Gedichten

how icebergs produce ocean noise

I

jij, we zitten aan tafel, je doet
een hoop dingen die ik raadselachtig vind

en hoe je zegt dat de ruimte zich tegen je aan vlijt
en ik tegen de rafelranden van de bank –
het was alsof het wasabigroen van de kamers
in ons vermenigvuldigde –
hoe het firmament met ons solt
en jij me aanstaart
het bakstenen gewelf
met daarachter de rivier als we omhoog kijken
loert de sperwer al vanaf het dak
en stort zich even later naar beneden

daar ligt het klein te zijn
heel klein te zijn

II

er is geen kosmische balans
of sterker nog –
alles wordt uit elkaar gereten
van de dingen tot de dingen
de dieren tot de dieren
steden slingeren uiteen

daarachter klinkt je stem eenmaal zachter
vanuit het ruisende, kabbelende
kom ik je tegen

daar eenmaal aangekomen
is de stad uitgevouwen

III

en de prunus, de prunus golft spontaan roze
schematisch en zonder argwaan groeit het vanuit de takken
de lucht in – ik ben bang om te vallen als ik omhoog
kijk – de gebouwen die steeds vanuit mijn ooghoeken
opdoemen

de kamikaze bloesem
de kamikaze regen van vorig jaar
het kamikaze leger

IV

toen ik dichterbij kwam zag ik dat het
huis opgetrokken was uit vulkaansteen
dat zo langzaam groeit

            oh de Atlantische oceaan
            het oceanisch gevoel
            in situ
           de nutteloosheid

Geplaatst in Gedichten.