Masja Vrijland studeerde Taal- en Cultuurstudies en is actief op verschillende poëziepodia. Regelmatig treedt zij op met voordrachten uit eigen werk, zoals tijdens de Kunstschouw Ellemeet, alternatief muziekfestival Midgard, Nacht van het boek of Literaire wandeling Tilburg. Ze maakte deel uit van een voorleestheater dat eigen werk voordroeg in Tilburg, Amsterdam en Nijmegen. Eerder publiceerde zij in literaire tijdschriften zoals Op Ruwe Planken, Hollands Maandblad, Meander, Meelij & Afschuw, korreltje Zeezout, De poëzie lacht op straat, gebeitelde gedichten in Tilburg. Haar bundel Het huis kwam uit bij Consulaat der letteren. Voorjaar 2026 verwacht zij haar tweede bundel uit te brengen.
–
Tafel met andermans oren
omdraaipoten mocht
jarenlang naast mijn kussen
iets vinden van mij
–
droeg verhalen van zelfnoemhelden
met scheld en venijn in roze porselein
–
Gisteren zijn hun ongetemde nieren opgehaald
door een vrouw die op tijd kwam
met haar oranje ketting pluizige
deken autonome auto
–
zij ging voor zichzelf en haar dienaar
een werkplaats inrichten voorbij
een hoog hek aan zee onder stalen
balken die wisten te verstaan
–
Ik wachtte op de prijs van zout en spijt
gedweep met kriebelende draadjes
krakende koffers vol appels kamelen rovers
maar bleef ongekend droog in mijn slakkenhuis
–
I
–
Afgestudeerd op kantoorstoep
noteerde brandveilig bureau
liet voetzolen achter in plakkerige voortuin
vol bramen regenbogen passerende olifanten
–
kocht spiegels
van eerste te veel
om petten te vangen in wind
–
knapzak ter knarsen zonder
rechter helft dempen
scheppen in buitencirkels
van prikklokken dronk
verhalen uit meegebrachte mok
bleef extern om wat hoorde
–
II
–
logerend in schuren van mogelijkheden
tussen thuis en onderweg
deelde weilanden in tweeën
was resonant in diepst van gedachten
–
stond vast als brug met vertraging
willen was mist te bevaren
soep vol vijverlatijn
–
God had ik geweten ben weldegelijk
diepst van eigen beweging
heb uitgevonden kan erin staan
vrij om te spreken blijk te willen
zo waarlijk helpe mij wie gaat horen
ik ben mijn intern geboren ik
–
Als kameel in het zand
droeg ik functionarissen
en terwijl ik herhaalde
luisterde naar passanten
–
zoals de vrouw die terugploegde
door rul bedrog tierde tegen
de gewapende man op mijn nek
meer verontwaardigd dan bang
–
zij weigerde dubbel te betalen
voor een sfinx zonder twijfel
–
al het onrecht dat nog
onthuld zou worden
werd alvast begrensd
–
ze was een held een domme
maar ik was ook slechts
lastdier met buigende
gewoontes en weinig lachspier
–
hoewel ik voor haar toch
een snorhaar bewoog

