LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Blijft het bij geklots aan de Schelde?

24 okt, 2023
door Marc Bruynseraede

 

Ruth Lasters wint Arkprijs van het Vrije Woord



In het sfeervolle kader van het Huis van Herman Teirlinck in Beersel, bezuiden Brussel, werd op 14 oktober jl. de 73ste Arkprijs van het Vrije Woord aan Ruth Lasters uitgereikt.

De website vermeldt dat ‘De Arkprijs van het Vrije Woord een symbolische prijs is die in 1951 in het leven werd geroepen door Herman Teirlinck en de redactie van het Nieuw Vlaams Tijdschrift om te verhinderen dat de ideologische bekrompenheid de vrijheid van meningsuiting en denken zou inperken. De prijs wil die personen voor het voetlicht brengen die zich actief inzetten voor de vrijheid van denken’.
In zijn verantwoording bij het eerste nummer van het Nieuw Vlaams Tijdschrift (1946) nam Herman Teirlinck de taak over die August Vermeylen op zijn sterfbed naliet: ‘Hij heeft gepleit voor echtheid, eigenheid en eenvoud en gewezen op de noodzakelijkheid van levensstijl.’

Ruth Lasters werd door de jury verkozen omwille van haar kritische houding ten aanzien van de behandeling van het beroepsonderwijs en haar verzet tegen de beknotting van de vrije meningsuiting. Ze stelt dat elke afhankelijkheid van overheid of bedrijfssubsidies een hachelijke onderneming is. Alleen onafhankelijk denken kan tot een zinvol debat leiden. Haar ontslag als stadsdichteres van Antwerpen – daarin gevolgd door de vier andere stadsdichters – is meer dan een symbool. Zij stelt de wezenlijke vraag of schoolopleiding niet teveel onderhevig is aan politieke of economische belangen, eerder dan aan zelfontplooiing.

In haar Laudatio riep Ingrid Vander Veken de aanwezigen op om waakzaam te blijven, om het literaire woord te koesteren dat Ruth Lasters, in haar proza en poëzie, heeft opgenomen, om er, met wijsheid en humor, verfrissend, maar nooit vrijblijvend, balancerend tussen weten en zoeken, mee om te gaan. ‘Ze doet met woorden meer dan literatuur scheppen. Ze omarmt er andere woorden mee die zonder haar onopgemerkt zouden blijven. Omdat ze niet uitgesproken worden door ‘ministers’ of ‘senatoren’, ‘dokters’ of ‘advocaten’ maar door leerlingen van de beroepsschool waar zij les geeft. Door Kevin en Miguel en Charlotte en Amber en Nyano en Ine, die zich behandeld voelen als tweede keus. Ruth eigent zich hun stem niet toe, ze laat ze horen, ze geeft ze door. Ze verhindert dat het woord ‘intelligent’ gegijzeld wordt. Ze bevrijdt het. (…)’

En ach, Antwerpen, met daar een schouderophalen bij. Was het alleen maar dat, of was er meer aan de hand? Bleef het, blijft het bij wat geklots aan de Schelde?’  aldus een snedige Ingrid Vander Veken.

In haar dankwoord zei Ruth Lasters: ‘Toen ik voor aanvang van de Losgeld-schrijfworkshop, aan Kelvin, Charlotte, Nyano, Amber en Miguel had gevraagd of ze wel eens negatieve opmerkingen kregen over het feit dat ze in het deeltijds beroepsonderwijs zitten, hadden sommigen met hun ogen gerold alsof ik had gevraagd of het water nat is. Dat bleef ik maar voor me zien toen het gedicht Losgeld pas werd geweigerd als stadsgedicht. Ongelooflijk beledigend voor alle niet ASO’ers (Algemeen Secundair Onderwijs) en voor alle stielmannen en -vrouwen vond ik die afwijzing. Bovendien werd het daardoor voor mij zonneklaar dat het stadsbestuur alleen brave marketingversjes wilde en niet in het minst openstond voor teksten die juist de frictie opzoeken ten behoeve van de echte dialoog en sociale vooruitgang.
Ik ben een leerkracht, een literair auteur en een filantroop op afstand. Maar een promoschrijver ben ik niet. Ik schrijf met inkt, niet met vernis. Bijgevolg kon ik niet anders dan aftreden als dichter van mijn geboortestad, die een evenwichtig cultuurbeleid verdient dat ook het belang inziet en verdedigt van kritische reflectie op maatschappelijke tendensen.’

Ruth Lasters plaatste het dispuut met de stad in een bredere context. Verknechting spruit niet enkel voort uit een gebrek aan kennis maar ook uit een miskenning en verdraaiing van de feiten. ‘De wereld staat in brand’ , zei de laureate die de toehoorders opriep om niet ongevoelig te blijven voor het tekort aan vrijheid en zich blijvend te engageren voor de vrijheid van denken, spreken en schrijven.

foto’s:
Huis Herman Teirlinck in Beersel,© Hans Franse
De Arkprijs, ©  Thierry Geenen
Ruth Lasters tijdens haar dankwoord, © Thierry Geenen
Ruth Lasters en de schrijvers van het gedicht ‘Losgeld’, © Hans Franse

 

     Andere berichten

Als de zomer eens komt

door Hans Franse   Ik houd erg van ‘petite histoire’, de geschiedenis van kleine mensen soms in een grootse tijd. Wij kennen dan de...

Kunst en afgunst

Kunst en afgunst

door Rogier de Jong     Afgunst Afgunst, adder, is geduldig, haar beet verraderlijk. De overvloed aan stenen, gras en...

Waar een busreis toe leiden kan

door Marc Bruynseraede   In de jaren zeventig kwam ik in contact met Ton Luiting, dichter-journalist bij De Gooi- en Eemlander en...