LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Columns

Barend Rijdes
Barend Rijdes
Van Barend Rijdes had Ko van Geemert nog nooit gehoord en toch vond hij in zijn vele ongeordende boekenstapels drie boekjes van deze leraar klassieke talen, die schreef en zich begaf in literaire kringen. Dankzij Rijdes weten we dat Adriaan Morriën in 1941 lang donker haar met krullen had en een scherpzinnige en vermoeide indruk maakte. Rijdes liet ons ook een paar gedichten na.
Parels in het Poëziecentrum Nederland (7)
Parels in het Poëziecentrum Nederland (7)
Het Poëziecentrum Nederland koestert het pareltje uit haar 7e aflevering van deze serie als nummer 24 in zijn collectie: de derde bundel van Saskia Stehouwer, ‘bindweefsel’. De bundel is helemaal in handschrift geschreven op composteerbaar papier. Alle hulde voor een uitgeverij die dit soort bundels in het fonds opneemt. En vanzelfsprekend ook hulde voor de dichter die zo'n bundel voortbrengt.
Een poëtisch park inspireert.....
Een poëtisch park inspireert.....
Parijs was in de jeugd van Hans Franse een droombeeld. Rome was te ver weg, New York leek onbereikbaar, in zijn jeugd was vliegen voor de heuse rijken der wereld. Waar kwam dat droombeeld vandaan? Het waren de foto’s van Ed van der Elsken, de romantische beelden uit ‘La Bohème’, de chansonnières en de films. Later werd het zijn stad.
Dodenmars
Dodenmars
Het bombardement op Rotterdam, tijdens de Tweede Wereldoorlog, staat in de ziel van de stad gegrift. Ter nagedachtenis aan de ramp verrees op Plein 1940 het iconische beeld ‘De verwoeste stad’ van Ossip Zadkine. Daarbij is een gedicht te vinden van de oud-stadsdichter van Rotterdam Jana Beranová. En er zijn meer beelden en gedichten. Rogier de Jong noemt ze in deze column.
Voor mijn moeder
Voor mijn moeder
Wat Jan Loogman geleerd heeft in zijn voorleesgroep is wachten. ‘Het kan zijn dat zij mijn stem niet horen. Of ze verstaan mij wel, maar niet de betekenis van de woorden. Of – en daar hoop ik op – ze begrijpen die en zwijgen omdat ze er het hunne van denken.’ En dan glimlachen ze en proeft hij dankbaarheid en trots in de dichtregels die hij leest.
Parels in het Poëziecentrum Nederland (6)
Parels in het Poëziecentrum Nederland (6)
Het 6e deel uit de serie Parels in het Poëziecentrum gaat over het project ‘Dichter in de zorg’ van de Stichting Literair Zeist, uit 2004/2005 waaraan Patty Scholten meedeed en Gerard Beentjes. Negen maanden waren zij als huisdichter verbonden aan zorgcentrum Heerewegen te Zeist. Hun verslag en gedichten uit die periode zijn bewaard in het Poëziecentrum.
Verslaafd aan het vrije woord (1)
Verslaafd aan het vrije woord (1)
‘Woorden lijken soms op vrienden of organisaties. Als je nieuwe mensen leert kennen, wordt jouw kennissenkring groter, zoals je woordenschat groter wordt bij het leren van nieuwe begrippen. Er is normaal gesproken geen reden om bestaande vriendschappen op te zeggen bij nieuwe ontmoetingen. Nieuwe woorden kunnen op nieuwe organisaties lijken.’ Het eerste deel van twee beschouwingen van Willem Tjebbe Oostenbrink over het Vrije Woord.
Kunst van kooigevechten en poëzie
Kunst van kooigevechten en poëzie
Marc Bruynseraede bezocht het Museum voor beeldende kunsten Middelheim te Antwerpen. In het Middelheimpark ontstond, in de naoorlogse jaren, het eerste Openlucht Museum voor Beeldende Kunsten in Europa. In samenwerking met de Vereniging voor Vlaamse Letterkundigen is het initiatief genomen om een ‘poëtische wandeling’ te organiseren tussen de beelden. Het Woord wordt hier in Beeld gebracht en vice versa. Een aparte ervaring.
De dood als wenk en eindstation of scheidingsfase? (1)
De dood als wenk en eindstation of scheidingsfase? (1)
Romain John van de Maele heeft altijd een uitgesproken voorkeur voor de herfst gehad. Bomen in de herfst met bladeren die ‘zijn uitgeleverd aan de wind en dwarrelen in huiverende stoeten’. Zowel bomen als mensen sterven. In de gedichten van Reddingius, Van Eyck, Nijhoff en Campert heeft het ‘Sein zum Tode’ het leven van de dichters beïnvloed, maar een echt positieve invloed valt slechts bij Hugo Claus op.