Ghayath Almadhoun en Anne Vegter – ik hier jij daar

Van twee werelden naar één

door Herbert Mouwen

De dichtbundel ik hier jij daar van Ghayath Almadhoun en Anne Vegter is niet alleen een ontmoeting van de poëzie van twee dichters, maar vooral een confrontatie van twee actuele werelden. De eerste helft van de bundel bevat gedichten van Ghayath Almadhoun, die in 1979 geboren is in een Palestijns vluchtelingenkamp in Damascus en sinds 2008 in Stockholm woont. De tweede helft poëzie van dichter Anne Vegter, die van 2013 – 2017 Dichter des Vaderlands was, en ook kinderboeken en theaterteksten schrijft. Ze woont en werkt in Rotterdam.

Na het lezen van het eerste prozagedicht ‘Wij’ van Almadhoun, snak je naar adem en vraag je je af hoe deze bundel zich verder zal ontwikkelen. De dichter, die zelf vluchteling is, biedt namens zijn lotgenoten zijn verontschuldigingen aan voor de ellende die zij de westerse wereld hebben aangedaan. Vooral voor de gruwelijke beelden van geweld, dood en verderf die zonder opsmuk op televisie, internet en in de kranten, getoond zijn. Hij laat me genadeloos de wereld vanuit een onverwacht perspectief zien. Inhoudelijk gezien lijkt dit gedicht het cynisme voorbij. De opening van het gedicht luidt als volgt:

‘Wij die zijn rondgestrooid als granaatscherven, van wie het vlees door de lucht vliegt als regendruppels, aan iedereen in deze beschaafde wereld bieden wij onze oprechte verontschuldigingen aan, mannen, vrouwen en kinderen, omdat wij onopzettelijk in hun veilige huizen zijn verschenen, zonder toestemming te vragen.’

Almadhoun wisselt zijn prozagedichten, die zeer beeldrijk zijn, af met vrije dynamische verzen. In het tweede gedicht, ‘Schizofrenie’, presenteert hij de steden Ieper, Damascus en Stockholm. De prozavorm geeft de inhoud van de teksten een journalistiek karakter, het geeft de gedichten een dwingende actualiteit. Ook hebben ze iets van een openbare brief. Het is voor de lezer onmogelijk vrijblijvend aan vroeger te denken of al rustig lezend terug te blikken op het verleden. Wanneer de dichter als Palestijnse vluchteling door Ieper dwaalt zet hij de kleine onbeduidende oorlog van Palestina tegen Israël tegenover de westerse oorlogsmachine die is uitgemond in twee wereldoorlogen. Wrang stelt hij vast dat Ieper nu verworden is tot een toeristische attractie. In de vorm van scherp geformuleerde voetnoten onderbouwt hij zijn beschouwende prozagedichten. Ook laat hij zich in zijn gedicht ‘Zwarte Melk’ inspireren door het bekende gedicht ‘Die Todesfuge’ (1948) van de Roemeens-Joodse dichter Paul Celan, dat op surrealistische wijze de niet te bevatten werkelijkheid van het leven in de concentratiekampen weergeeft. Dit gedicht lezen naast de gedichten van Almadhoun is een bijzondere leeservaring.

Toch ziet de dichter een hoopvolle toekomst, al is deze nog ver weg: ‘Ik geloof dat we nog enige hoop op enige hoop hebben’. De geschiedenis ontwikkelt zich niet lineair, maar herhaalt zich; daarom is er altijd een toekomst waarop je kunt blijven hopen, een moment om opnieuw te beginnen. Ghayath Almadhoun sluit deze indrukwekkende reeks poëtische teksten af met ‘Damascus trok zich terug’, waarin hij bekent dat hij dit gedicht heeft geschreven voor een vrouw die hij liefhad: ‘Daarna zijn we uit elkaar gegaan. Zij heeft nu een andere man en ik heb dit gedicht’. Inderdaad, een kostbaar kleinood.

