LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Recensies

Annemarie Timmer - hoor de roerfluit en de nachthoorn
Annemarie Timmer - hoor de roerfluit en de nachthoorn
In ‘hoor de roerfluit en de nachthoorn’ van Annemarie Timmer is, volgens Tom Veys, de taal de katalysator: ‘De gedichten spreken aan. In de vrij talrijke olieverfschilderijen zien we vaak éénzelfde patroon of variaties daarop. De taal slingert zich door die schilderijen heen op een concrete en lyrische manier.’
Frank Pollet - Ik, Zuster Gabrielle!
Frank Pollet - Ik, Zuster Gabrielle!
In ‘Ik, Zuster Gabrielle!’ staat Frank Pollet stil bij de mysterieuze verdwijning van zuster Gabrielle in 1982 uit een klooster in Dendermonde. Pollet wil een ‘monument duurzamer dan brons’ voor haar oprichten. Volgens Yvan De Maesschalck slaagt hij met verve hierin: ‘hij richt een indringende cenotaaf op voor de zuster, ter compensatie voor de falende rechtsgang en haar nog altijd spoorloze vermissing.’
Ellen Deckwitz - Metamorfosen
Ellen Deckwitz - Metamorfosen
‘Metamorfosen’ van Ellen Deckwitz was begin dit jaar het Poëziegeschenk. Deckwitz verkent hierin de fases van verliefd worden tot en met de pijnlijke breuk van de relatie. Yolandi de Beer merkt op: ‘Wat deze bundel bijzonder maakt, is dat zij geen aanklacht is. Er wordt niet gewezen, niet beschuldigd. In plaats daarvan kijkt Deckwitz ook naar haar eigen rol in de veranderingen die plaatsvinden.’
Eddy Verloes & Elise Vos - Van alles de laatste
Eddy Verloes & Elise Vos - Van alles de laatste
Fotograaf Eddy Verloes en dichter Elise Vos scharen zich rond het begrip vergankelijkheid en willen schoonheid toevoegen aan deze existentiëlezoektocht in hun bundel ‘Van alles de laatste’. Volgens Jaap Bos zijn ze daarin geslaagd: ‘Die sfeer, die naar het melancholieke neigt en vaak ook wel iets uitgesproken zwaars heeft, wordt in deze bundel indringend opgeroepen.’ Al miste hij soms een lichtere toon.
Daan Cartens - Slagveld tijd
Daan Cartens - Slagveld tijd
In het verzamelde werk ‘Slagveld tijd’ van Daan Cartens staan muzikale verzen over thema's als liefde, leven en dood, en ze zijn geschreven door een onmiskenbaar belezen en taalvaardige dichter, zegt Taco van Peijpe. Storend vindt hij de vele herhalingen en ‘bij zijn woordkeus had hij mijns inziens meer aandacht moeten besteden aan de betekenis en interne samenhang van de gedichten.’
Tove Ditlevsen - Er woont een meisje in me dat niet sterven wil
Tove Ditlevsen - Er woont een meisje in me dat niet sterven wil
In de bloemlezing ‘Er woont een meisje in me dat niet sterven wil’ (samengesteld door Olga Ravn en vertaald door Lammie Post-Oostenbrink) van de Deense Tove Ditlevsen (1917-1976), kent het meisje in de dichter nog de jaren dat zij gelukkig was. Als volwassen vrouw had zij een doodsverlangen. Peter Vermaat stelt vast dat het meisje weliswaar niet wil sterven, maar in de poëzie ook niet meer kan zingen.
Miel Vanstreels - Aan de vooravond
Miel Vanstreels - Aan de vooravond
De tragiek van ziekte, dood, vereenzaming, die zich zo simpel laten lezen, zijn niet aan Miel Vanstreels voorbij gegaan, zegt Marc Bruynseraede in zijn bespreking over de bundel ‘Aan de vooravond’. De dichter is op leeftijd en heeft veertig jaar gewerkt in de bejaardenzorg. Bruynseraede ziet sereniteit in zijn werk, die diepgang en bedachtzaamheid oproept.
Pim Cornelussen - Tot de zon zwelt
Pim Cornelussen - Tot de zon zwelt
De eerste bundel van Pim Cornelussen, ‘Tot de zon zwelt’, heeft helemaal niets van een debuut, aldus Hans Puper. De vormgeving is doordacht, de bundel heeft een sterke samenhang en sommige regels onthoud je makkelijk door de bijzondere formuleringen, het ritme en de klankrijkdom. In de bundel worden geborgenheid en verbinding een verlangen naar geborgenheid en verbinding.
Bloemlezing - Ik sta in wilde schoonheid
Bloemlezing - Ik sta in wilde schoonheid
Schrijver Susan Smit stelde de bloemlezing ‘Ik sta in wilde schoonheid’ samen, hierin staan gedichten over het vrouwenlichaam, geschreven door vrouwen. Dit wekte de interesse van Marc Bruynseraede, want: ‘Een titel als deze alarmeert natuurlijk ook het mannelijk deel van de bevolking, want waar wilde schoonheid op het programma staat, daar kan het mannelijk geslacht nooit ver uit de buurt zijn.’