Columns

Queen Charlotte wint de Karel Van de Woestijne-prijs voor poëzie
Charlotte Van den Broeck, die de ene poëzieprijs aan de andere rijgt, lijkt, qua succes, wel de Pommelien Thijs van de poëzie te zijn, zij het iets diepzinniger, aldus Marc Bruynseraede, die de uitreiking van de vierjaarlijkse poëzieprijs Karel Van de Woestijne 2025 aan haar bijwoonde. De authentiek-vernieuwende poëzie van Charlotte Van den Broeck staat: ‘loodrecht op het landschap van de taal’.
Nijhoffs beide Kinderkruistochten
Zelfs in het werk van een vooraanstaand dichter kun je een gedicht tegenkomen dat je tegenstaat. Jan van der Vegt heeft dat (onder meer) ervaren bij Nijhoff en zijn gedicht ‘De kinderkruistocht’, dat bestaat uit achttien rijmende tweeregelige strofen (distichons), in april 1919 gepubliceerd in het blad ‘De Beweging’. Waarom moesten die kinderen op reis, zelfs zonder afscheid te nemen? Waarom heet dit een ‘kruistocht’?
Chaos en vernieuwing
Hoewel Rogier de Jong geen filosoof is, gaat hij in op het begrip dialectiek, dat zegt dat waarheid uit tegenstellingen ontstaat. Dat is een mooie gedachte, die een belofte in zich draagt van verzoening, althans van een nieuw evenwicht, een synthese. Alles in het leven draait om balans. Zodra dat evenwicht verstoord wordt, is er ruimte voor vooruitgang en groei. Ook dichters maken een dergelijke ontwikkeling door.
Iemand toch
Jan Loogman kijkt naar zijn luisteraars die hun laatste levensfase in een staat van verwarring doormaken, zijn ze nog hun vroegere zelf? Wat weten zij van wie zij waren? Hij meent onzekerheid bij hen te voelen, maar het kan even zo goed zijn eigen projectie zijn. Wat vinden zij van zijn tekst? ‘Rottig’, zegt er een.
Nachten van de Poëzie, getekend: Guido Lauwaert
Een gloedvol eerbetoon van Marc Bruynseraede aan Guido Lauwaert, ‘de Gentse literaire gangmaker en vermetele schavuit, bekendste en beruchtste promotor van de poëzie, met onvoltooide middelbare schooljaren maar met een dosis lef’, die naast de Nachten van de Poëzie nog een heleboel andere literaire initiatieven heeft genomen, zowel op de scene als acteur, als in de media, als journalist.
Lachen en dat wat onuitgesproken blijft
Willem Tjebbe Oostenbrink over de woorden lachen en vergeten. Ze houden verband met elkaar en ze staan op gespannen voet. Met lachen kun je jezelf en alles vergeten, alsof het moment jou geheel opslokt en er niets anders overblijft dan te lachen, te ontspannen, los van gedachten, troebelen, zorgen, spanning, alles los te laten, alleen maar lachen. Maar hoe werken ze in gedichten?
Vanaf dat moment ging het faliekant mis
Soms is een prijsuitreiking van een poëziewedstrijd een waar uitje, andere keren weet je niet wat je moet verwachten en heel soms gaat het helemaal fout. Alles staat of valt met een goede organisatie. En hoewel het tenslotte niet om de prijs gaat, maar om de eer, is het toch wel erg sneu als de voltallige jury er met de bloemen vandoor gaat.
Stadsdichters
Er is geen eenduidige definitie van een stadsdichter. Hans Franse over zijn Den Haag en de stadsdichters van vroeger. Den Haag heeft nu twee jonge stadsdichters, voortgekomen uit een wedstrijd op middelbare scholen, begeleid door het Huis van de poëzie, Anu Soerjoesing en Govert van der Velde maar Ilja Leonard Pfeiffer zou eens een jaar de stadsdichter moeten worden en op zijn manier de straten beschrijven.

Het commentaar op Albrecht Rodenbach
Hans Franse heeft zich verdiept in de Vlaamse schrijver en dichter Albrecht Rodenbach (1856 -1880). Vanuit zijn liefde voor Vlaanderen streed hij voor het Vlaams als voertaal toen het Frans onbarmhartig toesloeg nadat België zich van Nederland had afgescheiden. Rodenbach werd met zijn charisma de levende legende van de Vlaamse Jeugd. Hij verzette zich met name tegen het gebruik van het Frans in het onderwijs.
