Jan Clement (Torhout,1948) studeerde Woordkunst aan het Koninklijk Conservatorium te Gent, doceerde Woordkunst aan verschillende Academies en aan het Koninklijk Conservatorium Gent en was voorzitter van OverTheMoonvzw, een jongerencollectief dat theaterproducties realiseerde en ‘het boek IK’, dagboekfragmenten van jongeren uit geheel Vlaanderen.
Hij publiceerde een achttal dichtbundels, waaronder Daar (uitgeverij P). Zijn werk werd in diverse literaire tijdschriften als Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Vlaams Tijdschrift , Deus ex Machina en Meander opgenomen.
Ook vertaalde hij Gesprek met de engelen (Lemniscaat) en Terugkeer van de engelen.
Onderstaande gedichten maken deel uit van een serie Wintergedichten.
–
Op tafel de thee die geurt
naar bloem, blad en tak
In het zwarte vlak
van de kamer
ademt de nacht
–
Ik draai het dopje van de pen
maar de woorden
blijven stil, stom
De maan glijdt in het kopje
Het lepeltje roert haar om
–
Een raam met een boom
Een stoel. Een tafel
En het bed
–
Zij werd stil
Een droom
trok over haar gezicht
–
Maanlicht
Stiller
Een sneeuwvlok
–
Een trek van een pen
een teken, een spoor
in de lucht. De vogel
is zijn vlucht. Kraai
een kras in het licht
Leegte


