LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Columns

Kijken, visualisatie in de poëzie
Kijken, visualisatie in de poëzie
Het beeld in de poëzie is een belangrijk element. Het maakt een gedachte pregnant. Kijken is voor dichters van elementair belang in hun werk. Pieter Sierdsma geeft voorbeelden uit het oeuvre van Roland Jooris, Herman ter Balkt, Hans Andreus en Leo Herberghs. Andere werelden, andere blikken langs de dingen van de dag. Ervaringen die iedereen kan delen in herkenning.
Mens en gevoelens (1)
Mens en gevoelens (1)
Uit de oude doos van ‘Reis mee met de dichter G’. Omzwervingen en aardige vrouwen, plaatselijke bevolking en een taalgidsje, grof geschut als: ‘Mag ik een eindje meelopen? Ik houd veel van u. De groeten aan uw man’, niet begrepen worden en denken aan dichtregels, vrouw op de rug en dan van een wankele brandtrap af, en van dat alles poëzie maken.
Lezen in de oorspronkelijke taal.
Lezen in de oorspronkelijke taal.
Hans Franse merkt nu dat zijn leeservaring inconsistent is: hij heeft veel boeken niet gelezen omdat hij de taal niet beheerst. En een vertaling, hoe goed ook, laat je niet de adem van de dichter ervaren. Een boek en poëzie moet je in de oorspronkelijke taal lezen: je komt anders niet in de klank- en betekeniswereld.
Parels in het Poëziecentrum Nederland (2)
Parels in het Poëziecentrum Nederland (2)
In deel 2 van de nieuwe serie van Wim van Til twee “Luceberts” die een bijzonder deel van de parelketting vormen die de collectie van het Poëziecentrum Nederland in wezen is. Een uitstapje naar een prestigieus theaterproject van Scarabee èn een deel van het gedicht 'tijdtafel en geslachtstabel' uit de bundel 'Mooi uitzicht & andere kurioziteiten' (1965) met niet eerder gepubliceerd werk.
Parlando!
Parlando!
Rogier de Jong richt zich in deze column op de parlando dichtvorm: prozagedichten, ook wel verhalende of anekdotische poëzie genoemd. Een vorm van poëzie die de afstand tussen kunst en alledaags leven wil verkleinen. Ondanks de heldere spreekstijl van parlando poëzie, is er ook ruimte voor stijlkenmerken als enjambement, alliteratie, klankassonantie en (soms) rijm. Met voorbeelden van dichters Jan Eijkelboom, Frank Koenegracht en Erik Menkveld.
Het is dadelijk dag
Het is dadelijk dag
Als kind had Jan Loogman het idee dat zijn engel vlak bij hem was, als een verdubbeling van zijn gestalte vouwde hij zich om hem en bewoog met hem mee. Engelbewaarders, engelen die optreden om individuele mensen te beschermen, zijn vooral een rooms-katholiek fenomeen. Wie op zoek is naar een engel die uitdaagt en inspireert, kan terecht bij Czeslaw Milosz.
Gedichten zijn halfdoorlaatbare membranen
Gedichten zijn halfdoorlaatbare membranen
Door alledaagse dingen ongewoon of vreemd te presenteren, proberen dichters nu en dan onze automatische, onbewuste waarneming te doorbreken en een nieuw bewustzijn van de werkelijkheid te creëren. Maar in veel meer realistische gedichten wordt dat effect niet bewust nagestreefd. Romain John van de Maele put uit werk van Rutger Kopland, Hans Verhagen, Daniël van Ryssel en Marleen de Crée.
Ode aan het brood
Ode aan het brood
Poëzie is geen luxe, het is een eerste levensbehoefte, net zoals brood. Het graan en de taal staan voor ambachten die zo oud zijn als de mensheid: het zaaien-oogsten-kneden en bakken van brood, en het proces van poëtische creatie. Brood en poëzie zijn er om te delen. Een gedicht is pas een gedicht als het geconsumeerd wordt, gesproken, gelezen of beluisterd.
Grûntonger
Grûntonger
Op vrijdag 6 februari – Sami nationale feestdag werd een drietalig project (Noord-Sami, Nederlands en Fries) in boekvorm gepresenteerd, dat de omineuze, als waarschuwing bedoelde titel ‘Grûntonger’ kreeg (onweer in de grond). De samenwerking van de vertalers Sofia Krol en Hessel de Walle had een opmerkelijke bloemlezing van 65 gedichten als resultaat. Wopke van der Lei heeft het met plezier gelezen.