LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Yanaika Zomer

23 mei, 2024

‘Je poëzie is je identiteit.’

door Monique Wilmer-Leegwater

 

Yanaika Zomer is freelance journalist, schrijver en dichter. Als stadsdichter van Den Helder won ze Het Groot Gouds Stadsdichtersgala van 2022 en behaalde in 2023 opnieuw de finale. In datzelfde jaar stond ze in de finale van het NK Poetry Slam. Haar bundel U heeft nog 43 ongelezen gedichten verscheen in de Poëzieweek van 2024 bij uitgeverij Proces-Verbaal. Naast het schrijven, geeft Zomer workshops en zet ze zich in voor poëzie in de openbare ruimte. Ze organiseert ook Dichters in de Hortus en programmeerde poëzie voor cultureel festival Oogst.

foto © Nienke ’s Gravemade


In 2021 ben je gekozen tot stadsdichter van Den Helder. Wat heeft dit stadsdichterschap je tot nu toe gebracht?
Het stadsdichterschap heeft me heel veel gebracht, veel meer dan ik ooit had kunnen denken. Het was een sneeuwbal, die ik in zichzelf al prachtig vond – een mooi podium en ambassadeur te mogen zijn voor de stad en de poëzie. Punt. Maar vanaf het moment dat die sneeuwbal begon te rollen ging die steeds sneller en hij werd ook steeds groter. Kort na mijn aanstelling won ik het Groot Gouds Stadsdichtersgala. Dat was geweldig. Fijne bijkomstigheid is dat je met een prijs direct een keurmerk op je bips hebt. Blijkbaar kun je iets. Zulke dingen helpen in de contacten met podia en bijvoorbeeld een uitgeverij. In dezelfde periode dat ik mijn boekcontract kreeg, werd ik gevraagd een keer mee te doen met een Poetry Slam. Lang verhaal kort rolde mijn sneeuwbal zo via wat voorrondes door naar de finale van het Nederlands Kampioenschap.

Werkt het schrijven van een stadsgedicht anders dan een ‘normaal’ gedicht?
Een stadsgedicht verschilt voor mij van een normaal gedicht in de zin dat ik voor de stad altijd een opdracht voel, zelfs als die niet expliciet is. Het Nieuwjaarsgedicht mag ik bijvoorbeeld helemaal zelf invullen, maar ik realiseer me dat ik de kans heb veel stadsgenoten te bereiken. Die gelegenheid grijp ik graag aan om iets maatschappelijks of politieks te zeggen. Altijd verbindend – al vind ik dat een jeukwoord – anders schiet je je doel voorbij. En qua vorm graag een beetje toegankelijk. In mijn vrije werk voel ik die opdracht niet. Ik ben heel blij als mensen er iets uithalen waar ze zelf de woorden niet voor hadden, maar in eerste instantie is het een egoïstische aangelegenheidEr is een bepaalde chaos in mij en die probeer ik – bijna letterlijk – op een rijtje te krijgen.

Kun je iets meer zeggen over die chaos en hoe je die dan –bijna letterlijk- op een rijtje krijgt? Inspireert die chaos dan ook op een bepaalde manier?
Chaos is een scheppende kracht en niet voor niks het thema van de Maand van de Filosofie dit jaar. Onlangs mocht ik Marjan Slob erover interviewen. Heel inspirerend. Ze vertelde dat chaos de plek is waar iets kan veranderen. Er kan iets ontstaan. En in chaos ligt alles wat ons kan verrukken, zoals de liefde. Prachtig vind ik dat.
Chaos is ook een deel van wie ik ben, mede omdat ik ADHD heb. Ik heb altijd meerdere gedachten en vaak een paar gedichten in mijn hoofd, meestal met een liedje erdoorheen. Ik heb daarbij een druk bestaan en ben ook nog eens van de grote gevoelens. ‘Als we gelukkig waren, zouden we geen dichter zijn’, zeg ik altijd. Dat is gekscherend, ik ben heus een gelukkig mens. Maar diepe dalen zijn me niet vreemd en ik wil tegelijkertijd altijd groots en meeslepend leven. Heerlijk. Ik ben alleen niet zo goed in het reguleren van al die gevoelens. Poëzie schrijven is een manier om de warboel van gedachten en gevoel uit elkaar te trekken en in aparte regeltjes onder elkaar te zetten, liefst binnen de overzichtelijke ruimte van één pagina. Ik heb er dezelfde rust en aandacht voor als voor een dikke knoop in een bol wol. Geef ‘m maar aan mij, ik haal een enorme voldoening uit het ontrafelen en kan er tijden zoet mee zijn.
Zonder die chaos had ik dus waarschijnlijk geen inspiratie en ik zou ook niet anders willen. Ik heb geen makkelijk hoofd, maar saaiheid, een kabbelend bestaan zou me de das omdoen.

