Festivalbloemlezing City2Cities – Het verhaal van twee steden: Lissabon en Berlijn

Twee literaire steden

Lissabon en Berlijn waren de twee gaststeden van de derde editie van City2Cities 2013, de van 20 t/m 28 april gehouden internationale Literatuurdagen Utrecht.
Ik ken geen van beide steden. Ik zie dat maar als een voordeel bij het schrijven van deze recensie van een bloemlezing waarin beide steden de hoofdrol spelen; ik ga niet automatisch zoeken naar plekken die in mijn herinnering een rol spelen, al heb ik mij door literatuur (en film!) wel van bepaalde plekken een beeld gevormd .

De vraag is, of het beeld dat je zo van bepaalde plekken hebt niet veel meer met de persoonlijkheid, en de schrijfstijl van de schrijver/dichter te maken heeft en met het verhaal dat hij vertelt, dan met de materiële werkelijkheid.
In zijn inleiding vindt Harry Lemmens Lissabon de mooiste stad van de wereld: ‘Veruit!’ In City2Cities Abroad: Lisboa, schrijft F. Starik over ‘de verrotte straten’ van Lissabon. Op deze manier krijg je dankzij deze bloemlezing een caleidoscopisch beeld van de steden Berlijn en Lissabon.

Een van de jaarlijks terugkerende onderdelen van het festival is de Young Poets Society. Drie jonge dichters die tijdens City2Cities centraal stonden, en die met behulp van werkvertalers van elk een gedicht vertaald hebben.
Ook wanneer je de talen niet spreekt of leest, is het interessant om ze te vergelijken; hoeveel ruimte nemen het Portugees of het Duits in vergelijking met het Nederlands in? Lijken bepaalde woorden op elkaar?

Na deze negen gedichten volgt een verslag van het bezoek van F. Starik aan Lissabon. Jammer dat hij zich niet aan de poëzie heeft gewaagd, want nu verliest hij zich in een weinig beeldende opsomming van zaken die hij heeft meegemaakt, met de nadruk op zijn gevatheid:

Ik maak de mensen aan het lachen met mijn gedicht ‘Gras’, bedenk ter plekke dat we daar veel overlast van hebben, in Holland, van het gras, vertel dat daar bij ons thuis koeien in staan te schijten en dat spul daarna gewoon opvreten, en dat wij de melk die zij daarvan maken zonder blikken of blozen opdrinken, heel veel melk, we maken kaas van wat we overhouden, we krijgen het niet allemaal op. Jullie hebben natuurlijk veel minder last van het gras, dat groeit hier veel minder uitbundig, wijs ik naar het verdroogde grasveld waarop we bijeengekomen zijn, dus jullie mogen het woord gras in gedachten best vervangen door bankier, politicus of crisis, wat je maar wil. Moeiteloos maak ik een bruggetje naar het gedicht ‘Snor’, een snor is immers ook een vorm van gras, dat uit je eigen gezicht groeit.

Een groot stilist is hij niet.

Wie in verband met Lissabon aan literatuur denkt, stuit onontkoombaar op Pessoa. En op door hem geïnspireerde dichters en epigonen. Van Arjen Duinker (ooit de Hollandse Pessoa genoemd) is er  één gedicht opgenomen:

Waar dan ook

In een café waar dan ook
Zeg ik dingen in mijzelf
Om de verte te ontkennen.
Ik bewonder de kale stoel
En het tafeltje dat als lokaas dient.

In een café in Lissabon
Vraag ik unieke hakken
Om het gemis te ontkennen.
Ik drink het geluid van de passen
Die naderen in een huid van vanille.

Dan volgt het gedicht ‘Lisboa’ van Slauerhoff, over de stad na de aardbeving
op 1 november 1755, Allerheiligen, waarvan de stad in zijn tijd nog altijd niet was geheeld:

Een stad van grijswitte gebouwen
En halfvoltooide huizen,
Van ruïnes die spoorloos vergruizen
En zuilen die zichtbaar vergrauwen.
[…]

Gevolgd door ‘Lisbon revisited (1926)’ van Fernando Pessoa. Onvergelijkbaar met de poëzie van wie dan ook, en onnavolgbaar, want geschreven vanuit innerlijke noodzaak:

