LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Columns

Dwangarbeider van de poëzie
Dwangarbeider van de poëzie
Een prachtig in memoriam van André van der Veeke door vriend en kunstbroeder Rogier de Jong. André was een gedreven dichter, maar hij zwom ook tegen de stroom van genre- en andere conventies in, hij schreef eigenzinnige, sterke gedichten. Ook was hij medeoprichter van het literair periodiek ‘Ballustrada’. Volgens de herdenkingskaart had hij aanvankelijk een enorme hekel aan poëzie: ‘erger dan een kerkdienst’.
Dwalen in het spiegelpaleis tussen droom en fantasie
Dwalen in het spiegelpaleis tussen droom en fantasie
Wat was de bedoeling van onze Rob de Vos-wedstrijd? Zit er authentieke poëzie in de ongelauwerde inzendingen van dichters die ‘moeten blijven dwalen tussen de woorden en wanen, in hun dromen en fantasieën’, of maakt de columnist hier een ommetje in het thema van de wedstrijd? Aan ‘dwalen’ geeft De Dikke Van Dale niet minder dan zeven taalkundige betekenissen!
Handen op de rug
Handen op de rug
Een wandeling met de blik vooruit naar het nieuwe jaar. Drukte om de schrijver heen. Daarbinnen houdt hij zijn handen op zijn rug, indachtig het gedicht van Bernard Wesseling: ‘Sinds ik, in navolging van oudere mannen, met mijn handen / op mijn rug loop, grijp ik minder aan / en word ik minder aangegrepen.’ Dan ineens komen zijn handen tevoorschijn en wijzen.
Dichterlijk omgaan met de (on)zichtbare werkelijkheid
Dichterlijk omgaan met de (on)zichtbare werkelijkheid
In een van zijn nagelaten gedichten liet Paul van Ostaijen het jongetje Marc ’s morgens de dingen groeten, waardoor een stilleven met een vaas en brood op tafel, en een stoel naast de tafel, tot leven werden gewekt. Er zijn echter ook gedichten waarin de openstapeling van visuele prikkels een maatschappijkritische of poëticale rol spelen. Maar in gedichten wordt het zijn vooral zichtbaar gemaakt door werkwoorden.
Het commentaar van Tom Veys
Het commentaar van Tom Veys
Onder onze eigen recensenten zitten tevens dichters wier bundel besproken wordt door een collega. Dit stuivertje wisselen is een aparte ervaring. Nu is de recensent zelf overgeleverd aan iemand die zijn of haar poëzie onder de loep neemt. Tom Veys geeft commentaar op de recensie van zijn bundel ‘Dan strekt de zee in me door', geschreven door Ivan Sacharov.
Nieuwjaarswens
Nieuwjaarswens
Wij wensen u een gelukkig nieuwjaar!
De eerste honderd (10-slot)
De eerste honderd (10-slot)
‘Nu weet ik dat het mijn honderdste was, toen was het mijn mooiste aankoop-op-één-na’, schrijft Wim van Til in deze laatste aflevering van zijn eerste honderd: 1.31 meter poëzie op een rij. Het is dan nog maar 1975 en hij staat niet echt stil bij het aantal bundels zoals hij ook niet nadacht over de verhouding man/vrouw.
Hans Andreus - Van de roekoemeisjes en het licht
Hans Andreus - Van de roekoemeisjes en het licht
Hans Andreus behoorde tot de groep schrijvers en beeldende kunstenaars die zich na de oorlog presenteerde als voorhoede van een nieuwe lyriek, die zich keerde tegen welke conventie dan ook, de Vijftigers. Het woord kon als klank, associatie, werken. Postuum werd hem de Henriëtte Roland-Holst prijs toegekend voor zijn gedichten vanwege de sociale bewogenheid en literaire kwaliteit.
Een omgeving is wat men er van ‘maakt’ – de vroege visuele gedichten van Roland Jooris
Een omgeving is wat men er van ‘maakt’ – de vroege visuele gedichten van Roland Jooris
Er zijn weinig Vlaamse dichters die zoveel aandacht hebben geschonken aan het visuele aspect van het-in-de-wereld-zijn als Roland Jooris. Hij heeft de automatische cameratechniek meermaals toegepast, een gedicht wordt als het ware vastgelegd door een dashcam. Nu en dan wordt de visuele herkenning samen met de daaruit voortvloeiende zingeving niet volledig ontbloot. De dichter schrikt van het beeld en onderbreekt de gebeurtenis door de woorden.