 


Mijn schouders zijn sinds kort een knaapje
voor een lichaam dat zichzelf niet draagt.
Traag sleep ik mij achter me aan
en wrijf de vloer op met mijn wreven.
Ik dacht dat het mijn hoofd zou zijn,
dat ik op een dag niet hoog zou kunnen houden
en dat het dan de taal was, waar ik mij
aan op zou trekken. Ik dacht dat ik mij
uit putten kon denken, slimmer was dan dit.
Maar ik wist niet dat je in mijn botten zat
en dat mijn armen niks vergeten zijn.
Ik wist niet dat je mijn stem was
of meer je geur nog dan je naam.
Ik heb nooit geweten hoezeer je mij bewoonde,
tot ik leegstond. Tot ik stilstond. Je blijft niet
bij me in gedachten, je sterft in me voort.

ongepubliceerd

Je schrijft gedichten in opdracht van de gemeente, bij openingen, herdenkingen en evenementen, maar ook op eigen initiatief. De omgeving of de actualiteit kan zomaar aanleiding zijn voor een stadsgedicht. Ik wil voor deze vraag even refereren aan Ruth Lasters van wie in 2022 een kritisch stadsgedicht afgewezen werd door de gemeente Antwerpen. Vind je dat een stadsdichter alle vrijheid moet hebben? Zou je iets aanpassen als je dat bijvoorbeeld door de gemeente gevraagd zou worden?
Nee, ik zou niks aanpassen. Dichterlijke vrijheid is een groot goed en heeft een belangrijke functie. Kunstenaars, waaronder schrijvers, zoeken naar nieuwe manieren om de werkelijkheid weer te geven. Manieren die ervoor kunnen zorgen dat mensen anders naar die werkelijkheid gaan kijken. Het is niet voor niks dat machthebbers in totalitaire regimes ze het liefst opsluiten. Kunst is een vorm van activisme. Het heeft de kracht een revolutie te ontketenen, maar is wat mij betreft al waardevol als je één persoon een nieuw perspectief biedt. Een gemeente die daar bang voor is, moet geen stadsdichter aanstellen.
Ik heb het geluk dat de gemeente mij eigenlijk alle vrijheid en vertrouwen geeft en ik vind dat dat ook moet. Andersom probeer ik daar zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan en niet bij wijze van spreken meteen de volledige woke agenda bij mijn stadsgenoten door de strot te duwen. Dat werkt niet. En preken voor eigen parochie heeft weinig zin. In mijn stadswerk ben ik dezelfde linkse rakker als in mijn vrije werk, maar uit ik het subtieler.
De wijze waarop Ruth Lasters gecensureerd werd door de gemeente Antwerpen is absurd. Ze had een kritisch gedicht geschreven over het Vlaams onderwijssysteem dat leerlingen op basis van hun schoolresultaten labelt in de categorieën A en B, eigenlijk alsof je het over een kwaliteitskeurmerk hebt. Dit systeem is stigmatiserend en werkt discriminatie in de hand. Terecht dat ze daar iets over zegt. Het leuke is dat de gemeente Antwerpen haar boodschap alleen maar bekrachtigd heeft door het te weigeren. Ineens was het overal te lezen en deed het precies wat kunst moet doen: het zette mensen aan het denken.

