René Smeets en Philippe Debeers – Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten

Een bierboek voor op de koffietafel

door Joop Leibbrand

In 2004 verscheen bij uitgeverij P Met jou open ik oude nachten. De mooiste wijngedichten uit de wereldliteratuur, op dronk gebracht door René Smeets. Gelukkig voor de uitgever voelt niet iedereen bij zo’n titel eenzelfde huiver als ik dat doe; het boek werd een succes, en dus brengt P, zij het nogal laat, en in een co-productie met In de Knipscheer, een opvolger: Schuim van mijn dagen, schenk me gedachten. De lekkerste biergedichten uit de wereldliteratuur getapt door René Smeets in beeld gebracht door Philippe Debeerst.
Wat een titel. ‘Schuim’ kan ik plaatsen, maar ‘schuim van mijn dagen’? En hoe wordt dat schuim geacht gedachten te schenken? En welke dan? Toch niet die welke opkomen in kennelijke staat? Staan die gedáchten er soms omdat in het wijnboek náchten geopend werden? De gekozen gedichten zijn nu niet meer de mooiste, maar de ‘lekkerste’ en ze worden door Smeets ‘getapt’. In zijn voorwoord (Bij wijze van aperitief. Bier na wijn: even lekker, even fijn) gaat Smeets op dezelfde voet door: hij bedankt zijn medevertalers aan dit biergedichtenboek voor hun bereidheid samen met hem ‘de literaire dorst naar bier te lessen’, en eindigt met een luid ‘Proost!’
Het is mij allemaal net even te leuk, zeker dat door hemzelf op de wijze van het Onzevader geschreven ‘Dorstig gebed’ waarmee Smeets de bloemlezing afsluit.

Gelukkig is van die oubollige toonzetting in het boek zelf niets meer terug te vinden, ook al doordat alle opgenomen gedichten zonder toelichting of commentaar zijn opgenomen. Het is verder een gewone bloemlezing, overvloedig geïllustreerd met foto’s, historische prenten en afbeeldingen van schilderijen. Een heerlijk bladerboek derhalve, dat uitnodigend een plaats mag vinden op de koffietafel. Bier is immers al lang salonfähig.

De gekozen gedichten (141) komen uit de hele wereldliteratuur en uit alle tijden, beginnend met fragmenten uit het Gilgamesj-epos, de Bēowulf en de Finse Kalevala. Verder treffen we gedichten aan van o.a. William Blake, Robert Burns, William Butler Yeats, Arthur Rimbaud en vele anderen. Weinig Duits, veel Engels. Charles Bukowski (‘bier is voortdurend bloed.// een blijvende minnaar.’) en Raymond Carver (1938-1988) springen er voor mij uit. Van de laatste:

Foto van mijn vader op zijn tweeëntwintigste

Oktober. Hier in deze dompige, vreemde keuken
bestudeer ik het verleden jongemannengezicht van mijn vader.
Met een schaapachtige grijns houdt hij in de ene hand een vislijn
met een gele stekelbaars, in de andere
een fles Carlsbad bier.

In jeans en denim hemd leunt hij
tegen de motorkap van een Ford van 1934.
Hij zou willen poseren met bluf en warmte voor zijn nageslacht,
zijn oude hoed boven zijn oren willen dragen.
Zijn hele leven wilde mijn vader vrijmoedig zijn.

Maar zijn ogen verraden hem, en de handen
die slapjes de vislijn met dode baars
en de fles bier aanbieden. Vader, ik houd van je,
maar hoe kan ik dank je zeggen, ik die ook niet van de drank kan afblijven,
en zelfs de plekken niet ken waar ik zou kunnen gaan vissen.

Vertaling: Joris Iven
Origineel hier

De Vlaamse (meer) en Nederlandse (minder) dichters, van middeleeuwen tot nu, zijn in de meerderheid, en omdat Smeets geen onderscheid wil maken tussen ‘hogere’ en ‘lagere’ literatuur vinden we hier ook de studentenliederen en bijvoorbeeld het ‘Café zonder bier’ van de Vlaamse bard Bobbejaan Schoepen en Lennart Nijghs ‘Malle Babbe’. Drs. P en Freek de Jonge staan naast Cats, Bredero en Huygens, Verhaeren, De Clercq en Van Herreweghen naast Debrot en Den Brabander. ‘Pilsje in de Kempen’ van Rutger Kopland ontbreekt niet (blijft een mooi gedicht) en een van de aardigste bijdragen komt van Lévi Weemoedt:

Frère Sourire

Ik ben van school en, godlof, alle grijze
van krijt bestofte dagen zijn voorbij.
Mijn roeping is ‘t te wenen, niet te onderwijzen.
Dus ween ik. Over u. En over mij.

Gedenk dit werk met literaire prijzen.
En drink mijn verdriet. Het bier uit Weemoedts abdij.

Een kilo biergedichten, schreef de uitgever. Het is 955 gram. Het boek zal niettemin als geschenk zijn weg wel vinden.

***
René Smeets (1956) is literair vertaler. Bij Uitgeverij P verschenen naast het wijnboek vertalingen van H. M. Enzensberger (Kiosk, 1999; Lichter dan lucht, 2001) en R. Depestre (Haïti in al mijn dromen, 2002; Afscheidspsalm aan de rock-’n-roll. Elvis Presley 1935-1977, 2004).
In samenwerking met Maarten Tengbergen en Kris van Heuckelom verscheen in 2008 Na de dood stond ik midden in het leven. Kopstukken van de naoorlogse Poolse poëzie en in 2013 met deze laatstgenoemde een selectie uit het volledige dichtwerk van Adam Zagajewski: Tracht de verwonde wereld te bezingen.
Philippe Debeerst (1958) hield zich aanvankelijk bezig met industriële fotografie, maar richtte zich daarna op kunst en architectuur.

Geplaatst in Recensies.