Interviews

Interview Sarah de Koning
Sarah de Koning schreef de beste Nederlandstalige dichtbundel van de drie voorafgaande jaren. Ze omschrijft de bundel zelf als ‘Een verzameling miniaturen en observaties waarin allerlei vrouwenstemmen op verhaal proberen te komen, in de vorm van dagboeken, brieven, kattebelletjes, telefoongesprekken. Eigenlijk onafgewerkte open vormen.’ Ze ziet de kracht van poëzie in thema’s die bijna niet in taal passen, waar het lichaam, het leven, de ervaring in overlopen.
Interview Jacobus Bos
‘Het klinkt misschien niet erg netjes, maar ik ben poëzie gaan schrijven van ellende.’ Voor Jacobus Bos is de dichter het medium tussen gedicht en gedachte. Als het op papier staat, moet het zichzelf nog bewijzen. Zelf probeert hij het gedicht, zowel vorm als inhoud, te veranderen tot de originele tekst de enige goede blijkt te zijn. ‘Bewijs uit het ongerijmde.’
Interview Annemie Deckmyn
Een gedicht mag voor Annemie Deckmyn niet te gezocht zijn qua vorm en inhoud. Dus eenvoud en verstaanbaarheid als belangrijke ingrediënten. Ze is niet graag een soort archeoloog in de verzen van een ander. Liefst raakt het haar bij een eerste lezing zodat ze het wil herlezen, iets aanstippen. In gesprek met Wim Vandeleene legt ze uit hoe belangrijk woorden voor haar zijn.
Interview Harrie Lemmens
‘Pessoa heeft geen beweging meer nodig: Pessoa is zelf een literaire beweging, een hele literatuur op zich, een podium waarop allerlei schrijvende en dichtende acteurs rondrennen en met elkaar ruziën en in gesprek gaan. Tijdloos.’ Vertaler Harrie Lemmens wordt vooral aangetrokken door de enorme rijkdom en gevarieerdheid van zijn werk en, onlosmakelijk daarmee verbonden, zijn persoon.
Interview Miel Vanstreels
In vergelijking met door hem zeer gewaardeerde, meer talige dichters voelt Miel Vanstreels zich soms een versjesmaker. Zijn taalgebruik is alledaags, hij maakt geen (of nauwelijks) gebruik van metaforen, de lezer hoeft bij hem niet te zoeken naar subtiel verborgen verwijzingen of poëtische experimenten. Het persoonlijke probeert hij zo te formuleren dat het een gedeelde menselijke ervaring wordt. Het particuliere moet iets universeels krijgen.
Interview Katelijne Brouwer
In de poëzie heeft dichter Katelijne Brouwer haar vorm gevonden. Maar ze heeft ook een mislukte roman in een la liggen. ‘Het blijft zoeken. Schrijven is schrijven, niet sturen, niet jezelf censureren.’ Ze draagt graag voor. Maar anders dan toen ze actrice wilde zijn, gaat het haar nu om het verhaal, de boodschap en vooral om verbinding.
Interview Johan Clarysse
Schrijven is net als schilderen ademen voor Johan Clarysse. ‘Schrijven gaat gepaard met een zekere urgentie. Die urgentie volstaat natuurlijk niet om een goed werk te maken. Of het goed of slecht is heeft vooral met vormkracht te maken.’ Tezelfdertijd ziet hij het schrijven ook als een zoeken naar ‘waarheid’, zij het dan een voorlopige waarheid met een kleine w.
Interview Saskia De Vriese
‘Om te kunnen begrijpen’, zegt Saskia De Vrieze, ‘moet ik vastleggen: een soms comfortabele illusie, dan weer een oncomfortabele realiteit. Dingen op een gepast woordenrijtje zetten om ze daarna te kunnen loslaten. In die zin is schrijven voor mij vooral een oefening in loslaten.’ Haar liefde voor poëzie en taal in het algemeen, voelt niet als een keuze, maar als iets dat er altijd al was.
Samuel Vriezen
Samuel Vriezen won dit jaar de Grote Poëzieprijs voor ‘De harmonie der scheuren’. Hij legt uit dat het werk ‘over alle mensen gaat’ en over ‘de hoop te mogen blijven leren’. Kunnen alle mensen eigenlijk een ‘wij’ vormen? Zelfs een politiek subject worden, het heft in eigen hand nemen, tegenover de rijke en machtige weinigen die meestal heersen? Beren op de weg zijn er genoeg.
