Geschiedenis Meander

(door Rob de Vos, 2016)

Toen ik in 1995 met Meander begon, zag ik de site als een podium voor ‘amateurschrijvers’. Openbaar toegankelijk internet bestond toen pas een jaar en ik zocht naar een manier om mensen die van schrijven houden de kans te bieden hun werk aan een wat ruimer publiek te laten lezen dan tot dan – in de papieren wereld – mogelijk was.

Natuurlijk was ik in binnen- en buitenland niet de enige die op dat idee kwam. Een aantal andere gelijksoortige websites in Nederland en Vlaanderen hadden wat meer literaire pretentie. Meander bracht tot 1999 alleen het werk van wat we toen noemden amateurs. Zowel proza als poëzie. Maar in dat jaar begonnen we met de rubriek Hedendaagse dichters waarin gedichten van bekendere dichters. Dat waren achtereenvolgens H.C. ten Berge, Tonnus Oosterhoff, Erik Menkveld, Willem van Toorn, Patty Scholten, Gerrit Krol, Arjen Duinker, Robert Anker en Anton Korteweg. Wat me toen nog verbaasde was dat de meeste bekende dichters wilden meewerken.

Toch bleven we ons in de eerste plaats richten op het publiceren van werk van nog onbekende schrijvers. Zij konden hun werk per e-mail insturen en maandelijks kozen we daaruit dan de beste gedichten en verhalen. Dat viel nog niet altijd mee. We verstuurden in die tijd elke week een ‘Meanderkrant’ per e-mail. Als je daarin telkens drie gedichten wilde plaatsen, moest je elke maand minstens twaalf goede gedichten hebben. En alhoewel we tientallen gedichten per maand kregen toegestuurd, was het vaak lastig daaruit voldoende goede gedichten te selecteren. Sommige dichters die in de smaak vielen bij de toenmalige redactie zag je zowat elke maand terug in Meander. Bij het proza, de verhalen, die we publiceerden speelde eenzelfde probleem.
Wat me in die tijd, rond 2005, opviel was dat de gemiddelde leeftijd van de auteurs waarvan we poëzie publiceerden verbazingwekkend hoog was. Omdat het ging om werk van beginnende dichters zou je immers juist een flink aandeel van jongeren (waarmee ik pakweg mensen van onder de 35 bedoel) verwachten. Ook het soort poëzie dat we publiceerden maakte vaak een nogal grijze indruk. Er was immers inmiddels – vergeleken met 1995 – wat veranderd in de poëziewereld. De podiumpoëzie was in opkomst en de poëzie die daar werd gebracht verschilde nogal van de meer traditionele, voor papier geschreven gedichten.

Om wat meer aan te sluiten bij de nieuwe ontwikkelingen verzon Annette van den Bosch rond 2005 de rubriek Mals groen en ik wam zelf met de rubriek Podium. Ook kwamen er twee gedichtenwedstrijden die speciaal waren gericht op jongeren. In 2004 werd de wedstrijd gewonnen door Mirjam Delen – die zich niet lang met poëzie zou bezighouden – en in 2005 door Sander Meij, anno 2016 nog heel actief op poëziegebied .

In 2006 richtten we de Stichting Literatuursite Meander op. Het doel omschreven we als ‘literatuur onder de aandacht brengen van een breed publiek en een podium vormen voor aankomende auteurs, voornamelijk gebruik makend van de mogelijkheden van internet’. In feite dus twee doelen en in een daarvan is nadrukkelijk sprake van ‘aankomende auteurs’. Het andere doel, onder de aandacht brengen van literatuur, deden we toen vooral via recensies van dichtbundels en via artikelen over literatuur.

