel rilt, voelen we dat.

Erick Kila - Het geruis van wind en betekenis
Marc Bruynseraede bespreekt ‘Het geruis van wind en betekenis’ : ‘’Bij Erick Kila heerst stilte, schaarste van raak gekozen woorden. Hij zegt het met het motto, bij de aanvang van zijn bundel: ‘waarom het stil is na / weinig woorden / weinig is altijd genoeg’’. Hier is een dichter aan het woord die met schaarste en gebrek aan, als modus vivendi, is opgegroeid.’’
Interview Jacobus Bos
‘Het klinkt misschien niet erg netjes, maar ik ben poëzie gaan schrijven van ellende.’ Voor Jacobus Bos is de dichter het medium tussen gedicht en gedachte. Als het op papier staat, moet het zichzelf nog bewijzen. Zelf probeert hij het gedicht, zowel vorm als inhoud, te veranderen tot de originele tekst de enige goede blijkt te zijn. ‘Bewijs uit het ongerijmde.’

Daniël Franck - Lagen van glas
Sander Ausems zegt dat het lijkt of in ‘Lagen van glas’ van Daniël Franck, de dichter in zijn poëzie ook lucht en rotatie heeft gestopt, zoals men dat doet bij glasblazen: ‘De teksten zijn fragiel, breekbaar, maar er zit een gedachte achter en die is met vakmanschap uitgevoerd. De ik-persoon beweegt moeiteloos tussen de verschillende lagen van glas’.
