Archief
Nieuwsbrief 13 / 29 maart
Ode aan het brood
Poëzie is geen luxe, het is een eerste levensbehoefte, net zoals brood. Het graan en de taal staan voor ambachten die zo oud zijn als de mensheid: het zaaien-oogsten-kneden en bakken van brood, en het proces van poëtische creatie. Brood en poëzie zijn er om te delen. Een gedicht is pas een gedicht als het geconsumeerd wordt, gesproken, gelezen of beluisterd.
Grûntonger
Op vrijdag 6 februari – Sami nationale feestdag werd een drietalig project (Noord-Sami, Nederlands en Fries) in boekvorm gepresenteerd, dat de omineuze, als waarschuwing bedoelde titel ‘Grûntonger’ kreeg (onweer in de grond). De samenwerking van de vertalers Sofia Krol en Hessel de Walle had een opmerkelijke bloemlezing van 65 gedichten als resultaat. Wopke van der Lei heeft het met plezier gelezen.

Pim Cornelussen - Tot de zon zwelt
De eerste bundel van Pim Cornelussen, ‘Tot de zon zwelt’, heeft helemaal niets van een debuut, aldus Hans Puper. De vormgeving is doordacht, de bundel heeft een sterke samenhang en sommige regels onthoud je makkelijk door de bijzondere formuleringen, het ritme en de klankrijkdom. In de bundel worden geborgenheid en verbinding een verlangen naar geborgenheid en verbinding.

Interview Maarten van den Berg
‘Het diepste van mijn gevoel presenteren en dat anderen daarmee onderweg gaan, dat is wat ik graag nastreef.’ Maarten van den Berg wil elke dag zijn beste werk maken. Het knokken en opstaan, dat is wat hem gaande houdt. In de stoeprand van een taxistandplaats zijn de dichtregels te zien. Wat betekende het? Waarom stond het daar? Wat moest die gozer hiermee?

Bloemlezing - Ik sta in wilde schoonheid
Schrijver Susan Smit stelde de bloemlezing ‘Ik sta in wilde schoonheid’ samen, hierin staan gedichten over het vrouwenlichaam, geschreven door vrouwen. Dit wekte de interesse van Marc Bruynseraede, want: ‘Een titel als deze alarmeert natuurlijk ook het mannelijk deel van de bevolking, want waar wilde schoonheid op het programma staat, daar kan het mannelijk geslacht nooit ver uit de buurt zijn.’

Aafke van Pelt
Een taalfestijn, het werk van Aafke van Pelt, in een consequente eigen stijl. Heerlijk zinnelijk met woorden die ‘doorglijden in je open keel alsof je een oester leeggiet’, met ‘volhongere vingers’ en ‘suikerslagroomwolk’, ‘pistachekruimbestrooide’ en het ‘weezoete vet’ en ‘het kleverige proef-maar-alles op onze huid’ en ‘dat wat er nakomt’: ‘we smaken eindelijk vol’,
‘nasmaak die blijft spoken’.

Bernadette Stom - Heimweecafé
Jeroen van Wijk noemt ‘Heimweecafé’ van Bernadette Stom een enigszins veilig, maar prima debuut: ‘Er is weinig op aan te merken, kwalitatief zijn ze in orde, er schuilen mooie beelden tussen de woorden, maar vaker wel dan niet blijft het daar ook bij.’ Gelukkig zitten er voldoende gedichten in die hem als lezer een fijne kluif geven.
Nieuwsbrief 12 / 22 maart
Poëzie en zelfreferentie
Zelfreferentie tref je ook aan in de natuurlijke taal en daarmee in poëzie en humor, dus ook in deze column. Binnen poëzie ontstaat zelfreferentie als de dichter pogingen onderneemt om het onzegbare te zeggen. Het onbenoembare wordt benoemd. De lach blijft in veel gevallen eigenlijk ook ongrijpbaar. Het lijkt alsof we vaak niet weten waarom gelachen wordt.
Klassieker 299 : C.O. Jellema – Notitie bij een Friese kerkmuur
Jan Buijsse bespreekt het gedicht ‘Notitie bij een Friese kerkmuur’ uit 'Stemtest' (2003), de laatste bundel van C.O. Jellema (1936 – 2003). Hij ziet er hoe de lezer getuige is van een gebeurtenis, die voor de dichter een kort lichtend moment in de tijd is, een ervaring die een eeuwigheid inhoudt.

Anne Vegter - Projectmedewerkers
Johan Reijmerink bespreekt ‘Projectmedewerkers’ van Anne Vegter. Hij concludeert: ‘We hebben in deze bundel van Vegter van doen met zorgvuldig ingepakte en versleutelde poëzie. De schoonheid ervan openbaart zich in verrassende metaforen en snelle opeenvolgende situaties, gezien vanuit de alwetende verteller. De langs flitsende beeldopeenvolging overschaduwt soms de verstaanbaarheid.’

