LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Gedichten

Jac. M. Janssen
Jac. M. Janssen
Een moedercyclus van dichter Jac Janssen, ‘om begrip te bouwen en gewoon / weer kwijt te spelen wat ik / zo ooit / later pas begrijpen zal.’ Of nu dan, de onthechting van het leven, het verlies van de werkelijkheid, het verhaal herschrijven, met alle respect en liefde van een zoon voor zijn moeder, zonder overbodige sentimenten maar gewoon zoals het is.
Arnout ter Haar
Arnout ter Haar
Herkenbare gedichten over vervreemding en eenzaamheid, gemis aan iemand die er niet meer is. Vreemde kleurloze vissen die zwijgend in zinloze kringen zwemmen, tijd met naald en draad aan elkaar rijgen, ongenood stilte en kou aan tafel krijgen die hem leegvreten, de dichter, ons. Morgenavond komen ze terug, door roeien en ruiten. Iemand nog koffie?
Aline Serverius
Aline Serverius
Een dichter met een strofe als ‘de nachten ademen behoedzaam/zandkastelen met vlaggetjes en al’ en een regel als ‘mijn benen nog geen grote klompen ijs’, neemt ons mee in de beelden die ze oproept, beelden waaruit we niet snel meer losraken, ‘tussen dichtbij en veraf ligt een land/ ondoorwaadbaar uitgestrekt’, of we aankomen is niet zeker, niet belangrijk ook.
Inès Al Share
Inès Al Share
Inès Al Share schrijft over diaspora, identiteit en culturele vervreemding en gebruikt poëzie als middel om te spreken over wat vaak onuitgesproken blijft. Het zijn bloemrijke gedichten voor de geduldige lezer, interessant en met een welkome nieuwe toon. De gedichten hebben voldoende zeggingskracht, ook al kunnen we als lezer niet ieder woord ontrafelen. Het is tijd dat we ook gedichten uit/over een andere cultuur publiceren.
Kees van Scherpenzeel
Kees van Scherpenzeel
Kees van Scherpenzeel maakt sonnetten. ‘Ik wil dat je mijn gedichten kunt zingen’. Door die vaste rijmvorm associeert hij beter en komt hij op plaatsen waar hij met een vrij rijm nooit was gekomen. Het is knap wanneer iemand in deze rijmloze vrije-vers tijden erin slaagt om gedichten te maken waarin wel rijm en metrum zit zonder dat het duf of ouderwets overkomt.
Geert Jan Beeckman
Geert Jan Beeckman
Het werk van Geert Jan Beeckman is niet altijd makkelijk te duiden, maar dat hoeft natuurlijk ook niet. De sobere formuleringen en het zoekende is mooi. Er zijn zinnen die je niet meer vergeet, ‘Er wordt niets gezien wat niet eerst / een voorbode was’, ‘Schaduw maken betekent / dat je toch wat probeert.’ En alleen al de regel ‘Alles is handeling.’
Ton van Leeuwen
Ton van Leeuwen
Licht ironisch, met humor en een vette boodschap, dat kan allemaal in poëzie. ‘Stilte wordt hier vrij vertaald’, ‘een museum dat dag na dag om vijf voor twaalf opengaat’, ‘de kijker op afstand gehouden en in verwarring gebracht’, dat doet dichter Ton van Leeuwen, ‘er ritselt iets in het gras’, ‘Een gedrongen koolzaadplant schreeuwt stop of ik schiet.’
Neejten
Neejten
Het is vooral het thuiskomen in de laatste regel van het laatste gedicht van deze bijzondere dichter, of het ‘gaandeweg meerstemmig worden’ waaruit nog een soort van vrede dacht te volgen te midden van deze indringende leegte en pijn die met beelden van ‘de krant in repen, het tijdschrift met plastic erom, een hondsdolle beet in het nekvel’ opgeroepen wordt.
Jan Clement
Jan Clement
Aandacht aan de vorm, een eigen beeldtaal, een prettig gebruik van rijm, klassiek en toch actueel, een ervaren dichter die weet wat hij doet. De leegte van de afwezige, de spiegeling van de tijd en gebeurtenissen, beeldend als de schrijnendste foto. Een jongen met wuivend haar en zijn lichte tred, dat hij daar maar altijd naast ons mag blijven lopen.