Gedichten
Inès Al Share
Inès Al Share schrijft over diaspora, identiteit en culturele vervreemding en gebruikt poëzie als middel om te spreken over wat vaak onuitgesproken blijft. Het zijn bloemrijke gedichten voor de geduldige lezer, interessant en met een welkome nieuwe toon. De gedichten hebben voldoende zeggingskracht, ook al kunnen we als lezer niet ieder woord ontrafelen. Het is tijd dat we ook gedichten uit/over een andere cultuur publiceren.
Kees van Scherpenzeel
Kees van Scherpenzeel maakt sonnetten. ‘Ik wil dat je mijn gedichten kunt zingen’. Door die vaste rijmvorm associeert hij beter en komt hij op plaatsen waar hij met een vrij rijm nooit was gekomen. Het is knap wanneer iemand in deze rijmloze vrije-vers tijden erin slaagt om gedichten te maken waarin wel rijm en metrum zit zonder dat het duf of ouderwets overkomt.
Geert Jan Beeckman
Het werk van Geert Jan Beeckman is niet altijd makkelijk te duiden, maar dat hoeft natuurlijk ook niet. De sobere formuleringen en het zoekende is mooi. Er zijn zinnen die je niet meer vergeet, ‘Er wordt niets gezien wat niet eerst / een voorbode was’, ‘Schaduw maken betekent / dat je toch wat probeert.’ En alleen al de regel ‘Alles is handeling.’
Ton van Leeuwen
Licht ironisch, met humor en een vette boodschap, dat kan allemaal in poëzie. ‘Stilte wordt hier vrij vertaald’, ‘een museum dat dag na dag om vijf voor twaalf opengaat’, ‘de kijker op afstand gehouden en in verwarring gebracht’, dat doet dichter Ton van Leeuwen, ‘er ritselt iets in het gras’, ‘Een gedrongen koolzaadplant schreeuwt stop of ik schiet.’
Neejten
Het is vooral het thuiskomen in de laatste regel van het laatste gedicht van deze bijzondere dichter, of het ‘gaandeweg meerstemmig worden’ waaruit nog een soort van vrede dacht te volgen te midden van deze indringende leegte en pijn die met beelden van ‘de krant in repen, het tijdschrift met plastic erom, een hondsdolle beet in het nekvel’ opgeroepen wordt.
Jan Clement
Aandacht aan de vorm, een eigen beeldtaal, een prettig gebruik van rijm, klassiek en toch actueel, een ervaren dichter die weet wat hij doet. De leegte van de afwezige, de spiegeling van de tijd en gebeurtenissen, beeldend als de schrijnendste foto. Een jongen met wuivend haar en zijn lichte tred, dat hij daar maar altijd naast ons mag blijven lopen.

Tineke Bracke
Het introverte en originele van het werk van deze dichter boeit. De taal is mooi hoewel ook wat afstandelijk, veilig daardoor, want het is gebeurd. Persoonlijk, analytisch, beschouwend, ‘je liep / alsof de naden / niet voor jou / waren gestikt’ of ‘je zei / dat het niets was’ met dan een vondst als en ‘dat zelfs zwijgen / een vorm van spreken is’.
Marco Starmans
Met de logica uit zijn vakkenpakket, komt deze dichter tot nuchtere regels als ‘Ik sta hier al een hele poos te kijken. / De Maas raast voorbij. / Het doet me denken / aan hoe de Maas voorbijraast.’ Om verderop te concluderen ‘Dat is geen poëzie. / Zo gaat dat in Rotterdam.’ Maar dit dus wel: poëzie, geërfd van een grootvader.
Vincent Van Gelder
Met soms heftige beelden, het wolfshongerig happen, het kind dat valt, de doodsdoek met het parfum van de moeder, pakt deze dichter ons vast en voert ons door droom en daad. Een opeenvolging van schreeuwend geboren worden, regels als ‘Dauwladders van grasspriettop / tot bodem breken tussen tenen / Zolen voeren koele zelfgesprekken’ verlangen naar meer.