In januari van dit jaar kwam je debuutbundel U heeft nog 43 ongelezen gedichten uit bij uitgeverij Proces-Verbaal. Kun je iets meer zeggen over de totstandkoming van deze bundel?
U heeft nog 43 ongelezen gedichten staat volledig los van mijn stadsdichterswerk. Het is een bundel geworden waarin een aantal lijnen zijn te ontdekken, maar de belangrijkste is het vrouwenleven van kind tot ouderdom. Míjn vrouwenleven, want dat is de egoïstische aangelegenheid waar ik het net over had, maar eigenlijk die van heel veel vrouwen. Eén van de eerste gedichten is een lief, klein gedichtje over een kind dat naar haar moeder kijkt die een blikje Droste cacao vastheeft, zoals de vrouw op het blikje die op haar beurt weer een blikje vastheeft met een vrouw erop die.. enzovoort. Het kind stelt zich voor dat ze op een dag ook een vrouw zal zijn met een blikje in haar hand dat chocolademelk maakt voor haar eigen kind. Dat gedichtje lijkt een beetje zoet misschien, maar is een voorbode. Net als mijn moeder en mijn moeders moeder en de vrouwen om mij heen, kreeg en krijg ik rollen toegedicht die we steeds weer aan elkaar doorgeven. Veel van die rollen komen in mijn bundel voorbij.

Dat is een mooie invalshoek en veel vrouwen zullen zich in die rollen herkennen. Wat kan jouw bundel in dat opzicht betekenen voor de mannelijke lezer?
Ik hoop een zeker inzicht. Ik heb wat dat betreft mooie reacties gehad van mannen die net iets beter snapten dat het om structurele patronen gaat, niet om wat losse vrouwen die zaniken over wat verschillende incidenten. Een man was in tranen omdat hij zijn vrouw erin herkende. Hij vroeg haar: ‘In hoeveel rollen heb jij je niet moeten voegen?’

‘Ze plooide je jarenlang schijnbaar moeiteloos van meisje tot moeder, van maagd tot matrone, van mantelzorger tot minnares en van MILF tot modulaire kubus. Maar haar weerstand exponeert. In U heeft nog 43 ongelezen gedichten vertelt ze waar het zeer doet en waarom.’
Op internet vond ik deze tekst over jou en je bundel. Ben je iemand van tegenstrijdigheden? En hoe belangrijk is het voor jou om je weerstand te exponeren ?
Dat zijn de vrouwenrollen die ik bedoel. We zijn meisjes, moeders, maagden, minnaressen enz, soms tegen wil en dank. Aan die rollen kleven allerlei veronderstellingen, verwachtingen en vooroordelen, die we vaak al jong internaliseren. Over schoonheid bijvoorbeeld en over gedrag. De lat ligt vaak hoog en het ingewikkelde is dat de boodschappen over wat een vrouw zou moeten zijn nogal botsen met elkaar. Want enerzijds worden meisjes geseksualiseerd zodra ze in de puberteit komen, ook als ze daar zelf nog niet aan toe zijn, maar tegelijkertijd mogen ze zich niet als een sloerie gedragen. Ze moeten een goede moeder zijn, maar voltijd moederschap vinden we niet ambitieus genoeg. Fulltime werken daarentegen maakt je een loedermoeder en vrouwen die uit alle macht proberen om aan alle eisen te voldoen zijn deeltijdprinsesjes. Je moet een sterke vrouw zijn, maar niet te sterk, want dan ben je een bitch en als je kinderen op de wereld hebt gezet, prijzen we niet het lichaam dat ze gedragen en gevoed heeft, maar hoe snel het weer strak en sexy is. Vrouwen die ouder worden, zeker als ze voor de camera staan, worden bespot om hun rimpels en hun lichaam dat verandert, maar kiezen ze voor een cosmetische ingreep, dan is het wéér niet goed. Dus als je vraagt: ben je iemand van tegenstrijdigheden? dan zeg ik ja. Maar in dit geval gaat het om de onmogelijkheid aan alle opgelegde tegenstrijdigheid te voldoen. Toen ik jonger was plooide ik me ‘schijnbaar moeiteloos enz’, maar de weerstand wordt steeds groter. Het is moeilijk om je los te maken van genderrollen, ook voor mannen, zeker als je jong bent. Ik heb het altijd gezien, maar kon me er niet aan onttrekken. Ouder worden helpt. Ik heb geen zin meer in die onzin.