Interview Christina Flick
Christina Flick gelooft in taal ‘als een hongerig beest dat zin heeft in nieuwe vondsten en zich voedt via andere talen, misverstanden en fouten’. Poëzie speelt altijd al een rol voor haar, ze troost haar, voedt haar. Onlangs stuurde een vriendin een foto dat haar bundel bij de openbare bibliotheek van Amsterdam ligt. Daarvan droomde ze toen ze begon te denken aan een bundel.

Pieter Sierdsma - Losgemaakt
Jac Janssen bespreekt ‘Losgemaakt’ van Pieter Sierdsma: ‘De stijl ademt een tot rust gekomen aandacht voor het alledaagse, de thema’s neigen naar verstilling en observatie. Er gaat geregeld een wat bedaagde, bijna bezadigde sfeer vanuit die alleen een dichter met veel verleden kan oproepen. En tegelijk roepen die soms schijnbaar achteloze, dan weer poëtische zinnen zóveel vragen op dat ik het overzicht kwijtraak.’
Parels in het Poëziecentrum Nederland (1)
Vandaag het eerste deel van een nieuwe serie van Wim van Til, Parels in het Poëziecentrum Nederland. Over Gert Jan de Rook, ‘book for ulisses’. Letterlijk een geschenk aan de boekhandelaar, een persoonlijke curiositeit. Wat de oplage van dit boekje geweest is, die zal niet hoog geweest zijn. Het is een uniek exemplaar (want met de hand gestempeld).

Xander Jongejan (samensteller) - Oude Grond
Het nulnummer van het nieuwe tijdschrift ‘Oude Grond’ heeft als ondertitel ‘traag tijdschrift’. De samensteller is Xander Jongejan, hij zocht zorgvuldig teksten uit van bijzondere schrijvers in binnen- en buitenland om met aandacht van te genieten. Volgens Anneruth Wibaut hebben de teksten onderling zoveel samenhang dat er een nieuw kunstwerk is ontstaan. Ze komt veel bekende dichters tegen.
Nieuwsbrief 11 / 15 maart
De Godsdronkene van Todi
Jacopo di Benedetti werd Jacopone da Todi genoemd, grote, gekke Jacob, dronken geworden door een Godservaring. Hij groeide uit tot een van de grootste dichters van zijn tijd en schreef het, tot op de dag van vandaag beroemde, mooi opgebouwde en in een zeer zingbaar ritme, 'Stabat Mater', niet voor niets door vele componisten op muziek gezet. Een column van Hans Franse.
Rob de Vos-prijs wordt tweejaarlijks
De Rob de Vos-prijs wordt tweejaarlijks! De volgende editie vindt plaats in 2027.
Jaap Bos
De poëzie van Jaap Bos is bezwerend, origineel, zinnelijk met mooie vergelijkingen als ‘de wind dreef de continenten uiteen / als bladeren op het water.’ De verzen roepen veel op, ‘Ik wacht op het moment dat het vlies zal breken.’ Bedwelmen soms en af en toe blijven de woorden steken als prikkeldraad. Met ‘de hand van de tijd’ en ‘een bewijs uit het ongerijmde’.

Het commentaar van Yvan De Maesschalck
Hoe is recensent Yvan De Maesschalck eigenlijk een poëzielezer geworden? De kiem werd gelegd in een dorpsschool door twee gedichten die hem diep raakten. Dan was er nog zijn moeder die thuis psalmen zong en gedichten uit haar hoofd kon opzeggen. En laten we de twee leraren niet vergeten die zich met enthousiasme wentelden in de grote literatuur en dit overbrachten op hun leerlingen. Het commentaar van Yvan De Maesschalck.
Interview Rik Dereeper
Door zo dikwijls met een pijnlijk afscheid te zijn geconfronteerd, blijft de dood een regelmatig terugkerend onderwerp in de poëzie van Rik Dereeper. Hij sleutelt soms nog lang aan een ‘definitievere’ versie om deze uiteindelijk minder wantrouwig los te laten met een laatste zucht: het is volbracht. Koppig doorzetten dus. Eerlijke feedback krijgen is belangrijker dan de vele (goedbedoelde) duimpjes.

Annelies Verbeke - Charmolypi
In de debuutbundel ‘Charmolypi’ van Annelies Verbeke is de Soemerische godin Nisaba het onderwerp, zij is de godin van de vruchtbaarheid, het graan en het schrift. Hettie Marzak merkt op: ‘Verbeke geeft Nisaba niet alleen een aantal markante karaktertrekken mee, maar deelt ook met haar de bezorgdheid om het klimaat, het voortschrijden van de tijd en de schijnbare maakbaarheid van het menselijk leven.’
De schaduw van de danser en de dans van Pierrot
Volgens filosoof Theo de Boer confronteert poëzie ons met de uniciteit van ons bestaan. Romain John van de Maele komt in zijn werk een regel van Martinus Nijhoff tegen uit het gedicht 'De eenzame'. Hij kreeg het gevoel dat eenzaamheid als basisgegeven van de menselijke existentie in het Nederlands nooit eerder beter was verwoord.
