Gedichten

Jolies Heij

onsamenhangend samenzijn

we zijn half, we zijn niet veel
we zijn een deel, niet eens yin en yang
maar apart met de lucht tussen ons in

er is een opening die niet sluit
met een leemte ongedicht
welke hand heeft ons doorkliefd

maar niet gescheiden, deze randen
kunnen snijden en toch zal het vel
niet bloeden uit marmergroen verdriet

want wij dragen elkaar, wij torsen
de ruimte in een wankel evenwicht
wij zien geen gezicht, leven met

elkaars gedachten, enkel dromend
van een zweem van samenzijn
gehouwen uit dit evenbeeld van steen

Tapperij tevens proeflokaal

Zijn testikels ballen zich tot
struisvogeleieren als zij tot het wufte
aroma. Zijn steel draait rond in haar
hand de kelk vouwt zich open

voor boeketten en kruiken. Haar timbre
in zijn lokdoos: het spiegelkabinet
is zijn domein. Daar buigen
en barsten de dames van glas

maar met de karaffen vol venijn.
Hij sust het herenleed doet zijn
voordeel met gepoleerde meisjes-
grieven. Hij die alles overziet

zuipt na sluitingstijd de tap
tot vergiet. De laatste gast geeft zich
uit voor fee likt het gifgroene
droesem uit tepelkloven en lustkuilen.

 

Sanja Simunic

wittebroodsgeluk met vallen en opstaan

vertel eens wat over de cetniks, zegt hij
achter zijn rug nipt een meisje
met geamputeerde arm van haar muntthee

ze vielen mijn stad aan
alles wat het hart had moest dood
zeg ik om hem gerust te stellen

alsof het om een spelletje stratego gaat
met eervolle helden van rang en stand
toen de dagen niet met kippenvel

de wegen bezaaid met spijkers
en kindernekjes als geknakte stelen
in plaats van rozen in de hand

hij vindt mij schattig
zegt dat ik op zijn stiefdochter lijk
en taartjes met me wil eten bij fighi op zondag

ook al is mijn arm niet geamputeerd
en zit er meer vergif in mijn pen
dan stroop om mijn mond

nu moet ik een soortgenoot groeten, zeg ik
al heeft hij het paard laten kreperen
en verdient de rozen niet

Uit: Jolies Heij. Jolita zei
Uitgeverij Heimdall. ISBN 9789491883699

Geplaatst in Gedichten.