Niets hecht mij aan niets.
Ik wil vijftig dingen tegelijk.
Ik hunker met een drang van honger naar vlees
Naar iets, ik weet niet wat –
Begrensderwijze door het onbegrensde…
Ik slaap onrustig, en ik lees in een onrustig dromen
Van wie onrustig slaapt, half dromend.
[…]

(vertaling: August Willemsen)

Dan volgt Beaudelaire:

Waar dan ook buiten de wereld

[…]
‘Mijn ziel, arme verkilde ziel, zeg eens, wat zou je ervan denken om in Lissabon te wonen? Het moet daar warm zijn en je zou er weer levendig worden als een hagedis. De stad ligt aan het water; ze zeggen dat ze uit marmer is opgebouwd en dat de bewoners er zo’n hekel hebben aan al wat plantaardig is, dat ze iedere boom uit de grond rukken. Daar heb je een landschap dat bestaat uit licht en mineraal en uit een vloeibaar element om ze te weerspiegelen.’

Mijn ziel antwoordt niet.
[…]

Vertaling: TH. Fisscher en K. Diekstra.

Zou Duinker de titel van zijn gedicht aan dit gedicht van Baudelaire ontleend hebben ?

Een bloemlezing doe je altijd tekort. Ik heb alleen die stukken gekozen die met poëzie te maken hebben, en daarmee al het andere buiten beschouwing gelaten. Maar wat staat er een prachtig proza in deze bloemlezing!  Van Pascal Mercier, António Lobo Antunes, José Saramago, enz. enz.

Via Gonçalo M. Tavares, komen we automatisch in Berlijn terecht, dankzij zijn: ‘Senhor Brecht’. Die ik overigens miste. Het eerste gedicht in deze afdeling is ‘Berlijn’ van Hendrik Marsman.

De morgenlucht is een bezoedeld kleed
een bladzij met een ezelsoor
een vlek

de stad
een half ontverfde vrouw

maar schokkend steigert zij den hemel in
als een blauw paard van Marc in ‘t luchtgareel

Berlijn

de zon is geel

Natuurlijk is er een ‘Berlijn – Alexanderplatz’ (van Hans Tentije, een interessant gedicht) Wanneer ik in Berlijn kwam zou ik dat zeker opzoeken. Om er te speuren naar o.a. de beelden die Alexander Döblin heeft opgeroepen.
Natuurlijk gaat het gedicht van Tentije over de Tweede Wereldoorlog, en de sporen daarvan die er zijn achter gebleven. En wanneer je aan Berlijn denkt, de oorlog en literatuur, dan kom je vanzelf bij Armando, hier vertegenwoordigd met ‘Duits’, een prozastuk waarin hij benadert hoe lastig het is om Duitser te zijn onder de last van de geschiedenis. Wat houdt het in?

Over het algemeen vond ik het proza in deze bloemlezing overtuigender dan de poëzie. Proza hoeft nooit op proza te lijken, terwijl veel poëzie zijn kreupele best doet om poëzie te zijn. Of het tenminste te lijken.
Maar wat is het toch een genot om Lucebert te lezen! Zijn honds speelse,
anarchistische gedrevenheid:

gross- berlin 1956

in deze hondse stad vol
hondentrouw en hondenminnaars
elke trouwe hond zijn eigen
gewetenloze hondsvot
rust ik niet deze
steedse steppe deze historische bron
van dolle verdorring is in rust
nog een oordeel

mij is deze woestijn
zojuist gekauwde kruimels hoop
op groot vruchtbaar brood
een gruwel
[…]

Het wrange is, dat met name door die oorlog Berlijn meer ‘gezicht’ heeft dan Lissabon. Die oorlog heeft ons beeld van de Duitser bepaald, het beeld dat ons via talloze oorlogsboeken en films is ingegoten. Wanneer je er niet zelf bent geweest, is er niets anders dan het mozaïek dat op die manier is ontstaan. En dat dankzij deze bloemlezing weer wordt verrijkt met de beelden van al de schrijvers wier namen ik niet opsom; het zijn er teveel.
Soms lijkt het beeld dat de kunst je van iets schept minstens zo levend als de werkelijkheid. Soms werkelijker zelfs. Een intense innerlijke werkelijkheid, dat is wat literatuur je kan geven.

 

Geplaatst in Recensies.