Recensies

E. de Haan - Het valmoment
Sander Ausems heeft veel moeten zuchten bij ‘Het valmoment’ van E. de Haan. De poëzie voelt ouderwets aan. Hij mist de verwondering, veel gedichten zijn korte verhaaltjes: ‘Bij de meeste poëzie in de bundel had ik te veel grip, alsof je bij een klimmuur veertig verschillende grepen hebt om je aan vast te houden, maar op het moment dat er geen grepen meer waren, viel ik gelijk weer.’

Johan Clarysse - Randschade
De tweede bundel van Johan Clarysse is getiteld: 'Randschade'. Iedere afdeling wordt ingeleid met een citaat uit een gedicht van een andere dichter. Paul Roelofsen vindt die citaten treffend en zegt dat de bundel een originele insteek heeft. Over de eerste afdeling zegt hij: 'Een ongemakkelijk, maar ook prikkelend begin, waarvan ik even op adem moet komen.'

Hedwig Speliers - Rebellen
‘Rebellen’ is de bundel van dichter-essayist en kunstcriticus Hedwig Speliers. De gedichten richten zich op het revolterende werk van de oude meesters en zijn zelf ook rebellerend van toon. Marc Bruynseraede: ‘Dit geschrift zou zo’n beetje de drijfveren van Hedwig Speliers en de weerschijn van zijn ware aard dienen weer te geven. En dat doet het met glans.’

Henk Ester - Raamsopranen
Het oeuvre van Henk Ester breidt zich uit. Yvan De Maesschalck boog zich over zijn nieuwste bundel ‘Raamsopranen’: ‘Duidelijk is dat ook die zesde bundel zowel thematisch, formeel als qua register/toon verklonken is met – zelfs geënt is op – wat Ester eerder in het licht gaf. Het gaat in deze gedichten keer op keer om klanken – en om licht, stilte, stenen – die hun bestaansrecht aan zichzelf ontlenen.’

Guy van Hoof - Combinaties
‘Combinaties’ van Guy van Hoof is gevuld met jazzgedichten. Tom Veys zegt dat het een bundel is ‘die je uitnodigt om anders te kijken naar jazz door een lichamelijke taal. Veel gedichten zijn odes aan jazzmuzikanten in een beschrijvende, toegankelijke taal. De dichter laveert verder tussen proza en poëzie. Schitterend is dat de dichter denkt als een muzikant en dit voel je in de poëzie.’

Atte Jongstra - Inkt, bloed & liefde (biografie Leo Vroman)
Atte Jongstra schreef de biografie van dichter Leo Vroman (1915 – 2014), getiteld: ‘Inkt, bloed & liefde’. Hettie Marzak over Vroman: ‘Hij was de eigenzinnigste dichter van Nederland, die ruim zeventig jaar in Amerika woonde en werkte en zich misschien daarom zo weinig aantrok van stromingen en richtingen in de Nederlandse literatuur. In zijn gedichten was hij altijd zichzelf, licht en lief en soms ongelofelijk melig.’

Lieke Marsman - De dichter en de duivel
Net na het trieste overlijden van Lieke Marsman kwam ‘De dichter en de duivel’ uit; een ware apotheose. Marc Bruynseraede stelt dat volgens de schrijfster, het niet de tragiek is dat zij ziek is, maar dat de hele maatschappij, waarin zij en wij allen leven, ziek is. Ze daalt af in deze onderwereld. ‘De poëzie van Lieke Marsman dringt alle poriën binnen in je lijf en blijft naklinken.’

Joost Baars - Toen ik je kwijtraakte
Anneruth Wibaut keek verwachtingsvol uit naar ‘Toen ik je kwijtraakte’ van Joost Baars. Negen jaar na zijn succesvolle debuut ‘Binnenplaats’ is er een tweede bundel. ‘Na het doorbladeren was mijn eerste indruk: intense en uitgebeende poëzie. Ik werd niet teleurgesteld, een nadere lezing bracht herkenning en ontroering.’ Ook sprong het vakmanschap van Baars in het oog, ‘hij laat zien hoe de zeggingskracht toeneemt als vorm en inhoud elkaar versterken’.

Rozalie Hirs - vragen naar het begin
Peter Vermaat bespreekt ‘vragen naar het begin’, van Rozalie Hirs: ‘De titel dekt – naar zal blijken – de lading van de poëzie vrijwel volledig: ieder gedicht is terug te voeren op een vraag, een belangstelling, een onbepaaldheid die in de loop van de tekst wordt ontwikkeld, soms bijna letterlijk ont-wikkeld, waarbij vanuit de dichter licht gericht wordt op hoeken of draaiingen die in eerste instantie in de schaduw blijven.’ Een longread.
