LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Jana Arns – Tussen messen slapen

6 mrt 2026

Horizontale poëzie

door Ivan Sacharov




Verschillen tussen mannen en vrouwen bestaan. Sommige mensen lijken dat te willen ontkennen, maar het is zo: mannen schrijven bijvoorbeeld andere poëzie dan vrouwen. Hoewel de reden daarvan niet direct duidelijk is. Er zijn geen biologische belemmeringen, zouden we kunnen denken. Maar dan vergeten we misschien hoe de geest werkt, en dat aandacht grotendeels bepaald wordt door hoe die zich in het leven tot zaken verhoudt. Het eerste gedicht van een bundel (pag. 5):

Je zegt:

stel je voor dat liefde rond is
lof zich ophoopt aan de heupen
volslank zou het nieuwe ideaal zijn

en buigt je over de lachkuiltjes in mijn billen.
Hoe dan je woorden van hellingen rollen
als in een autobandenrace

zo groeien wij in richtingen
die we niet aanwezen.
Sneller dan de hond aangeeft te willen geaaid

ontknopen wij elkanders vacht
die grijzer wordt en stug,
bedekt waaraan we ons ouder hebben gemaakt.

Ook in deze kreukelzone
waar affectie braille is,
lees jij nog steeds de beste verhalen.

Is dit nu geschreven door een man of een vrouw? Het is intieme, zintuiglijke poëzie vol warmte en lichamelijkheid, maar ook met een melancholische ondertoon over ouder worden en het verstrijken van de tijd. Geeft dat een clou? Misschien.

”Woorden als ‘lachkuiltjes in mijn billen’, ‘ontknopen wij elkanders vacht’, en ‘waar affectie braille is’  zetten letterlijk aan tot voelen. De dichter werkt sterk met aanraking als een manier van lezen en beleven. Er is een mooie tegenstelling tussen het speelse ‘sneller dan de hond aangeeft te willen geaaid’ en het sobere, reflectieve ‘die grijzer wordt en stug, / bedekt waaraan we ons ouder hebben gemaakt’. Het geeft een gevoel van doorleven, van intieme routine maar ook vergankelijkheid. De dichter gebruikt bewegingen als metafoor voor affectie: ‘woorden rollen van hellingen als in een autobandenrace’, en ‘wij groeien in richtingen die we niet aanwezen’. Het maakt dit gedicht dynamisch en levendig. Ondanks het verstrijken van de tijd en de fysieke veranderingen lijkt er een diepe verbondenheid te blijven: ‘lees jij nog steeds de beste verhalen’, is een mooie afsluiting. Een soort triomf van intimiteit over het lichaam heen.”

Mooi. Tot zover de interpretatie van CHATGPT (die de kans dat dit door een vrouw geschreven is op 55 tot 60 procent schat). Maar leest hij het gedicht goed? Nou ja, hij leest met de beperkingen en ‘objectiviteit’ die de makers erin hebben gestopt. Ik als mens zou zeggen dat de focus op het intieme, lichamelijke, erop wijst dat we te doen hebben met een dichter die zijn (of haar) lichaam belangrijk vindt. Iets dat misschien meer voorkomt bij vrouwen. Maar er zijn meer aanwijzingen. ‘Volslank’ is een term die bijna alleen voor vrouwen wordt gebruikt. Een ‘volslanke man’ is moeilijk voor te stellen. Dat doet de weegschaal naar een vrouw toe overhellen (gewicht is een precaire zaak), mits de dichter met de ik-persoon overeenkomt.

Laten we deze kwestie even voor wat hij is, en het gedicht verder exploreren (want mijn vriend CHAT blijft wat oppervlakkig). De titel van dit gedicht legt de nadruk op een ‘je’, die iemand toespreekt (een ‘ik-persoon’, want er is sprake van ‘mijn billen’). Daarna lijkt de ‘je’ een stortvloed van woorden uit te spreken, want: ‘de woorden rollen van hellingen als in een autobandenrace’. Een regel waarin de tijd als een filmpje versneld wordt afgedraaid? Ik zeg dit omdat de ‘ik-persoon’ dan plotseling met een wat vreemde constatering komt: ‘zo groeien wij in richtingen / die we niet aanwezen’. Alsof het leven voor beide personen niet helemaal ging/gaat als verwacht! Een constatering waarin iets sceptisch doorklinkt. Iets dat vooral de ik-persoon voelt. De ‘je’ zit er niet zo mee. Hij leest nog steeds de beste verhalenin deze kreukelzone / waar affectie braille is’. Hij wordt zowat als blind voorgesteld, en heeft waarschijnlijk niet door dat ‘kreukelzone’ niet alleen op een ouder wordende huid, maar ook op een mindere (fatale?) periode in zijn relatie kan slaan. De CHATBOT doet zijn naam eer aan en vangt wat dit betreft bot. Hij zag dit allemaal niet.

Nu dan: dit gedicht komt uit de nieuwste bundel van Jana Arns: TUSSEN MESSEN SLAPEN. Een titel die wel in schril contrast staat met de voorstelling van liefde als ‘rond’, in de eerste regel. Vrouwen integreren hun gevoelens vaak beter dan mannen, en hebben sneller oog voor details in een relatie (heb ik ergens gelezen). Zo ook hier: de ‘jij’, de man (vermoedelijk), gedraagt zich niet alleen blind, maar lijkt zich in de reeks van vier gedichten van het eerste hoofdstuk van de bundel: ‘EEN WOLFSKWINT HUILEN’ (het eerder geciteerde gedicht valt buiten alle hoofdstukken) nauwelijks bewust van het uit evenwicht zijn van zijn relatie. Toegegeven: sommige zaken zijn lastig waar te nemen: ‘matrassen schuiven als continenten uiteen’, vertelt ons het derde gedicht uit de reeks. Merken we dat? Ja, meestal pas als het te laat is. En dat is misschien het meest intrigerende van deze poëzie: ze maakt ons ervan bewust dat we bepaalde (zintuigelijke) prikkels gebruiken om ambivalente situaties te beoordelen. Het laatste gedicht van de reeks (pag. 11):

IV

Het licht waakt op de gang.
Een kier borst is voldoende.

