Interviews
Interview Annelies Verbeke
Iemand iets leren is nooit haar opzet bij het schrijven, zegt Annelies Verbeke. ‘Het gaat altijd om hoe ik de – in mijn ogen absurde – werkelijkheid ervaar. Wanneer dat resoneert bij mensen, wanneer ze er steun of herkenning of plezier uit putten, dan voel ik me begrepen.’ Ze verwijst graag naar het enorme belang van literatuur in haar leven, maar wie zij is buiten het schrijven?
Interview Bernadette Stom
‘Als je Stom heet, heb je alleen daarom al twee opdrachten: denk na, vind een stem.’ Bernadette Stom wist niet dat ze een dichter was. In de eerste poëzie les schreef ze: ‘de codes zijn me niet verteld/hoe weet ik dat ik veilig ben?’ Sowieso heeft taal met veiligheid te maken. In die veiligheid is ze graag een expert.
Interview Mijt van Muiden
‘De vraag die je mij zo-even stelde’, zegt Mijt van Muiden, ‘beantwoord ik liever, veel liever dan met wat ik er zojuist over zei, met een gedicht.’ Veel van zijn schrijfproces gaat intuïtief. Wat hij wel weet: hij hoeft de volwassen lezer niets wijs te maken. Daar is poëzie niet voor. Het is hem voldoende als hij af en toe een glimlach op het gelaat weet te toveren.

Interview Pol Bracke
Wim Vandeleene in gesprek met Pol Bracke: Over de saxofoonsolo, de handpomp en de schuchtere jeugdjaren. Energie krijgt Bracke van creëren, vanuit een waarneming een gedicht schrijven. De drang om te creëren maakt hem blij. Zoeken naar de volmaakte vorm is een strenge leermeester die lang op de rem heeft gestaan, maar gelukkig heeft plaatsgemaakt voor de durf om eindelijk te springen!
Interview Daniël Franck
‘Schrijven is enerzijds – en toch wel voor een belangrijk deel – mijn brandstof, maar anderzijds is het ook een confrontatie met mezelf.’ Daniël Franck in gesprek met Wim Vandeleene over zelfkritiek, de inkt als brandstof en de zoektocht naar de juiste vorm. ‘Voor de fase van het schrijven zelf tracht ik me mentaal te ontkoppelen van mijn omgeving.’

Interview Bo Vanluchene
‘Ik wil met mijn bundel allesbehalve navelstaren, maar juist helemaal in de wereld staan. Herkenbaar zijn voor zo veel mogelijk mensen.’ Bo Vanluchene debuteerde met ‘een pleidooi voor twijfel en verandering’ in plaats van iets nuttigs te leren zoals brood bakken. ‘De meest betekenisvolle reacties kwamen van heel gewone lezers, die op hun eigen manier een connectie maakten met mijn werk. Dat is meer waard dan ‘doorbreken’.’

Interview Pim Cornelussen
‘Als er één rol is de die poëzie kan oppakken in de klimaatcrisis dan is het deze: ontvankelijkheid creëren’, aldus Pim Cornelussen. ‘Ook al is het voor een select publiek, de diepte die je kan aanboren met poëzie is ongeëvenaard.’ Hij zou graag een betere manier vinden om twee dingen dichter bij elkaar te brengen: anderen vooruithelpen en eigen werk maken.

Interview Jolanda Kooijmans
Het creatief proces tussen schilderen en schrijven is bij Jolanda Kooijmans ongeveer hetzelfde, maar de behoefte/intentie achter het werk verschilt. Schilderen is ontspannend en contemplatief, het lijkt op tuinieren. Schrijven gebeurt veel koortsachtiger. Het proces zelf bestaat uit duizend-en-één kleine uitprobeersels en experimenten, mixen en mengen, dingen uitvergroten of juist verkleinen, aan elkaar plakken of uit elkaar trekken. Dat gebeurt intuïtief, in grote concentratie.

Interview Sarah de Koning
Sarah de Koning schreef de beste Nederlandstalige dichtbundel van de drie voorafgaande jaren. Ze omschrijft de bundel zelf als ‘Een verzameling miniaturen en observaties waarin allerlei vrouwenstemmen op verhaal proberen te komen, in de vorm van dagboeken, brieven, kattebelletjes, telefoongesprekken. Eigenlijk onafgewerkte open vormen.’ Ze ziet de kracht van poëzie in thema’s die bijna niet in taal passen, waar het lichaam, het leven, de ervaring in overlopen.
