Gedichten

Aan de muze

Mijn god, je weet dat ik me kan vervelen
dat het me dwars zit als een scheet
dat ik je bovendien nimmer wil delen
vertel dus hoe die Fransman heet!

Je kunt de knoflook uit mijn pasta stelen
met al wat jij van dichtkunst weet
in jouw genade, vrouw, ontstaan juwelen
al eist het schrijfproces een eed

aan welke dode grootheid mag ik denken
een Mallarmé, Verlaine of die vandaal
heb geen idee, toe geef me nog wat wenken

voor alle loze woorden in mijn taal
zal ik je dan terstond vergeving schenken
aha, de dichter van Les fleurs du mal!

Kind van Eros

Je schaamte en het schuldgevoel
na onze onbezonnen daad
doen jou belanden in een poel
van droef genot en zoet verraad

ik smelt als ik je zie, zo zwoel…
alsof de zonde nog bestaat
omfloerst laat je de boel de boel
een claxon penetreert de straat

we doen het ditmaal op een stoel
die zalig in het zonlicht baadt
de stofjes zweven zonder doel

terwijl ik zachtjes met je praat
een stem zegt ‘morgen wordt het koel’
als kind van Eros golft mijn zaad

Sneuvelland

Sneuvelland is de uitgelezen bestemming om triest te zijn
en de melancholie te koesteren, om je onder te dompelen
in een roes van intens verdriet om wat de wereld je aandoet
waar je de debacles van de mensheid betreurt en rouwt
om alles wat ooit ten grave is gedragen. Ja Sneuvelland,
beste lezer, daar likt de ongelukkige zijn of haar wonden
en werkt er aan herstel

Hypnos & Thanatos

Ze rusten in de armen
van de Nacht

zo staat het te boek
zo wordt er gedacht

want Slaap
draagt zijn papaverbloem

en Dood
een grondgerichte toorts

waar Slaap
gewekt wordt door gezoem

bezwijkt zijn broer
aan hoge koorts

Geplaatst in Gedichten.