Het bed op fundering van plicht
wordt piste.

Jij doet de lakens wapperen,
maar ik ben lam.

Wind briest de vlag van de muleta halfstok.
De arena is één van roddels

dus bied ik mijn nek aan. Jij bent de weerhaak
opdat ik het hoofd buig.

Je prikt me als was ik een speldenkussen.
Heb ik gekozen voor de lans?

Wat vertelt dit gedicht eigenlijk? ‘Jij doet de lakens wapperen’ klinkt haast als ‘de lakens uitdelen’, en de ik-persoon is lam. Ook ‘lam’ in de betekenis van (slacht)dier? Maar ‘wapperen’ geeft het geheel ook iets triomfantelijks, iets van een pose in een voorstelling. Een effect dat nog versterkt wordt door het woord ‘muleta’, wat zoiets is als een rode lap die door een stierenvechter wordt gebruikt. Prachtig is de tweede regel: ‘Een kier borst is voldoende’. Voldoende voor wat? Om angst in te boezemen? Of om vertrouwd te zijn? Het hart zit daar (ook). Knap hoe het gedicht voortdurend aarzelt tussen wat zowat een SM scène lijkt en een verkrachting. Tussen iets leuks en iets vreselijks, zouden we kunnen zeggen. Als lezer blijf je aarzelen. Met als gevolg dat je – net als de dichter? – blijft staan voor een keuze die je niet definitief kunt maken. Het vervolg van de bundel levert ook geen echte duidelijkheid op. Het hoofdstuk dat op de reeks volgt, doet door zijn titel ‘DE ZELFMOORD VAN DE DICHTERS’ wel het ergste vrezen voor de ik-persoon (mogelijk immers ook de dichter). Hoewel de gedichten speels en inventief blijven (pag. 20):

Washington Avenue Bridge
—–           Voor John Berryman

Wie sprong eerst:
jij of Henry Bones?
Hij had een naam voor breken.

Je gezicht werd landkaart
waar de scheur een wak in je schedel vormde.

Na de val zong het ijs:
gaven honderd laserguns het laatste startschot.

Of echode vaders kogel
in je bloed?

De eindstreep, een rode ader
in je gedichtenatlas.

Dit hoofdstuk – misschien het interessantste van de bundel – brengt in 7 gedichten 7 dichters onder de aandacht die zelfmoord hebben gepleegd. John Berryman, die het laatst aan de beurt komt, had een grote bewondering voor Anne Bradstreet. In Homage to Mistress Bradsheet (de bundel waarmee hij in 1956 doorbrak), beschrijft Berryman haar fysieke en religieuze lijden. Een hint om deze poëzie te interpreteren? Er is in deze poëzie ongetwijfeld sprake van een verlies. Verderop in de bundel wordt gesproken over ‘rouwduiven’, en in de ‘EPILOOG’ wordt de vrouwelijke ik-persoon ‘alleen / in een gemeenschappelijke kamer’ opgevoerd (de lezer zij hierbij aangespoord dat zelf te exploreren).

Terug naar het boven geciteerde gedicht: ‘Henry Bones’, is de naam van het alter ego van Berryman. Met wrange ironie wordt die naam geschikt bevonden om te breken. Dat maakt indruk. Maar o.a. in het eerder geciteerde gedicht gaat de gevatheid een beetje ten koste van de dramatiek. Ambivalentie en gevatheid dwarsbomen de emotie. Doseren blijft een kunst. Daarbij lijkt de ambivalentie van deze poëzie vooral horizontaal. Ze is niet in de eerste plaats peilend, verticaal de diepte in (om geconcentreerd een inzicht op te leveren), maar plaatst haar paradoxen in plastische zinnen, die uitwaaierend de lezer laten aarzelen tussen meerdere interpretaties, die allemaal ongeveer even concreet zijn. Even ‘aards’, zouden we kunnen zeggen. We blijven met beide benen op de grond. Voor een lezer die een (metafysische) wind onder zijn zeilen wil voelen is dit geen optie. Waarom begon ik erover of deze poëzie door een man of een vrouw geschreven is? Wat maakt het uit, zullen sommige lezers denken. Precies mijn punt. Alleen áls het wat uitmaakt is een onderscheid interessant! Dat is wat ik op het ‘verticale vlak’ een beetje tegen deze poëzie heb. Maar misschien zie ik het niet goed: net als de CHATBOT, die geen significante percentages kon vinden om met zekerheid te kunnen beslissen. Ach, wie een boeiend taalspel zoekt, kan hier uitstekend terecht. En wellicht is dat voldoende.

____

Jana Arns (2025). Tussen messen slapen. Uitgeverij P, 48 blz. € 19,00. ISBN 9789464757897

     Andere berichten

Annemarie Estor – Villa Allucina

Annemarie Estor – Villa Allucina

Een sprankelend epos door Taco van Peijpe - - Deze bundel, waarvan de titel verwijst naar hallucinatie (Italiaans: allucinazione), vertelt...