In 2006 was er ook een grote verandering in de opzet van Meander. Het systeem waarbij men elke maand een gedicht kon insturen werd veranderd in een systeem waarbij men (liefst niet al te vaak) drie gedichten tegelijk moest inleveren. Tevens moest de inzender in een online formulier invullen wat poëzie voor hem betekende, of zijn werk al eens ergens was gepubliceerd, of men wel eens optrad, enzovoort. De beste inzendingen kwamen in een nieuwe rubriek, Dichters geheten.
Uit de naam blijkt de bedoeling: het was geen rubriek met gedichten, maar een rubriek waarin dichters aan onze lezers werden voorgesteld. Het idee was dat je met deze opzet mensen die ‘per ongeluk’ een aardig gedicht hadden geschreven kon onderscheiden van mensen die zich ‘dichter’ mogen noemen. Alleen de laatste groep verdiende de aandacht van Meander.
De gedichten in de rubriek Dichters gingen gewoonlijk vergezeld van een (kort) interview met de inzender. Ook daarmee werd benadrukt dat het niet alleen om de gedichten maar ook om de dichter ging.
De samenstellers van de rubriek Dichters gingen ook zelf op zoek naar dichttalenten. We zochten die dus niet langer alleen maar via de kopij.
Intern was er een taakverdeling tussen een groep die zich bezighield met dichters die al eerder in Meander hadden gepubliceerd (onder leiding van Yvonne Broekmans) en een groep die zich richtte op degenen die nog niet eerder in Meander hadden gestaan (onder leiding van Sylvie Marie). Wie al voor 2006 in Meander had gestaan was gemiddeld genomen ouder dan degenen die daar vanaf dat jaar in terecht kwamen.
De opzet van Dichters bleek succesvol. In de jaren 2008 tot en met 2010 kozen we met behulp van een jury en meestemmende lezers de beste dichter van degenen die dat jaar in Dichters hadden gestaan. De winnaars waren achtereenvolgens Vicky Franken, Frouke Arns en Ellen Deckwitz. En in 2010 verscheen bij uitgeverij P de bundel Nog een lente, waarin werk van de beste dichters uit de rubriek.

Tegelijk met Dichters ontstond de rubriek De Dichter, waarin werk van ‘gearriveerde’ dichters. Zij die al minstens twee bundels bij een literaire uitgever hadden gepubliceerd. Daarmee vielen dichters die een debuutbundel hadden uitgebracht (of gingen uitbrengen) in feite onder Dichters.
Naast deze rubrieken was er nog een rubriek Schrijvers, waarin met een interview en een kort verhaal talenten op prozagebied werden voorgesteld. In 2008 besloten we echter te stoppen met proza. Sindsdien richt Meander zich alleen op poëzie.
Ook kwam er in 2006 een rubriek Wereldpoëzie, samengesteld door Sander de Vaan, waarin aandacht voor niet-Nederlandstalige poëzie.

Na 2010 brokkelde het succes van Dichters wat af. Jonge medewerkers gingen hun aandacht en energie op andere zaken richten en met het vertrek van Sylvie Marie in 2011 verdween de belangrijkste gangmaker van deze rubriek. Dat laatste dan vooral wat betreft het vinden van nieuwe, vaak jonge, talenten, ook buiten de ons aangeboden kopij om.

In het najaar van 2015 maakten we tijdens een vergadering de balans op.
-Er kwamen via het nu zo’n tien jaar bestaande drie-gedichten-systeem te weinig goede gedichten binnen. En te weinig inzenders waren interessant genoeg voor een interview.
-Degenen die de binnengekomen gedichten beoordeelden deden dat niet met veel animo.
-Er ging te weinig aandacht naar het zoeken van talenten en interessante dichters buiten de aangeboden kopij om.
In zekere zin stonden we op hetzelfde punt als tien jaar eerder.

We besloten tot de volgende maatregelen:
-De rubrieken Dichters, De Dichter en Wereldpoëzie verdwenen en maakten plaats voor de rubrieken Interviews en Gedichten. Voor buitenstaanders – en zelfs voor sommige medewerkers – was die indeling toch altijd al onduidelijk geweest. Bovendien was het een wat te starre opzet.
-Er kwam een groepje medewerkers dat zich ging bezighouden met het vinden van interessante dichters buiten de aangeboden kopij om. Een taak die dus eerder onder Dichters viel, maar waarvan de uitvoering wat was ingeslapen.
-Dichters die een debuutbundel uitbrengen kregen onze bijzondere aandacht. En dat is dus een van de taken van bovengenoemd groepje.
-In plaats van het drie-gedichten-systeem zou er een langlopende wedstrijd komen. En die wedstrijd kwam er als ‘De Meander Dichtersprijs 2017’.