 

Orizuru

Je kunt een vrouw maximaal zeven keer vouwen
voordat ze niet meer meebeweegt. Dat heb ik onderzocht.
Het zijn niet zozeer de bochten waarin zij zich wringt,
maar het dwingende waarop haar weerstand exponeert.
Ze halveert bij elke vouw, terwijl ze opstapelt in zichzelf.
Dit fenomeen doet zich voor ongeacht haar afmeting,
dichtheid en het vermogen zichzelf te ontkennen.
Zelf ben ik al kraanvogels geweest, een kikker
die echt kan springen en een modulaire kubus
om je geheimen te bewaren, je trouwring of iets anders
dat je liever achterwege houdt.
Een vrouw vouwt over het algemeen vanzelf weer uit
tot haar oorspronkelijke staat, maar het laat zachte lijnen na
waar zij gemakkelijk in terugklapt en te zijner tijd scheurt.
Dat gebeurt voornamelijk wanneer zij al jong werd geplooid
en nooit geleerd heeft wie ze is.
In theorie zou je een vrouw 39 keer moeten vouwen
om een stapeling te bouwen tot voorbij de maan. Haar bestaan
zou daarmee ter discussie raken. Hoe vaker gevouwen,
hoe verder haar oppervlak halveert. Ze verkleint
met een slag per keer tot ze uiteindelijk verdwijnt.
Je kunt een vrouw hooguit zeven keer vouwen
voordat ze niet meer meebeweegt. Je noemt haar dan koud
en onwendbaar, ongenaakbaar of frigide. Ze is rigide. Je
vindt haar hysterisch, een kenau, onvrouwelijk
omdat ze weigert en verwijt haar de vorm waarin jij haar houdt.
Onthoud dat wanneer je verwacht dat ze glimlachend schikt.
De lijntjes rond haar mond zijn de allereerste vouw.

uit de bundel U heeft nog 43 ongelezen berichten, 2024

Mag ik daaruit concluderen dat de verwachtingen die aan vrouwen gesteld worden veel hoger liggen dan die we aan mannen stellen? Draagt jouw bundel ertoe bij om dit verschil aan de kaak te stellen en hier een bepaald inzicht over te verschaffen?
Mannen zijn net zo goed slachtoffer van verwachtingen en het is ontzettend schadelijk voor zowel mannen als vrouwen, omdat ze elkaar in stand houden. Het één is recht evenredig aan het ander. Mannen – en in het westen voornamelijk witte mannen – hebben voordeel van het systeem, maar dat betekent niet per se dat het goed voor ze is. Mijn man en ik brengen twee jongens groot en ik hoop dat we ze tenminste een béétje vrij kunnen maken van alle gendernormen die ze van buitenaf opgeplakt krijgen. Neem zoiets als boosheid. Een emotie die we in vrouwen zelden waarderen, terwijl het voor mannen zo’n beetje de enige emotie is die overblijft. Ze mogen niet bang zijn, ze mogen niet huilen, ze leren niet praten. Ja, dan ga je stampen en schreeuwen en in het ergste geval ga je over tot geweld. Andersom slikken vrouwen hun boosheid in tot ze doodongelukkig zijn. Ik merkte tijdens het schrijven van de bundel hoe slecht het slachtofferschap me past. Ik ben niet verdrietig om de dingen die mij en andere vrouwen overkomen. Ik ben niet verdrietig dat dat mede komt doordat mannen doen wat ze is geleerd. Ik ben woest.
Eerder vertelde ik over het gesprek dat ik met Marjan Slob had over chaos. Orde helpt ons de wereld te begrijpen. Dat is zinvol, maar het is ook conservatief. De opdeling in mannelijkheid en vrouwelijkheid is zo’n vaste orde, maar niet iedereen voelt zich nog thuis in die orde. Die mensen gaan eraan morrelen en dat veroorzaakt chaos. Doodeng natuurlijk als je wereldbeeld zo helder leek. Maar wel nodig. Chaos is de ultieme basis voor verandering, voor iets nieuws. Ik heb niet de illusie dat ik de wereld kan veranderen, maar ik ben goed in chaos.

