LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Jaap Bos

14 mrt 2026

Jaap Bos (1961) houdt ervan om wat te wandelen, het liefst in de bergen, want dat is goed voor z’n ziel, denkt ‘ie. Hij is een liefhebber van de poëzie van Patricia Cavalli, Paul Celan, Hugo Claus, en van het werk van Max Beckmann en van expressionistische grafiek in het algemeen. Hij schreef een aantal boeken, waaronder het meest recent een over de telepaat Eugen de Rubini (De volgeling, samen met Friso Hoeneveld). Bos is opgeleid als psycholoog en in zijn werkzame leven verbonden aan de Universiteit Utrecht, afdeling sociale wetenschappen.

 

Het naakte uur

Iets ten noorden van Grindav is vanochtend een opening in de aarde ontstaan,
een scheur waaruit lava stroomt, als moedermelk,
een warme gift aan het kind. Haar borst ontbloot
in diffuus blauw licht, als een waas dat over de dingen valt,
wanneer je je ogen sluit en de dag breekt. De zachte delen
van de middag zijn als was in je handen, je vingers verstrengeld,
je lippen samengeknepen, de tijd uitbijtend, op elk onmogelijk moment
van het uur dat naakt is
en langzaam wegglipt, uitdooft.

Ik dacht aan de nacht die zou komen.
De wind dreef de continenten uiteen
als bladeren op het water.
Misschien is het waar dat als je in een ander land woont,
onder een andere naam, dat dan van alles alleen
dat zal overblijven wat al is vergaan.
Ik wacht op het moment dat het vlies zal breken en
de ochtend in een vloeiende beweging naar beneden zal tuimelen,
uit de donkere hemel, en er een eind zal komen,
om te beginnen de herinnering aan dat wat ons dierbaar was.
Aardverschuiving

Hier in de heuvels rond Florence
waar de honden slapen in de milde avondzon,
hun bedwelmde geesten vervuld
van visioenen van uitgestrekte korenvelden,
hier vind je de lange ongebroken schaduwen
die onbewogen door het dal trekken,
als trage dromen, op afstand gehouden
door ontembare demonen die zich
schuilhouden achter mijn trillende oogleden.
Disambiguiteit

De brieven die we elkaar schreven
zijn onleesbaar geworden.
De hand van de tijd schreef over ieder woord
een woord dat erop lijkt.
Woorden die je niet kunt weggeven
en niet kunt opslaan
en zijn blijven steken in wat moeilijk anders
dan als prikkeldraad kan worden beschreven.
Bewijs uit het ongerijmde

Aan slaap geen gebrek in deze nacht
die als inkt aan mijn vingers kleeft
Heel de plakkerige rust die de kinderen
met het vallen van de duisternis hebben achtergelaten
suist door mijn hoofd.
Enkelvoudige, ondeelbare herinneringen
trekken als mist boven de heuvels naar zee.
Dat jij hier gisteren was
en dat wij elkaar daar zijn misgelopen:
een bewijs uit het ongerijmde.

     Andere berichten

Tara Lyn Jansen

Tara Jansen (1996) is dichter, docent Nederlands en verbonden aan Poetrycircle Eindhoven. Haar poëzie komt voort uit een bittere noodzaak,...

Benoit Van der Cruysse

Benoit Van der Cruysse

Benoit van der Cruysse (°1986) woont in Antwerpen en schrijft graag sobere, psychologisch gelaagde verhalen en gedichten. Hij behaalde in...

Albert Hagenaars

  Albert Hagenaars is op de eerste plaats dichter maar was ook jarenlang poëzierecensent voor De Haagsche Courant en NBD Biblion. Hij...