(door Hans Puper, oktober 2018)

Joop Leibbrand (1943 – 2015) was een van de gezichtsbepalende medewerkers van Meander. In 2000 nam hij de recensierubriek over van Bert van Weenen. Hij onderhield de contacten met uitgevers, verzamelde een kring recensenten om zich heen, verdeelde de bundels en redigeerde de recensies. Zelf schreef hij er zo’n 400.
Hij was een liefhebber pur sang. In een interview uit 2014 met Rob de Vos zei hij op de vragen wat hij met zijn recensies wilde bereiken en voor wie hij ze schreef het volgende:
‘Bereiken? Ik wil helemaal niets bereiken. Toen ik jaren terug zag aankomen dat er aan mijn leraarschap een eind zou komen – ouder worden gaat vanzelf – diende Meander zich aan om althans een stukje van mijn vak te behouden. Ik moet dus bekennen dat ik toen in de eerste plaats aan mezelf dacht! Maar het correcte antwoord is natuurlijk dat ik schrijf voor de Meanderlezers. Ik heb geen idee wie ze zijn, maar maak me niettemin een voorstelling van ze: belangstellende, ontwikkelde mensen die meestal niet de literaire tijdschriften zullen lezen, maar wel de boekenbijlagen van de grote kranten (waar ze dan nauwelijks nog poëzierecensies in aantreffen) en die in meer of mindere mate vaak zelf enige literaire ambitie koesteren. In ieder geval een publiek waarvoor je niet op de knieën hoeft en dat het verdient helder geïnformeerd te worden.’
Hij werd zeer gewaardeerd als recensent vanwege zijn onafhankelijkheid en zijn heldere, goed onderbouwde oordelen. Hij was in staat om in een en dezelfde recensie zowel ongezouten kritiek te leveren als de betrokken dichter in zijn of haar waarde te laten.
In 2000 begon hij met de Klassiekers, een reeks van maandelijkse besprekingen van bijzondere gedichten uit het Nederlandse taalgebied. Aanvankelijk leverde hij zelf de meeste bijdragen, gaandeweg schreven steeds meer auteurs bijdragen voor deze rubriek. Onder zijn redactie zijn bijna 200 klassiekers verschenen.
Na zijn overlijden in 2015 werd Eric van Loo redacteur van de Klassiekers en Hans Puper van de recensierubriek. Eric nam in 2018 ook een deel van de redactie op zich.
Bij de oprichting van de Stichting Literatuursite Meander in 2005 werd Joop Leibbrand tevens bestuurslid. Zijn laatste jaren als medewerker redigeerde hij alle teksten die in Meander verschenen. Ook bleef hij zelf actief als dichter, veel van zijn gedichten zijn nog steeds terug te vinden op zijn eigen website.

(door Alja Spaan, 28 augustus 2018)

Gedurende zes maanden, van september 2016 tot en met februari 2017, werden elke maand uit de ingezonden gedichten de twee beste gekozen. De auteurs van die gedichten waren daarmee kanshebber op de Meander Dichtersprijs. Na zes maanden waren er dus twaalf kanshebbers. Die moesten dan nog eens twee gedichten inleveren. En aan de hand van die 36 gedichten werd bepaald wie de winnaar is. En die kreeg 350 euro.
Het was dus in feite een gedichtenwedstrijd die zich aan het eind ontpopte als een Dichtersprijs. Het ging dus ook hier om het vinden van (nog onbekende) talenten. Ondertussen komen via de wedstrijd er dan wel elke maand genoeg interessante gedichten binnen om in Meander te publiceren. Het was dus ook een kopijsysteem. Het bekendmaken van de maandelijkse winnaars leverde in ieder geval publiciteit op en vergrootte daarmee de kans op goede inzendingen (en goede inzenders).
Elke maand waren er zes beoordelaars – je mag het ook juryleden noemen – die uitmaakten welke gedichten konden worden gepubliceerd en wie de twee kanshebbers werden. Die groep van zes wisselde elke maand van samenstelling en het was steeds de bedoeling dat het mensen waren met verschillende inzichten. Elke beoordelaar koos een favoriet gedicht. Dat werd dan in ieder geval in Meander gepubliceerd en een van de twee kanshebbers kwam voort uit de favoriete gedichten van de beoordelaars. Hiermee trachtten we te voorkomen dat de kanshebbers alleen maar uit gemiddelde gedichten (gedichten die iedereen wel aardig vindt, maar niemand echt geweldig) voortkwamen.

