Recensies

Cel Vermeulen - Op een landtong woont de zanger
Marc Bruynseraede bespreekt ‘Op een landtong woont de zanger’: ’De door muziek geïnspireerde poëzie van Cel Vermeulen neemt ons mee naar bredere horizonten, momenten van zelfverkenning en beschouwingen over mens en maatschappij. Een rijke getuigenis van wat klank met een mens doet en hoe zich dat, vermengd met een culturele en een brede intellectuele achtergrond, vertalen laat in taal.’

Evi Aarens - Fausta
In ‘Fausta’ verrast Evi Aarens (het pseudoniem van Lodewijk van Oord) de lezer met een omvangrijk episch werk waarin ze wil laten zien hoe een dichterschap zich ontwikkelt. Johan Reijmerink wijdt er een longread aan en spreekt zijn bewondering uit ‘voor deze erudiete duivelskunstenaar, voor zijn vormkracht, lenig woord- en beeldgebruik, zijn durf om dit project in lijn met de grote epische werelddichters aan te gaan.’

Dean Bowen - masc:r
'masc:r' van Dean Bowen is volgens Ali Şerik ''een bundel waarin de lezer op het hoogste punt van een achtbaan zit en gillend naar beneden stort.'' En, zo zegt hij: 'de stem van de dichter is als een waterval die beneden als regen op de rotsen neerstort.'' Wat is mannelijkheid? Wat is identiteit? 'Bowen komt met beelden die als vloedlava uit een vulkaan stromen.'

Rodante van der Waal – Op navelhoogte de kans
Het debuut van verloskundige Rodante van der Waal is getiteld ‘Op navelhoogte de kans’. Paul Roelofsen zegt dat zij ‘zonder omhaal schrijft over seksualiteit, zwangerschap. kraamzorg, abortus, weeën en andere pijnen die het baren begeleiden.’ Tevens is er aandacht voor de mentale problemen waar vrouwen mee kampen.

Annemarie Timmer - hoor de roerfluit en de nachthoorn
In ‘hoor de roerfluit en de nachthoorn’ van Annemarie Timmer is, volgens Tom Veys, de taal de katalysator: ‘De gedichten spreken aan. In de vrij talrijke olieverfschilderijen zien we vaak éénzelfde patroon of variaties daarop. De taal slingert zich door die schilderijen heen op een concrete en lyrische manier.’

Frank Pollet - Ik, Zuster Gabrielle!
In ‘Ik, Zuster Gabrielle!’ staat Frank Pollet stil bij de mysterieuze verdwijning van zuster Gabrielle in 1982 uit een klooster in Dendermonde. Pollet wil een ‘monument duurzamer dan brons’ voor haar oprichten. Volgens Yvan De Maesschalck slaagt hij met verve hierin: ‘hij richt een indringende cenotaaf op voor de zuster, ter compensatie voor de falende rechtsgang en haar nog altijd spoorloze vermissing.’

Ellen Deckwitz - Metamorfosen
‘Metamorfosen’ van Ellen Deckwitz was begin dit jaar het Poëziegeschenk. Deckwitz verkent hierin de fases van verliefd worden tot en met de pijnlijke breuk van de relatie. Yolandi de Beer merkt op: ‘Wat deze bundel bijzonder maakt, is dat zij geen aanklacht is. Er wordt niet gewezen, niet beschuldigd. In plaats daarvan kijkt Deckwitz ook naar haar eigen rol in de veranderingen die plaatsvinden.’

Eddy Verloes & Elise Vos - Van alles de laatste
Fotograaf Eddy Verloes en dichter Elise Vos scharen zich rond het begrip vergankelijkheid en willen schoonheid toevoegen aan deze existentiëlezoektocht in hun bundel ‘Van alles de laatste’. Volgens Jaap Bos zijn ze daarin geslaagd: ‘Die sfeer, die naar het melancholieke neigt en vaak ook wel iets uitgesproken zwaars heeft, wordt in deze bundel indringend opgeroepen.’ Al miste hij soms een lichtere toon.
Daan Cartens - Slagveld tijd
In het verzamelde werk ‘Slagveld tijd’ van Daan Cartens staan muzikale verzen over thema's als liefde, leven en dood, en ze zijn geschreven door een onmiskenbaar belezen en taalvaardige dichter, zegt Taco van Peijpe. Storend vindt hij de vele herhalingen en ‘bij zijn woordkeus had hij mijns inziens meer aandacht moeten besteden aan de betekenis en interne samenhang van de gedichten.’
