LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Guido De Bruyn
Guido De Bruyn
Deze hommage aan Johannes Vermeer van gelauwerd dichter Guido De Bruyn heeft een zekere lichtheid, iets impressionistisch. ‘Dat is alles, geen ingrediënt lijkt te ontbreken: / onder de vergulde kan wacht de vergulde schotel, / iets staat voor altijd te gebeuren. / Wees gerust, sust het zilver: hier mag worden gemorst / met overdadig, zorgvuldig zondaglicht.
Aafke van Pelt
Aafke van Pelt
Een taalfestijn, het werk van Aafke van Pelt, in een consequente eigen stijl. Heerlijk zinnelijk met woorden die ‘doorglijden in je open keel alsof je een oester leeggiet’, met ‘volhongere vingers’ en ‘suikerslagroomwolk’, ‘pistachekruimbestrooide’ en het ‘weezoete vet’ en ‘het kleverige proef-maar-alles op onze huid’ en ‘dat wat er nakomt’: ‘we smaken eindelijk vol’, ‘nasmaak die blijft spoken’.
Jaap Bos
Jaap Bos
De poëzie van Jaap Bos is bezwerend, origineel, zinnelijk met mooie vergelijkingen als ‘de wind dreef de continenten uiteen / als bladeren op het water.’ De verzen roepen veel op, ‘Ik wacht op het moment dat het vlies zal breken.’ Bedwelmen soms en af en toe blijven de woorden steken als prikkeldraad. Met ‘de hand van de tijd’ en ‘een bewijs uit het ongerijmde’.
Masja Vrijland
Masja Vrijland
Wat vooral charmeert is dat deze dichter een geheel eigen stem heeft. Het is een verademing naar deze snelle poëzie te gaan van iemand die schijnbaar vreemde sprongen maakt (maar toch minder vreemd dan eerst gedacht) en sterk associeert. Regels als ‘logerend in schuren van mogelijkheden / tussen thuis en onderweg / deelde weilanden in tweeën / was resonant in diepst van gedachten’.
Johan Clarysse
Johan Clarysse
Johan Clarysse is een dichter naar ons hart. Beeldend, rijk, boeiend. Om steeds weer te herlezen, een groter compliment kan je een dichter niet geven. We kijken mee met het oog van de schilder ‘wiens oog de hele kamer vult’ en zien hele scènes opgeroepen door een enkel woord, ‘zwijgzame huizen’, ‘het niet begrijpende kind’ en een regel als ‘In hun voetafdruk hangt randschade.’.
Ronald Verhille
Ronald Verhille
Iemand die als het ware vrijwillig afstand heeft genomen van zijn moedertaal en dan toch nog zo schrijft, dat doet Ronald Verhille. Zijn gedichten ontstaan vaak in hotelkamers, luchthavenlounges of treincoupés, helaas niet vanuit een rustige zetel met zicht op de Middellandse Zee. Zelf noemt hij ze ‘microverhalen’. Als geheugensteun werkt dit voor hem beter dan foto's maken.
Tom Driesen
Tom Driesen
Bijtend, humoristisch, origineel, in een eigen taal, vol lef en kracht, zoals hij het op het podium brengt, we horen hem. Schreeuwende regels als ‘Konden we maar even / boven onszelf en met die stem / de zwaartekracht uit onze voeten springen’ en ‘Ach konden we maar even / onze helden weer de hemel in vertellen.’
Jan Clement
Jan Clement
Deze dichter kan met weinig woorden een beeld schetsen, een sfeer neerzetten, zijn werk is filmisch en beklijvend. Alle gedichten hebben stilte als thema. Ingehouden en met een aarzeling tussen de woorden, dat is beheersing en zorgvuldigheid. Er hoeft niets meer gezegd, het is voldoende zo. ‘Dromen trekken over ons gezicht.’
Wim Vandeleene
Wim Vandeleene
Verrassende en spannende beeldspraak van deze dichter die ‘onze zorgen’ laat ‘stijgen als luchtbellen in een aquarium’ en ons ‘het zachte licht dat door gordijnen sijpelt’ laat proeven en het geluk noemt als het natte huis bovendrijft, de toeschouwer wegwuift met een golvend gebaar. En dat is maar goed ook want ‘je tred verandert onder het gewicht van je gemoed’.