Recensies

Rozalie Hirs - vragen naar het begin
Peter Vermaat bespreekt ‘vragen naar het begin’, van Rozalie Hirs: ‘De titel dekt – naar zal blijken – de lading van de poëzie vrijwel volledig: ieder gedicht is terug te voeren op een vraag, een belangstelling, een onbepaaldheid die in de loop van de tekst wordt ontwikkeld, soms bijna letterlijk ont-wikkeld, waarbij vanuit de dichter licht gericht wordt op hoeken of draaiingen die in eerste instantie in de schaduw blijven.’ Een longread.

Caty Moerman - Tongbreker
Yolandi de Beer bespreekt de debuutbundel van Caty Moerman, getiteld ‘Tongbreker’. De Beer is onder de indruk: ‘In Moermans gedichten is taal iets lichamelijks: de tong spreekt, zwijgt, proeft en kan zowel verwonden als troosten. Haar woorden zijn niet gladgestreken of gemakkelijk te verteren. Ze bijten, branden en blijven nog lang nazinderen bij de lezer.’

De klimaatdichters - Tongval van het verdwijnen
In ‘Tongval van het verdwijnen’, van de Klimaatdichters, krijgen dier, plant, schimmel en bacterie een stem. Jac Janssen aan het woord: ‘Wat betekent de teloorgaan van een soort? Dat weten we niet, maar we moeten onze verbeelding gebruiken om te proberen ons dit voor te stellen. Hier gebeurt dat met gedichten die boven hun eigen belang uitstijgen. Urgent en noodzakelijk, en ook nog een lust voor oog en oor.’

Ini Statia - Aan de rand van mijn eiland
‘Aan de rand van mijn eiland’ is de tweede bundel van Ini Statia. Ali Şerik zegt dat zij niet alleen een ambassadeur van haar poëzie is, maar ook van de ABC-eilanden, en van haar moedertaal, het Papiaments. ‘De dichter voelt zich onlosmakelijk verbonden met het eigen karakter van de eilanden, zij maken deel uit van haar wezen.’

Babs Gons - Wie zijn we morgen
In ‘Wie zijn we morgen’ van Babs Gons staan de gedichten die ze schreef tijdens haar periode als Dichter der Nederlanden. Johan Reijmerink geeft in deze longread aan dat er beheerste hartstocht, weloverwogen zegging en doorvoelde levenservaring spreekt uit haar poëzie. ‘Met haar dichterschap is er een unieke stem de Nederlandse poëzie binnengekomen, die wat in haar hart en ziel leeft in verstaanbare versregels weet te vertolken.’
Han van der Vegt - Eenzame goden
Tot zijn verrassing verschenen er soms goden in de gedichten van Han van der Vegt, terwijl hij al vele jaren niet meer geloofde. Maar ‘de goden zijn er niet / om in te geloven / de goden zijn er / om verhalen van te vertellen’. De gedichten leidden tot de bundel ‘Eenzame goden’. Een recensie van Hans Puper

Ineke Holzhaus - Twee Cycli – je stem / Zusje
In ‘Twee Cycli – je stem / Zusje’ van Ineke Holzhaus gaat het over het verlies van haar geliefde en haar zus. Sander Ausems vindt het knap dat deze persoonlijke gedichten, die kwalitatief sterk zijn, ook universele waarde hebben. Door de achtergrondinformatie ‘krijgen de gedichten een nieuwe laag en brengen ze je tot stilte.’

Elly de Waard – Liefdesgedichten
De bundel ‘Liefdesgedichten ‘van Elly de Waard is volgens Ali Şerik een ode aan de vrouwelijke schoonheid, waarin de liefde als een libelle neerstrijkt. 'Haar taal is helder als een regendruppel die op warme aarde valt: toegankelijk, direct en onmiddellijk invoelbaar. In haar poëzie krijgt verlangen een tastbare vorm: het zoekt toenadering, verlangt naar aanraking en wacht bijna wanhopig op wederkerigheid.'

Tijs van Bragt - Anatomie van de grassen
‘Anatomie van de grassen’ is de nieuwste bundel van Tijs van Bragt. Ellis van Atten zegt dat je als lezer met de dichter meewandelt door de natuur; langs water waar iepen staan, langs zee, onder populieren door. ‘Van Bragt heeft oog voor alles wat er te zien is.’ De natuur staat centraal, maar als de zoveelste aalscholver verschijnt, wekt dat ook irritatie op.