Je noemt jezelf een kustwijf, een vrouw van het strand, geboren en getogen in Den Helder en je hoopt hier ook dood gevonden te gaan worden. Waarom is deze omgeving zo belangrijk voor jou?
In mijn jeugd had ik niet door hoe bijzonder het was om in Den Helder te wonen. Een stad, direct aan zee, aan drie kanten omringd door water, waar de natuur redelijk uniek is, mede door de schone lucht. Ik wilde weg, studeren in de grote stad en nooit meer terugkomen. Den Helder was lelijk, vond ik. En eigenlijk zei iedereen dat. Men wilde er ‘nog niet dood gevonden worden’, zoals dat heet. Wat ik later pas ging zien was dat die grijze betonnen wederopbouwarchitectuur waar mensen de stad op beoordelen een soort oorlogsmonument is. Den Helder is de meest gebombardeerde stad van Nederland. Ruim 150 keer. De stad was compleet verwoest en het gros van de mensen was gevlucht. Maar ze kwamen terug en bouwden de stad weer helemaal op. Dat vind ik dus van zoveel veerkracht getuigen. Ik ben daar trots op.

Maar goed, voor het zover was, moest ik eerst weg. Weg van die lelijke stad aan het einde van de wereld. Ik ging studeren in Utrecht en woonde tegen De Bilt aan. Dichter naar het midden van het land kan niet. Daar miste ik de zee, de wind en de horizon. Ik kon niet aarden. Blijkbaar was ik een kustwijf. Nu noem ik Den Helder het begin van de wereld en hoop ik er na geboren en getogen te zijn ook oud te worden en er op een dag te sterven. Dood gevonden te worden. Ik loop minimaal twee keer per week door de duinen of over het strand. Dan verwaait mijn haar, adem ik héél diep in en weet ik precies waarom ik daar zo thuis ben.

Je won in mei 2022 de eerste prijs tijdens het Groot Gouds Stadsdichtersgala en in september 2023 stond je in de finale van het Nederlands kampioenschap Poetry Slam. Zijn alle gedichten die je schrijft geschikt voor bijvoorbeeld een Poetry Slam? Is de tekst ondergeschikt aan de voordracht of andersom? Hoe kijk jij daarnaar?
Er zijn fantastische spoken word artiesten, die schrijven voor het podium. Hun teksten zijn wellicht ook heel goed leesbaar, maar komen het best tot hun recht wanneer ze door de schrijver zelf ten gehore worden gebracht. Andersom zijn er geweldige dichters, die schrijven om gelezen te worden. Sommige daarvan kunnen ook heel goed voordragen. Ik ben geen spoken word artiest. Ik vind het fijn als iemand mijn bundel in handen heeft en de tijd kan nemen, liefst met een kat op schoot en een kop thee of zoiets, om goed te lezen. De titel U heeft nog 43 ongelezen gedichten is een verwijzing naar de dringende meldingen op je telefoon, die zeggen dat je nog mails en DM- en Whatsapp-berichten hebt. Poëzie, schrijven en lezen, is voor mij een manier om te vertragen. U heeft nog 43 ongelezen gedichten is geen dringend verzoek, maar een belofte. Je hebt er nog 43 die je mag lezen wanneer jij daar zin in hebt, die je mag herlezen om nog meer te ontdekken en je mag er zo lang over doen als je wil. In die zin ben ik meer een dichter, denk ik. Ik vind het wel ontzettend leuk om regelmatig op het podium te staan, maar dan kies ik gedichten uit waarvan ik weet dat ze in gesproken vorm overeind blijven. Het is gewoon zonde als mensen het taalspel van de eerste zin nog aan het verwerken zijn als je bij zin 3 iets zegt waar ze misschien even over moeten nadenken, terwijl in zin 5 alweer een grapje zit. Ik kreeg ooit het jurycommentaar dat ik gul ben in mijn gedichten. Ik geef graag veel. Maar het risico is natuurlijk dat je het publiek overstelpt als je in één keer een hele bak van beelden en woordgrapjes over ze uitstort. Die gedichten zijn dus om te lezen.