Anne Vegter spiegelt in haar gedichten ‘intussen’ en ‘ondertussen in Nederland’ niet alleen gelijktijdige gebeurtenissen in Nederland aan de ervaringen van Almadhoun, maar ze presenteert een welhaast groteske werkelijkheid waarin duidelijk wordt hoe het leven in Nederland kan ontsporen. Het eerste gedicht,‘ondertussen in Nederland (I)’, kenmerkt zich door een reeks lange associatieve opsommingen, die het rustige, dagelijkse leven in een kinderrijke woonwijk beschrijft. Dat doet ze op een zakelijke, herkenbare, maar in feite weinig poëtische wijze, waardoor je tijdens de lezen de sleur van het dagelijkse leven in een stadswijk voelt. Dit gedicht vormt een groot contrast met de poëzie van Almadhoun in het eerste deel, zowel in vorm en inhoud als in sfeer. In ‘ondertussen in Nederland (III)’ gaat het over ontploffingen, een grote brand, het blokkeren van wegen. Er is ‘in het hart van de stad een gat met een doorsnee van duizend meter geslagen’. Mensen gaan op de vlucht, vertrappen elkaar, de infrastructuur van het land is totaal verwoest. Ook Vegter hanteert een omgekeerd perspectief. De tekst eindigt aldus:

waar is de overkant
er is geen overkant
we drijven verder
we spoelen over de hele wereld
niemand zit op vluchtelingen te wachten
gelukszoekers
zo worden we genoemd

Het is duidelijk dat de gedichten van Anne Vegter thematisch gezien blauwdrukken zijn van de gedichten van Ghayath Almadhoun. Dit in de positieve zin van het woord, want de gedichten van Anne Vegter zijn persoonlijk en authentiek. Ze hebben zo’n prangende uitwerking op je dat je ze moeilijk kunt wegleggen. Mocht je als lezer denken: dit is een verbeelde wereld, in haar afsluitende monoloog ‘halverwege de middag’ laat Vegter zien dat het bombardement van Rotterdam een bewijs is dat het uitbreken van een oorlog opnieuw kan plaatsvinden, het gedicht toont dat het al eens gebeurd is. Deze tekst is geschreven vanuit het perspectief van een Duitse homoseksuele man, die in maart 1940 van Beieren naar Rotterdam reist om daar zijn familie te ontmoeten. Onderweg wordt hij door landgenoten misbruikt. In Rotterdam aangekomen, wordt hij gevangen gezet in De Doelen. Op 14 mei volgt dan het bombardement.

De titel van de bundel ik hier jij daar is misleidend. De dichtbundel presenteert de lezer geen twee gescheiden werelden, maar zij verbindt deze zodat een nieuwe werkelijkheid ontstaat. Een nieuwe poëtische werkelijkheid, die herkenbare elementen bevat en dicht bij de mensen staat. Er blijven na lezing genoeg vragen. Is deze intrigerende duobundel een wanhopige terugblik op bepaalde episodes uit de geschiedenis en is het aan de lezer om de koppelingen tussen deze momenten te maken? Of is ik hier jij daar een aanklacht tegen de gruwelen van de oorlog of tegen de wijze waarop mensen met vluchtelingen omgaan? Zijn de gedichten van Ghayath Almadhoun en Anne Vegter een waarschuwing tegen het angstige wij-zij-denken dat tot niets leidt? Omdat ik vooralsnog geen sluitend antwoord op deze vragen heb gekregen, weet ik dat ik nog veelvuldig in deze bundel zal blijven lezen en dat er telkens nieuwe vragen zullen volgen.

***
Ghayath Almadhoun is een Palestijnse dichter die in 1979 in Damascus geboren is. Hij woont sinds 2008 in Stockholm. Hij heeft vier poëziebundels gepubliceerd. In Zweden Asylansökan (2010), die het Klas de Vulders stipendiumfonds voor immigrantenschrijvers kreeg, en samen met de Zweedse dichter Marie Silkeberg Tot Damaskus (2014). Met haar maakte hij ook enkele poëziefilms. In 2017 verschenen Adrenaline en samen met Anne Vegter ik hier jij daar.

Anne Vegter (1958) is dichter en proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster. In 1990 kreeg ze de Woutertje Pieterse Prijs voor het kinderboek De dame en de neushoorn (1989), waarvoor Anne Vegter de tekst schreef en Geerten Ten Bosch illustreerde. In 2004 ontving ze de Anna Blaman Prijs voor haar hele oeuvre en in 2005 was ze samen met Antoine Uitdehaag en Anna Enquist winnares van de Taalunie Toneelschrijfprijs voor het stuk Struisvogels op de Coolsingel. In 2006 verscheen het boek Sprookjes van de planeet aarde. In 2012 won zij de Awater Poëzieprijs 2011 voor haar bundel Eiland berg gletsjer. Van 2015-2017 was ze Dichter des Vaderlands.

Geplaatst in Recensies.