Interviews
Interview Koenrad Moerman
Koenrad Moerman is nogal rationalistisch ingesteld, zijn werk komt vaak in eerste instantie voort uit een reflectie over een onderwerp dat hem boeit. Het moeilijkste in het schrijfproces is toch het begin: de invalshoek, de toon, de juiste sfeer vinden. Het baat niet om er moeite voor te doen, er is ergens een inval nodig om alles op gang te krijgen.

Interview Irene Schoenmacker
‘Schrappen’ is de moeilijkste fase in het dichtproces van Irene Schoenmacker. Ze heeft veel ‘beginnetjes’ op haar laptop staan, een ‘rond’ gedicht schrijven is erg lastig. Een thema helpt haar altijd bij het schrijven, als richting. Ze ziet een ontwikkeling qua thema, die ongeveer gelijkloopt met de fases in haar leven. Tegelijkertijd zijn alle gedichten wel erg duidelijk in dezelfde stijl geschreven.

Interview Billie Vos
‘Soms vloeien woorden vanzelf, maar vaak is schrijven ook echt graven. Dieper gaan dan comfortabel is’, zegt Billie Vos. In het dagelijkse leven verpoëtiseert ze snel. Misschien was schrijven altijd al een noodzaak voor haar, ook al had ze dat vroeger nog niet door. Maar ècht over alles schrijven? Dat kan volgens haar niemand. ‘We zijn allemaal begrensd door taal, ervaring en perspectief.’

Ellis van Atten
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het drieënzestigste gesprek, met Ellis van Atten. Schrijven helpt haar ook om chaos te organiseren en zelfinzicht te krijgen. Dagboeken, rijtjes met mogelijkheden, aantekeningen, krabbels en ja, ook gedichten. Ellis houdt van samenwerken, netwerken, spelen. Dat prikkelt, inspireert en zet haar in beweging, ze heeft het gewoon nodig.
Interview Aleid Bos
'Ik droom ervan', zegt Aleid Bos, 'dat zo nu en dan iemand een dichtbundel van mij pakt ter vertroosting en dat dan vindt in een gedicht van mij. Dat mijn poëzie verlichting geeft als iemand zich terneergeslagen voelt.' Ze houdt er niet zo van als een gedicht hoogdravend en ingewikkelder klinkt dan wat er te zeggen valt.

Interview Liesbeth D'Hoker
‘Ik kan mijzelf geen leven zonder literatuur indenken’, zegt Liesbeth D’Hoker , ‘schrijvers hebben me met hun werk al zo vaak vergezeld op cruciale momenten. Als niets helpt, helpt kunst, helpt literatuur.’ Ze is een trage denker en dichter. Dingen moeten rusten, verzen moeten versterven. ‘Ik schrijf ik in absolute stilte, dan hoor ik hoe de verzen zich vormen in mijn hoofd.’
Interview Jac. M. Janssen
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het tweeënzestigste gesprek, met Jac. M. Janssen. Over het begin van een levenslange liefde: zijn eerste verzamelbundel, ‘Dichters van deze tijd’ (van Paul Rodenko, Sybren Polet en Gerrit Borgers, 23ste druk!). Hoe leerzaam het is om je als lezer af te vragen: wat vind ik van deze tekst en waarom vind ik dat? Hoe kom ik voorbij mijn subjectieve indruk?

Interview Ron Frinks
In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het eenenzestigste gesprek, met Ron Frinks. Over jezelf serieus nemen als dichter, tips als ‘Lees en beluister werk van anderen. Zoek feedback. Wees je eigen criticus. Lees boeken over poëzie, sluit je aan bij een stadsdichtersgilde en laat je betalen voor je werk.’ En voor Meander, ‘geef wat meer positieve aandacht aan de kleine uitgevers’.

Interview Yasmin Namavar
Poëzie heeft Yasmin Namavar een extra ruimte gegeven om in te verblijven. Zonder die ruimte heeft ze minder bewegingsvrijheid. Haar gedichten zijn een representatie van hoe ze de wereld en haarzelf waarneemt. Ze probeert beeldend te schrijven, daarnaast is ze snel bezorgd dat ze te veel uitlegt. ‘Iets is nooit zomaar af. Ik ga er altijd opnieuw naar terug tot het goed voelt.’
