Recensies

Luuk Gruwez - Morren tegen de sterren
In deze longread bespreekt Yvan De Maesschalck de bundel ‘Morren tegen de sterren’ van Luuk Gruwez: ‘Gruwez zet hoe dan ook alle poëtische zeilen bij om de positie van zijn sterfelijke ik nader te bepalen. Hij omhelst daarbij de paradox als een geliefde stijlfiguur. Meer dan ooit verkent Gruwez de even paradoxale als onlosmakelijke verstrengeling van geboorte en dood, baren en sterven, ontstaan en ontslapen.’

Emilie Dewitte - De Stolling
De tweede bundel van Emilie Dewitte is getiteld ‘De Stolling’. Jaap Bos vraagt zich af of je met taal ‘een stolling’ kan aanleveren, een gat kan afdekken, en een herinnering kan achterlaten? Dewitte slaagt hier wonderwel in en Bos noemt het ‘een magistrale bundel, geschreven door iemand die met trefzekere hand de taal naar haar gemoed weet te zetten.’

Toon Tellegen - Op mijn tenen
Sander Ausems bespreekt ‘Op mijn tenen’ van Toon Tellegen: ‘De bundel beschrijft het ouder worden, de dood en het bijkomende verlies. Het legt met heldere taal bloot hoe fragiel eindes zijn en hoe moeilijk het kan zijn daarmee om te gaan. Tellegen weet zich veelal geen houding te geven hieraan en dat maakt het zo verdomde menselijk.’

Laura Mijnders - Tussen vreemden
Ellis van Atten bespreekt ‘Tussen vreemden’ van Laura Mijnders: ‘De bundel geeft een inkijkje in het leven van en de zoektocht naar de wortels van Mijnders en haar familieleden, waarin iedere lezer iets in zal herkennen door de eenvoudige herkenbare beelden. Leuk detail: achterin de bundel is een QRcode die naar Soundcloud leidt waar je de gedichten kunt beluisteren.’

Ton Naaijkens - Mondruimtes & matroesjka’s
In ‘Mondruimtes & matroesjka’s’ heeft samensteller en vertaler Ton Naaijkens poëzie opgenomen van hedendaagse Duitse dichters en de vertaling ervan. Peter Vermaat is onder de indruk: ''Naaijkens’ boek is tegelijkertijd een goudmijn, een caleidoscoop en een fata morgana. Het toont in één slag aan hoe breed de huidige Duitstalige poëzie is, hoe persoonlijk Naaijkens’ uitsnijwerk daaruit is en hoe actueel - en daarmee tegelijkertijd ook tijdelijk.''

Han Kang - Ik leg de avond in een la
In de bundel ‘Ik leg de avond in een la’ van Han Kang, treft Ivan Sacharov ‘fenomenale poëzie' aan. De gedichten drukken weemoed en eenzaamheid uit. De dichter probeert iets ongrijpbaars vast te leggen. In veel gedichten speelt kijken een rol. Sacharov duidt aan dat het verder gaat dan alleen kijken: ‘Ogen hebben in deze poëzie iets dat over de dood heen gaat’.

Joris Iven - Quasi autobiografisch
In ‘Quasie autobiografisch’ van Joris Iven vindt Anneruth Wibaut het jammer dat de dichter in deze flinke bundel veel particuliere en observerende gedichten heeft opgenomen, terwijl de universele gedichten meer tot de lezer spreken en sterker zijn. Wibaut ervaart het zo: ‘Nu moeten we ons een paar keer door stukjes rijstebrij heen eten alvorens weer het Luilekkerland van de aansprekende poëzie te mogen betreden.’

Kreek Daey Ouwens – Daun
‘Daun’ is een aangrijpende bundel over een jongen met het syndroom van Down, en meer dan dat. De dichter geeft nergens commentaar, zij geeft uitsluitend de gedachten van Daun weer, maar daarmee ondervang je het gevaar van sentimentaliteit niet. Maar Kreek Daey Ouwens heeft genoeg ervaring om niet in die valkuil te stappen.

Hans Franse - Luister rijke kijk dagen
Marc Bruynseraede buigt zich over de bundel van Hans Franse: ‘Luister rijke kijk dagen’: ‘Deze uitgave zou je een nieuwe, joyeuze recapitulatie kunnen noemen van Hans Franses carrière in de letteren en kunsten, met uitschieters naar zijn Haagse herkomst, de vele reizen die hij ondernomen heeft en de culturele en dichterlijke indrukken die hij daarbij opgedaan heeft, plus nagelaten en te boek gestelde herinneringen aan kunstenaarsfiguren die hem zijn bijgebleven.’
