LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Columns

Dichten & Drinken
Dichten & Drinken
Er zijn nogal wat innemers in de wereldliteratuur. Onder hen bevinden zich uiteraard ook Nederlandse dichters/schrijvers. Met in gedachten 'Slechts de namen der grote drinkers leven voort' (titel van Riekus Waskowsky, 1968), noemt Ko van Geemert er een paar in deze column. Het laatste woord geeft hij aan Jan Boerstoel: Drinken / doet een beetje zeer, / maar nuchter leven /nog veel meer.
Een dag om te plukken
Een dag om te plukken
Schrikkeldag was aanleiding voor Jan van der Vegt zijn Latijn af te stoffen en zijn vrienden een schrikkelwens te sturen, een bewerking van de elfde ode in het eerste boek van de Carmina van Horatius, waar menig classicus ernstig de wenkbrauwen bij zou fronsen, maar waardoorheen hij de schim van Horatius, mocht die zich vertonen, in de ogen durft te kijken.
Enig kind
Enig kind
“Een echte dichter van de dood,” stelde Ed Hoornik opgewonden vast toen hij de debuutbundel van dichter, schrijver en vertaler Hendrik van Teylingen las. Schijnbaar achteloos vult de vormvaste Van Teylingen zijn sonnetten met fraaie verzen, rake formuleringen en verrassende associaties, vrolijk, ironisch, humoristisch en inderdaad, de dood ligt altijd op de loer. En wie was Stieneke van Stevensweert?
Gedichten van buiten kennen
Gedichten van buiten kennen
Hans Franse was 15 jaar toen hij een gedicht van Lucebert voordroeg uit de bloemlezing 'De twee muzen' uit 1955. Hij herinnert zich nog altijd de speciale uitgaven ‘uitgegeven ten behoeve van jonge mensen….’, en de schoonheid van de verzorging van deze boekjes, die hij met zijn zakgeld kocht, en zou willen dat ze nog bestonden.
Maria met de inktpot
Maria met de inktpot
Tot de volksverhalen die Guido Gezelle opdiepte, behoorden ook legenden uit het Rijke Roomse Leven. Eén van die legenden speelt zich af in de woonplaats van Rogier de Jong, Aardenburg, dicht bij de West-Vlaamse grens. In de dertiende eeuw kwam een bedevaart op gang die Aardenburg op de kaart zette. Daar staat namelijk Maria die een inktpot vasthoudt. Hoezo?
Meander Live 6
Meander Live 6
20 maart valt in de Boekenweek en daar hoort ook poëzie bij, een afzonderlijke Poëzieweek doet daar niets aan af. Het doet ons daarom veel plezier dat Sasja Janssen op die datum 'Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica' komt voorlezen, haar bundel die in januari verscheen. In zijn geheel uiteraard, want het gaat om Meander Live.
Die mijn aderen doorstroomt
Die mijn aderen doorstroomt
Jan Loogman koestert de herinneringen aan zijn geboortehuis en geboortedorp maar vooral ook aan zijn vader op die zondagochtenden lang geleden. Zo heeft hij hem zelden gekend, maar zo is hij kennelijk ook geweest. Regels van Peter Theunynck komen bij hem op: 'En ik verlies u zoals altijd / uit het oog, terwijl u toch / mijn aderen doorstroomt.'
Over de (relatieve) troost van poëzie
Over de (relatieve) troost van poëzie
De vraag ‘dient poëzie ergens toe’ en zo ja, waartoe dan wel, is moeilijk te beantwoorden. In de poëzie die onze nieuwe columnist, Ko van Geemert, raakt, speelt het begrip ‘troost’ vaak een belangrijke rol en is zo opgeschreven dat hij voor even verzoend is met het ‘voorgoed mislukt bestaan’. Daartoe helpt natuurlijk ook het meewerken aan Meander.
‘de moeheid in een bootje roeit langs geweldige steden die drijven ieder een eiland langs de kust van het gefantazeerde intellect’.
‘de moeheid in een bootje roeit langs geweldige steden die drijven ieder een eiland langs de kust van het gefantazeerde intellect’.
Poëzie van Hans Lodeizen blijft ontroeren, zie alleen al de kop boven deze column. In het besef kort te leven vond Lodeizen zijn vorm in een tastbare taal door een vrije associatie van woorden. Gedragen door een lichte melancholie beschreef hij met verrassende beeldinvallen zijn wereld, mooi maar vermoeid en bijna niet de echte. Pieter Sierdsma over werk en leven van Lodeizen.