Wie zijn voorbeelden voor jou en welke dichters lees  je zelf graag?
Ik hou van veel verschillende dichters. Dat klinkt ontwijkend en ik wil heus wel namen noemen, maar mijn grootste voorbeeld is de veelheid aan vormen die poëzie kan hebben. Dat daagt me uit om opnieuw naar mijn eigen werk te kijken en uit mijn comfortzone te stappen. Nooit iemand anders willen zijn, natuurlijk, al heb ik dat heus geprobeerd. Ik vind het soms jammer dat ik geen Iduna Paalman of Yentl van Stokkum ben. Ik vind ze zó goed. Iduna omdat ze schitterend opgebouwde volzinnen produceert, met beelden die ik lang niet altijd begrijp, maar direct van haar wil aannemen. Het klopt gewoon. Ze is niet bang om niet begrepen te worden. Dat ben ik zelf eigenlijk constant. Yentl roept vooral een gevoel bij me op van vingertoppen in de aarde, bloemen en vruchten. Het is zintuigelijk, het broeit, het is klassiek en actueel tegelijk. Maar als ik iets uitprobeer dat ik niet ben, moet ik altijd aan de De Dichter van Annie M.G. Schmidt denken. Dat gedicht is zo grappig en zo waar. De dichter Piet Pluimers wil daarin graag sonnetten schrijven over wat late rozen in de zon, maar krijgt te horen dat de rijm en het ritme van sonnetten uit de mode zijn en dat het vooral niet de bedoeling is iets begrijpelijks te schrijven. Dan doet hij heel erg zijn best iets te maken dat voldoet en iedereen vindt het helemaal geweldig, behalve hij zelf. Je kunt niet maken wat je zelf niet bent. Je poëzie is je identiteit. Je kunt beter worden en je horizon verbreden, maar je kunt nooit jezelf uit je gedichten schrijven. Ik heb me er maar bij neergelegd dat ik andere dichters mag bewonderen en me mag laten inspireren, maar het uiteindelijk met mezelf moet doen. Om zo’n zelfde reden vind ik het heel interessant om dean bowen te lezen. Ik ben een witte vrouw en zal nooit volledig begrijpen wat het betekent om dat niet te zijn, ook niet met allerlei kennis over ons koloniaal verleden of een oneindige hoeveelheid getuigenissen. Die kunnen me raken en maken dat ik me altijd zal verzetten tegen allerlei vormen van uitsluiting, maar écht begrijpen kan ik dat niet. Natuurlijk kan poëzie daar ook niet voor zorgen, hoe magisch het ook is. Maar ik kan wel een inkijk krijgen in een identiteit die de mijne niet is. En dan heb ik het dus niet alleen over inhoud, maar ook over vorm, taal en beeldtaal, die ergens anders geworteld zijn dan de mijne. Het dwingt me mijn best te doen. Niet om er iets van te vinden of echt te begrijpen, maar wel om te luisteren en het aan te nemen. En natuurlijk om de schoonheid te zien. Tot slot moet ik Ester Naomi Perquin noemen. Om veel redenen, maar vooral omdat ik me in haar taal zo thuis voel. Het voegt me. Ik zal nooit kunnen schrijven zoals zij en dat blijft jammer, maar in haar werk kan ik wonen alsof het mijn eigen huis is.

