Columns
Bordewijk, de dichter
In de trein van Alkmaar naar Vlissingen rees bij Rogier de Jong de vraag of de meester van het hoekige proza, Bordewijk, ook poëzie had geschreven en inderdaad, en geen slechte ook. Nog hoort onze columnist de kat Bordewijk zachtjes spinnen op de schoot van Ton Jonkers, de kastelein die eeuwig het oeuvre van zijn favoriete auteur zal blijven herlezen.
Een glas alcohol
Dichter Jan Eijkelboom is de dichter van 'Koning Alcohol', maar hij is veel meer dan dat, hij is de dichter met het weemoedig geluid. Zijn fijnste gedichten zijn die waarin het niet gaat om terugverlangen naar het verleden of juist het tegenovergestelde, het wegduwen ervan, maar waarin een zekerheid doorklinkt dat alles voorbijgaat en niettemin blijft.
Parels in het Poëziecentrum Nederland (4)
Wim van Til is nieuwsgierig naar dichter Herman Cornel. heeft hij meer geschreven, meer gepubliceerd wellicht onder een ander pseudoniem? Of heeft hem de muze alleen in dit verdriet bezocht en hem die vijf verzen geschonken die hij in het boekje 'Escapade 1942' heeft vereeuwigd? Misschien vindt hij nog eens een bevredigend antwoord op zijn vragen; tot die tijd bewaart hij ook deze parel.
Liedjes
Meer dan veertig jaar geleden werd Ko van Geemert vaak vrolijk van de liedjes van Cherry, achternaam Wijdenbosch. Frits Spits verkoos het liedje ‘Vang me’, tekst Simon Been, in zijn populaire radioprogramma ‘Avondspits’ tot zogenoemde Steunplaat. Het is geen grote poëzie, maar wel vermakelijk. Er werd nog twee keer iets van haar vernomen. Onze columnist zingt tegenwoordig mee met Merol.
Het jongetje op de muur
De stad Dresden herinnerde Hans Franse, kort na de Wende, hevig aan zijn oorlogsjeugd met bombardementen. Nu is de stad weer mooi, al blijven er littekens. De stad beleeft de lente, langs de rivier is het heerlijk. Zittend op een kademuur nam Erich Kästner daar het menselijk bedrijf waar. Dichter van de werkelijkheid, Duitslands hoopvolste pessimist en de meest positieve negativist.
Poëzie en religie
Zelfs in een tijd waarin de leegloop in de kerken totaal lijkt blijven de teksten van de oude geschriften in het collectieve geheugen bewaard. Als ze doorsijpelen in seculiere gedichten, is dat niet alleen verklaarbaar, maar ook goed. Want ze zorgen voor een gedragenheid die zelfs de ongelovige lezer onbewust herkent en aanvoelt. Een column van Rogier de Jong.
Een middag in de Eilandspolder
Guido Gezelle dicht ‘het water zingt, klinkt en blinkt’ terwijl Marsman de stem van het water ‘vreest’ en Tentije vooral de schorre reigers hoort. Jan Loogman denkt aan poëzie terwijl hij vaart door de Eilandspolder. Als het water breder wordt, hoort hij Kopland, ‘Ik kijk naar het water- en of het stil is / of zwart, en rimpelt of glinstert, het doet maar’.
Parels in het Poëziecentrum Nederland (3)
In deel 3 van de nieuwe serie van Wim van Til een ongebundeld vers van Vasalis, geschreven in haast en onder druk, bij een prent van Nan Platvoet die verkocht werd om aan de kosten voor de herstelwerkzaamheden van de, door de Duitsers, opgeblazen dijk van het Wieringermeer tegemoet te komen, april 1945.
Oneindig blauw
Blauw is oneindig. Blauw is dubbelzinnig. Blauw is geniaal. Blauw is alles, blauw is niets. Blauw is in. Blauw 1. Er is voor iedereen een blauw. Even ruim en ongrijpbaar als de kleur blauw is de definitie van ‘poëzie’. Marianne Hermans in een originele column die past bij de kleur boven ons in deze zonnige dagen.
