Gedichten

Zoveel weten we al

Waar het daalt en stroomt en bruist,
waar het paadjes vindt vol ongerijmd
van stotteren en treuzelen.

Waar het kolkt in grindverschuiving
sidderend neerkomt, opspringt.
Hoe dit plaatsvindt.

Zo ongeveer.

Waar de komma de tijd omklemt
en de uren loslaat op de wereld.
Hoe het drupt.

Daar.

Zomaar, ligt het verborgen op het mos
te sluimeren tot we komen.
Aandachtig kijken.

Naar dit, dit vreemde.

Mono

Ik zou zo willen raken aan je slaap,
aan dat wat overgave is. Ik zou zo.

Zoals jij snurkt, vol afgestemd, ingenieus
van diepe weerklank. Ik meet het af
met streepjes op het bed.

Elke nacht bedenk ik mogelijkheden,
routes om te volgen, in je pas te blijven,
mee te glijden.

Jouw vlucht vertraagt geen ogenblik.
Jij droomt je elke nacht een vrouw.


Gedicht

Geplaatst in Gedichten en getagd met .