Wat zijn je plannen voor 2024, wat mogen we nog van jou verwachten?
Optreden vooral denk ik, hopelijk een paar mooie publicaties. Maar op LinkedIn schreef ik laatst iets over mijn planloze bestaan. Natuurlijk heb ik wensen en verlangens en gelukkig zijn er altijd mensen die graag met me samenwerken. Dat helpt om in elk geval een aantal maanden vooruit te kunnen denken. Er zit nu bijvoorbeeld iets heel leuks aan te komen, waar ik nog niet al te veel over wil zeggen. Het is heel pril. Iets met een boek, iets met non-fictie. Iets over de liefde. En Proces-Verbaal wil ook graag met me verder, waar ik heel verguld mee ben.
Maar in het begin van dit gesprek hadden we het over die sneeuwbal. Steeds groter, steeds sneller en er blijft van alles in hangen. De laatste jaren word ik echt een beetje naar van het idee dat we onszelf allerlei doelen moeten stellen en dat we ons succes in eigen hand hebben. Mensen manifesteren zich een ongeluk, onder leiding van Instagoeroes die daar ook nog een hele hoop geld mee verdienen. Maar als ik acht jaar geleden een zogenoemde stip op de horizon had gezet, was ik nooit waar ik nu was. Ik zou de verkeerde richting hebben gekozen, allerlei moois misgelopen zijn, mensen niet ontmoet hebben, die me in contact brachten met weer andere mensen, die me lieten zien wat er nog meer kon. Ik zou dingen hebben gedaan, waar ik helemaal niet zo goed in bleek en teleurgesteld zijn geraakt omdat ik nooit mijn stip bereikte. Met mijn liefde voor de chaos ben ik een soort antimanifestatiegoeroe. Zolang ik doe wat ik graag doe en er beter in word, kom ik vanzelf waar ik blijkbaar uit moest komen.

 

Dingen die ik verloor dit jaar

Eén paraplu (die mooie die niet omslaat in een storm), mijn sleutels (meermaals,
altijd teruggevonden), tijd (aan niks, aan alles), een herhaalrecept voor Ritalin
(natuurlijk).

De moed (meermaals, altijd teruggevonden), mijn vruchtbaarheid (tevergeefs
gezocht, niet verwacht dat ik er nog aan hechtte), mijn taille (gelijktijdig met
voorgenoemde vruchtbaarheid), minimaal vijf oorknopjes.

Mijn moeder (op 15 juni. Daarna steeds opnieuw), iemands kind te zijn, een vintage
zonnebril, ruzies (die ik zelf zo naarstig had gezocht), boodschappenlijstjes,
lippenbalsem, Ibuprofen (altijd onderin mijn tas).

Mijn joie de vivre (komt wel weer terecht), mijn tekst, twee finales, het vermogen te
dragen wat ik altijd dragen kon, mijn stem (gelijktijdig met voorgenoemd vermogen),
jou (twee keer).

Een kasjmier trui, het geloof dat de mens in wezen goed is (ligt begraven met
duizenden kinderen), de draad (voortdurend), mijn geduld, gemiddeld honderd haren
per dag.

De angst om te verliezen. (Voorgoed.)

ongepubliceerd

 

 

 

 

     Andere berichten

Interview Kreek Daey Ouwens

Interview Kreek Daey Ouwens

‘Schrijven is voor mij een zoeken.’ door Monique Wilmer-Leegwater   Kreek Daey Ouwens (Lindenheuvel, 1942) debuteerde in 1991 met...

Interview Felix Chow

'Blij met extra zonlicht' door Sander de Vaan Felix Chow (Hong Kong, 2000) was dit jaar te gast bij Poetry International. Gevoelige...