Gedichten

Daar is iets traags in
en dat kan niet moeten
ik veeg mijn voeten
wat ik niet verzin

ik loop naar buiten
en ik loop naar binnen
drink water
veeg iets van mijn neus

de letters heb ik
in mijn zak, de zinnen
denk ik te beginnen
morgen, later, nooit
weet ik wanneer

HEELALLENBAL

Het heelal is zo klein
de eeuwigheid zo kort
het is allemaal te belopen en te befietsen

nergens is een grens
en overal iets te beleven

steeds weer heb ik dit geschreven

Ik sta naast het raam
en staar naar de straat
scheef-schuin door de ruit starend

ha!
er puilt wat huilend geruis
uit m’n snuit
zo koos ik m’n lome zaterdag
te verfomfaaien

nooit meer droom ik hoog
van de toren m’n ivoor te verstrooien

ik hoor juist buiten tussen de koeien te stoeien
die steeds vervaarlijk loeien
alsof zij heimelijke rijmpjes beproeven
tussen d’r snoeten en d’r hoeven

ik hoef óók graag meepraten

Geplaatst in Gedichten en getagd met .