Columns
Poëzie en zelfreferentie
Zelfreferentie tref je ook aan in de natuurlijke taal en daarmee in poëzie en humor, dus ook in deze column. Binnen poëzie ontstaat zelfreferentie als de dichter pogingen onderneemt om het onzegbare te zeggen. Het onbenoembare wordt benoemd. De lach blijft in veel gevallen eigenlijk ook ongrijpbaar. Het lijkt alsof we vaak niet weten waarom gelachen wordt.
Parels in het Poëziecentrum Nederland (1)
Vandaag het eerste deel van een nieuwe serie van Wim van Til, Parels in het Poëziecentrum Nederland. Over Gert Jan de Rook, ‘book for ulisses’. Letterlijk een geschenk aan de boekhandelaar, een persoonlijke curiositeit. Wat de oplage van dit boekje geweest is, die zal niet hoog geweest zijn. Het is een uniek exemplaar (want met de hand gestempeld).
De Godsdronkene van Todi
Jacopo di Benedetti werd Jacopone da Todi genoemd, grote, gekke Jacob, dronken geworden door een Godservaring. Hij groeide uit tot een van de grootste dichters van zijn tijd en schreef het, tot op de dag van vandaag beroemde, mooi opgebouwde en in een zeer zingbaar ritme, 'Stabat Mater', niet voor niets door vele componisten op muziek gezet. Een column van Hans Franse.
De schaduw van de danser en de dans van Pierrot
Volgens filosoof Theo de Boer confronteert poëzie ons met de uniciteit van ons bestaan. Romain John van de Maele komt in zijn werk een regel van Martinus Nijhoff tegen uit het gedicht 'De eenzame'. Hij kreeg het gevoel dat eenzaamheid als basisgegeven van de menselijke existentie in het Nederlands nooit eerder beter was verwoord.
Winchester is wel een bedevaart waard
Fascinatie is, denkt Rogier de Jong, de beste manier om de emotie die door hem heen gaat onder woorden te brengen. Zonder enige tamtam, bijna achteloos, torent daar op een plek die veel nietsvermoedende toeristen zullen voorbijlopen, een reusachtig kunstwerk omhoog. In zijn enscenering, zijn uitvoering en betekenis, theatraal en toch ingetogen, poëtisch en narratief – en bovendien troostrijk.
Een jas tegen tekortschieten
Er zijn dagen waarop je tekortschiet. Aardige mensen zien het anders. Je schiet niet tekort, je hebt het gevoel tekort te schieten, zeggen zij. Tegen een wakker geschoten knagend gevoel wendt men allicht relativering aan. Jan Loogman gebruikt Boutens, Leeflang en Andriessen en pakt zichzelf bij de kladden. Een ander hoeft niet onder jou te lijden!

Hans Andreus honderd jaar
Het gedenken van een honderdste geboortedag is een mooi gebruik. Jan van der Vegt over Hans Andreus, de ware ‘dichter van het licht’. Andreus schreef een poëzie die ertoe doet, die niet vergeten mag raken. Het is een poëzie die van begin tot eind een levensverhaal niet vertelt, maar aanwezig laat zijn.

In memoriam Cees Nooteboom (1933 - 2026) / Zo worden jaren tijd
Een prachtig in memoriam voor de eigenzinnige schrijver, dichter, zwerver, monnik en reiziger Cees Nooteboom door Johan Reijmerink.
Over de dichter
In Koene en Van Dale zocht Hans Franse naar ‘dichter’ en ‘dichterschap’. Hoe komt het dat men zo gek is om dit etiket ‘dichter’ op het werken met taal, wat soms tot ware poëzie leidt, te plakken? Wat hij een beetje mist in de definities is dat het toch ook om een zwaar ambacht gaat, waarbij je hard moet werken en steeds schrappen.