Bovenstaande opzet werd in 2016 door Rob nog onder het verhaal van de geschiedenis van Meander geplaatst met als slotopmerking “Het is nog afwachten of deze wedstrijd opzet werkt.”

Hij eindigde met: “In hoeverre het ons in de loop der jaren is gelukt een podium te zijn voor aankomende auteurs kan ik eigenlijk moeilijk beoordelen. Er zijn natuurlijk auteurs die al in Meander stonden voor ze bekend waren maar dat wil nog niet zeggen dat ze door Meander bekend zijn geworden. Dat Meander daarbij soms een handje heeft geholpen durf ik toch wel te veronderstellen.
De nieuwe werkwijze bij de Meander Dichtersprijs heeft de bedoeling talent te ontdekken. Via de extra aandacht voor dichters die debuteren richten we de blik op hen die al zijn ontdekt, maar nog niet heel bekend zijn. In zekere zin valt ook dat onder onze podiumfunctie.”

Beiden vragende en bescheiden opmerkingen werden gehonoreerd met enerzijds een prachtig wedstrijdresultaat met als winnaar van de Meander Dichtersprijs 2017 Merel van Slobbe, anderzijds een – hoewel uit nood geboren – energieke herstart van het blad van Rob, die na zijn plotseling overlijden, april 2018, een geweldige erfenis aan ons naliet waarmee we niets anders konden dan in zijn nagedachtenis maar met een nieuwe lijn het werk voort te zetten.

De opvolger van de Meander Dichtersprijs werd een PoëZiewedstrijd waarbij de deelnemers op YouTube hun gedichten op een zo origineel mogelijke wijze lieten horen. Deze wedstrijd kon niet worden beslist ten voordele van iemand vanwege het wegvallen van Rob, al hebben we wel zijn persoonlijke voorkeur vermeld op onze site (Geert Viaene).
Besloten is een volgende prijs de te vernoemen naar Rob, voor de ‘Rob de Vos-prijs’ moeten we nog een wedstrijd verzinnen.

Na het overlijden van Rob werd eerst duidelijk hoe groot zijn rol is geweest: tijdens het uitspreken van een roerend In Memoriam door een van de lang zittende bestuursleden, Edith de Gilde, bij het verschijnen van zijn eigen Wikipedia pagina (met dank aan Bart FM Droog) en de herhaling van het interview door Sander de Vaan (2008) en bij de vele reacties die we mochten ontvangen. Ook werd pijnlijk duidelijk hoe eigenzinnig hij zijn taken had uitgevoerd; tijdens de doorstart waartoe het bestuur in april 2018 besloot bij monde van haar voorzitter, bleek de hoeveelheid werk (voornamelijk achter de schermen) veel groter dan eerst aangenomen. Er rezen talloze vragen en problemen waarbij we soms de licht sardonische lach van Rob nog konden horen maar dankzij de grote inzet van met name de recensenten Hans Puper en Eric van Loo, een nieuwe webmaster, een nieuw bestuur en het geduld van de overige medewerkers, abonnees, uitgeverijen en overigen, zijn we nu dan zover dat we op 3 september 2018 de nieuwe site introduceren. Dat is het einde van een lange, lange zomer en het begin van hopelijk een eer- en gloedvol herrijzen van Meander. We hopen nog veel getalenteerde dichters van allerlei pluimage, leeftijd en discipline te mogen begroeten!