Poëzie Kortst

Ivan Sacharov

Johan Wambacq, Seks, mystiek & urbanisatie

In eigen beheer uitgegeven bundels maken argwanend. Ik geef het toe. Als recensent ben je extra kritisch. Maar twijfels – dat zeg ik er gelijk bij – kunnen ook op vooroordelen berusten. In dit geval vrees ik alleen van niet:

‘Een poot om op te staan’

Ik val en breek een been,
gelukkig heb ik er nog een

het been dat brak had een
knieschijf van goud en een dij

van ivoor, vrouwen vielen ervoor
maar met het andere kom ik

overal, niet dat ik de wereld
rond wil gaan, het is veeleer

een poot om op te staan

Zomaar een greep uit de bundel. En meteen al géén poot om op te staan: want komt de ‘ik’ niet juist overal met dat andere been? Het stoort me dat de dichter niet scherp is in zijn logica. Staan en lopen struikelen hier over elkaar. Nog maar een voorbeeld:

‘Ik loop de spiltrap op’

Ik loop de spiltrap op en denk
bij elke tree aan haar: zij is
in mijn gedachten en van lieverlee
in al mijn ledematen, ooit

zag ik haar fietsen op de brug
over het kanaal, goudgelokt,
gevleugeld en geheel en al bereid
om in de ochtend op te gaan.

Zo heb ik haar in mijn gedachten,
eindeloos en als een schietgebed
onuitgesproken; ik neem de trap
om ademloos voor haar te staan

Iets is lollig of iets is het niet. Maar als dit niet lollig bedoeld is, waarom dan die anticlimax aan het eind? Ademloos voor een geliefde staan doordat men een trap is opgelopen kan een leuke regel zijn. Hier werkt het averechts, omdat de voorafgaande regels ‘leukheid’ missen.
En zo gaat het bijna de hele bundel door. De meeste gedichten hebben iets halfslachtigs: vlees noch vis. Of ze zijn gewild lollig, wat zo mogelijk nog erger is. Misschien had ik het door de ietwat pretentieuze en smakeloze titel van de bundel kunnen weten. Een goeie film begint doorgaans niet met slechte filmmuziek.

Johan Wambacq (2015), Seks, mystiek en urbanisatie. Eigen beheer, 136 blz. € 19,50

 

Hervé J. Casier , Stofjes op een weegschaal

Hervé J. Casier heeft letterlijk niets gemeen met Johan Wambacq. Nu ja, op het letterlijke na: ze gebruiken allebei taal. Maar daar houdt het ook mee op. De titel van Casiers bundel komt uit een compleet andere wereld. Stofjes op een weegschaal doet tamelijk bescheiden aan. Maar de titel heeft ook iets intrigerends: alsof die stofjes het verschil kunnen maken! En ja, dat kan. Woorden kunnen, hoewel ze niets wegen, zwaar aankomen. Tijd voor een greep uit de bundel:

ik schrijf
wat woorden
in de winter
leg ze
in een doosje
laat ze los
in de zomer
ze blijven
gewoon
bij mij
in hun schaduw

En passant wordt maar weer eens bevestigd dat dichters goed kunnen liegen. Deze woorden zijn helemaal niet ‘gewoon’ bij de dichter gebleven nu een lezer ze leest! Of toch wel? Woorden die raar en onwaar lijken voor een lezer kunnen immers best gewoon zijn voor de schrijver. De schrijver, die de grond kent waar ze vandaan komen en voor wie de woorden ‘gewoon’ in hun schaduw blijven en niet gaan ‘spoken’ daarbuiten. Maar voor de lezer is die schaduw onbekend, valt die schaduw misschien heel anders uit: de grond waarop de woorden vallen in zijn hoofd is hoogstwaarschijnlijk heel anders gevormd. Nog een voorbeeld:

de vlakte
zo stil

de sneeuw
zo wit

de illusie
dat er

geen zwart
in ons zit

Hoe briljant dit gedichtje is wordt pas duidelijk als we beseffen wat ons bij het lezen ervan is overkomen. Want wat is stil en wit? Het papier – de vlakte – voor onze neus! Maar dat is een illusie: want hoe komen we anders op deze gedachte? Het gedicht heeft zijn zwart al bij ons binnengesmokkeld, de lading was de verpakking!

Casier smeedt kleine juweeltjes. Onopvallend op het eerste gezicht, maar vernuftig en delicaat gebouwd. Een kunst die in onze tijd misschien onvoldoende wordt gewaardeerd. Veel langere gedichten leest men in één keer uit. Deze kunstwerkjes kan men lezen en blijven lezen. Stof die stof oplevert zonder eind.

Hervé J. Casier (2015). Stofjes op een weegschaal. Uitgeverij C. de Vries-Brouwers, 40 blz. € 14, 90

Geplaatst in Recensies.